HEROÏNE

Ook bekend als horse, smack, bruin. Heeft als genotmiddel de plaats ingenomen van opium. In 1874 ontdekt, in 1898 gelanceerd als hoesttablet en geroemd als het eerste opiaat zonder verslavende effecten – het werd zelfs enige tijd als middel gebruikt om morfineverslaving te genezen. Daar kwamen de medici snel van terug. Naam is ontleent aan Duitse heroisch, wegens machtige kwaliteiten als pijnstiller. Eenvoudiger in vet opgenomen dan morfine en daarom sneller en krachtiger werkzaam in zenuwstelsel. Heroïne kan worden gesnoven, gerookt, en, na met ammoniak of citroenzuur te zijn omgezet in een zout, geïnjecteerd. Zes uur werkzaam.

Te koop in heroïnepanden of bij straathandelaren. Meestal in standaardhoeveelheden (puntje, streepje). Ervaren verslaafden kunnen het soms bij semilegale verkooppunten inslaan, zoals de Pauluskerk in Rotterdam. In Amsterdam en Rotterdam binnenkort als experiment aan een groep langdurige verslaafden verstrekt. In jaren zeventig was veel witte heroïne uit Gouden Driehoek op de markt, het grensgebied van Laos, Thailand en Birma. Inmiddels overheerst de bruingekleurde variant uit Iran en Afghanistan: `bruin'.

Heroïne kost circa 50 à 100 gulden per gram. Het wordt soms aangelengd met manitol (suiker) of stophoest. Zeer sterk verslavend, voor effecten: zie opium.

Heroïne is het middel waarmee de drugshulpverlening nog steeds het meest heeft te stellen. Gebruikers roemen vooral de rush van heroïne, de euforische ervaring vlak na injectie. Bij andere manieren van consumptie is die rush minder heftig. Risico van overdosering is bij injecteren levensgroot.