Moordende kou ramp voor Mongolië

Mongolië is opnieuw getroffen door moordende kou, die een ramp voor de veestand betekent. Als de sneeuw verdwenen is, wordt de omvang van de ramp zichtbaar. Nederland wacht de dooi niet af en heeft al besloten geen hulp te geven.

Voor het tweede achtereenvolgende jaar zijn de herders van Mongolië getroffen door een dzud; een rampzalige winter met ongenadig lage temperaturen. Maar op de internationale noodkreet die de Mongoolse regering vorige maand heeft doen uitgaan, is lauw gereageerd. ,,De dramatiek van de ramp die zich op dit moment in Mongolië voltrekt, is dat zij niet zichtbaar is in haar volle omvang. Er is geen duidelijk begin, een climax of een einde'', zegt Enkhbayer, de premier van Mongolië.

De Mongoolse herdersstand sterft een langzame dood. Het trage verloop van de dzud smeert de ellende over een lange periode uit. De winterstormen hebben meer dan 300.000 herders getroffen. Temperaturen van min 50 graden Celsius hebben hen van bijna 900.000 stuks vee beroofd. Negentig procent van het Mongoolse land is afgedekt door een dikke laag sneeuw en voor het resterende, al verzwakte vee is geen voedsel. De Mongoolse regering vreest dat tegen de tijd dat het gras op de uitgestrekte velden weer opkomt, ten minste 6,6 miljoen stuks vee zijn doodgegaan van de honger. Die vrees is bevestigd door de UNDP, de ontwikkelingsorganisatie van de Verenigde Naties.

,,Zonder vee zijn de herders hopeloos verloren'', zegt premier Enkhbayar in een telefonisch gesprek met deze krant. Van de 2,6 miljoen Mongolen is meer dan 40 procent afhankelijk van de veestapel. ,,Het vee is hun bestaan. Het levert melk, vlees, huiden, wol en is het middel van vervoer.'' Enkhbayer voorziet een toename van de werkloosheid, meer straatkinderen in de hoofdstad Ulan Bator en groeiende armoede. Voor de Mongolen komt de ramp hard aan. Het land kampt al met een groot armoedeprobleem en de winter van vorig jaar had de herders en hun veestapel al sterk verzwakt. ,,Dit hebben we nog nooit meegemaakt'', zegt Enkhbayer.

De Mongoolse autoriteiten doen hun best te helpen, maar zitten krap bij kas. Vandaar het beroep op de internationale gemeenschap. Maar veel steun hebben ze tot dusverre niet gekregen. Japan, een structurele hulpverlener voor Mongolië, heeft met 3 miljoen dollar het meeste geld gestuurd; de Europese Unie heeft 750.000 dollar gegegeven en Luxemburg en China elk 250.000 dollar. Een advies van de Nederlandse ambassade in Peking voor een forse bijdrage, die tevens had moeten uitmonden in structurele hulp, is zonder veel discussie afgewezen. ,,Op basis van de informatie die we nu hebben, hebben we besloten het voorlopig bij de 100.000 gulden te laten die we eerder al beschikbaar hebben gesteld'', zegt Peter Knope, hoofd van de afdeling humanitaire hulp van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Volgens Knope is sprake van een structureel probleem, dat de Mongolen zelf moeten oplossen. ,,Mijn indruk is dat het een milieuvraagstuk is van overbegrazing.''

Zowel de Mongoolse regering als internationale hulporganisaties erkennen dat overbegrazing een probleem is, maar de mening overheerst dat het bovenal een natuurramp betreft. ,,Mongolië heeft nog nooit twee keer achter elkaar te maken gehad met een dzud'', zegt Batkhuyag van de UNPD in Mongolië. ,,Het is een acute ramp, die het hele land heeft getroffen. In het verleden trokken de nomadische boeren wier land was ondergesneeuwd, naar die delen van Mongolië waar nog wel gras was. Maar ook op die plaatsen is de begroeing volledig verdwenen. Dat is het gevolg van overbegrazing tijdens de vorige dzud. Dit jaar kan het vee geen kant op, vandaar dat we een hoge sterfte van de veestapel verwachten.''

Steeds meer Mongolen geven de schuld aan het IMF en de Wereldbank, de instanties die grotendeels verantwoordelijk zijn geweest voor de economische hervormingen in het land sinds de val van het communisme meer dan tien jaar geleden. Overbegrazing en andere structurele problemen, zoals de verwaarlozing van de oude communale waterbronnen, zijn een direct gevolg van overhaaste privatisering van de veestapel. ,,Iedereen is het er over eens dat de snelle privatisering de Mongoolse herders geen goed heeft gedaan. Het is allemaal veel te snel gegaan'', zegt een Mongoolse landbouwdeskundige. ,,Snel privatiseren was een belangrijke voorwaarde die het IMF en de Wereldbank hebben gesteld, in ruil voor economische hulp.''

Premier Enkhbayer ziet nog een andere reden waarom de internationale gemeenschap, vooral de geïndustrialiseerde wereld, een verantwoordelijkheid heeft jegens een land als Mongolië. ,,We hebben de afgelopen twee jaar te maken gehad met temperatuurschommelingen van 40 graden boven nul in de zomer tot 40 onder nul in de winter. Dit is niet normaal en ik ben ervan overtuigd dat ook wij het slachtoffer zijn van wereldwijde klimaatsveranderingen'', zegt hij. ,,Die klimaatsveranderingen zijn het resultaat van menselijke activiteit in de ontwikkelde wereld. De ontwikkelingslanden lijden daar het meest onder.''

Peter Knope zegt geen kant op te kunnen. ,,Er zijn vele crises in de wereld met structurele kanten en we dienen een keuze te maken'', zegt hij. De overstromingen in Mozambique hebben nu prioriteit. ,,Ik begrijp goed dat wanneer je in de buurt zit van een brandhaard er alles aan gelegen is zoveel mogelijk te doen. Maar het kan niet zo zijn dat ik met een beperkt budget alle crises in de wereld financier.''