MARIHUANA ALS MEDICIJN

Veel lijders aan multiple sclerose (MS) voelen zich beter na een stickie, maar zien er tegen op om de gezinsleden voor het medicijn bij de coffeeshop langs te sturen. Vandaar dat apothekers die medicinale marihuana leveren met open armen worden ontvangen. MS-patiënten zeggen vaak dat hun spierspasmen verminderen nadat ze een marihuanasigaret hebben gerookt. Ook vermindert marihuana pijn en spiertrillingen bij MS-patiënten. Maar resultaten van een echt mooi wetenschappelijk onderzoek naar de werking van marihuana bij MS zijn er niet.

Wetenschappelijk bewijs dat marihuana echt geneest of verzacht is er ook voor andere aandoeningen niet, constateerde de Nederlandse Gezondheidsraad in 1996. Er was echter voldoende gebruikerservaring om wetenschappelijk onderzoek te rechtvaardigen. In die situatie is de afgelopen vijf jaar niet veel verandering gekomen. Het verlichtende effect bij MS is duidelijker geworden, en marihuana helpt tegen overgeven tijdens chemotherapiekuren. Goede en grote onderzoeken zijn echter nog steeds niet gedaan. Behalve bij MS, pijn en tegen overgeven wordt marihuana gebruikt bij migraine en astma en ter verlichting van de tics van het Tourettesyndroom.

Het staat buiten kijf dat marihuana stoffen bevat met een therapeutisch effect die actief zijn in hersendelen waar pijn, angst, plezier en spierspanning worden geregeld. Ook de gezonde roker raakt immers meestal plezierig ontspannen van een joint.

De neuro-actieve stoffen zitten echter in wisselende samenstelling in marihuana, afhankelijk van de teeltomstandigheden en de plantenvariëteit. Het verband tussen effect en dosering is daardoor moeilijk te voorspellen.

Marihuana van de apotheker bevat daarom een vast gehalte van een van de actieve stoffen.

Farmaceuten zijn niet dol op het verstrekken van mengsels van stoffen die toevallig in een plant kunnen ontstaan. Planten zijn nu eenmaal niet tot hun huidige samenstelling geëvolueerd om de mens te genezen. Zo vriendelijk zijn planten niet voor de mens en zo gedienstig is de evolutie niet.

De belangrijkste medicinale bestanddelen van marihuana zijn tetrahydrocannabinol (THC), cannabidiol (CBD) en canabigerol. Die zitten elkaar soms in de weg. THC is bijvoorbeeld een psycho-actieve stof die bang maakt. CBD dempt daarentegen angst.

Farmaceuten zien meer in onderzoek naar de werking van bestanddelen van marihuana. En liefst veranderen ze in het lab dan ook nog wat aan de moleculen die de plant maakt, zodat er middelen ontstaan met meer werking en minder bijwerking. Zulke middelen zijn patenteerbaar en brengen geld op. Het synthetische, niet-hallucinerende cannabinol HU-211 wordt op het ogenblik bijvoorbeeld getest op mensen met hersentrauma en het verlicht wellicht ook de verschijnselen van MS.