NEDERLAND

Toen in de herfst van 1994 het eerste Paarse kabinet aantrad, ging er een gejuich op onder de voorstanders van een vrije drugsmarkt. Met D66'er Winnie Sorgdrager op het ministerie van Justitie leek het slechts een kwestie van tijd voordat naast het gebruik ook de productie van softdrugs gelegaliseerd zou worden. Daarmee zou een einde komen aan de vreemde situatie dat de honderden coffeeshops in Nederland wel drugs mogen verkopen, maar niet mogen inkopen.

Van die voorziene oprekking van het gedoogbeleid is niets terechtgekomen. Onder druk van landen als Frankrijk, die internationaal steeds meer stampei maakten over het Nederlandse gedoogbeleid, begon het kabinet omzichtiger te manoeuvreren. Daar kwam bij dat in eigen land de druk steeds groter werd om criminaliteit en overlast rond drugsgebruik aan te pakken. Dat leidde onder andere tot enkele grote rechtszaken tegen handelaren in softdrugs en een strengere aanpak van coffeeshops.

Een motie in de Kamer vorig jaar om de teelt van nederwiet te legaliseren, is door het kabinet afgewezen. Volgens premier Kok zou een uitbreiding van het gedoogbeleid meer problemen geven dan oplossen, bijvoorbeeld omdat de politie dan ook nog onderscheid moet gaan maken tussen legale en illegale telers.