Hallo sorry biedank!

De grootste moeite hebben wij, docentes Nederlands als tweede taal, met nieuwkomers die we niet aan mogen raken. Want we doen het zo graag. Arme ploeteraars een bemoedigend klopje op de schouder geven. Slimme brutaaltjes een plagend duwtje in de rug.

En soms moeten we wel. Wie ooit een laaggeschoolde nieuwkomer de muis van een computer over het tafelblad heeft zien ploegen, die begrijpt waarom we wel eens een zachte en soepele hand over die van hem leggen om zijn kracht te temmen. Een enkeling stelt daar geen prijs op. Het is voorgekomen dat zo'n nieuwkomer de les daarna zijn goed Nederlands sprekende vrouw mee naar de school troonde, om ons voor eens en altijd duidelijk te maken dat we wegens zijn geloof van hem af moesten blijven! Dat doen we dan. Het kost ons moeite, maar we doen ons best. Maar er komt een moment dat het niet moeilijk meer is voor ons, maar voor hem. En dan hebben wij geen medelijden.

Het is in onze school een komen en gaan van nieuwkomers: elke tien weken starten er nieuwe groepen en elke tien weken wuiven we groepen uit. Meestal gaat dat met enige feestelijkheden gepaard. In de kantine verzamelen zich familie, vrienden en oud-docenten, er zijn hapjes en toespraken. De docent van de laatste groep vertelt over de vorderingen die de cursisten hebben gemaakt, de cursisten vertellen wat ze allemaal geleerd hebben. Dat is mooi, dan kunnen de toehoorders meteen vaststellen of die docent wel de waarheid heeft gesproken. Gelukkig houden de meeste uitstromers het kort: ,,Ik ben Türkan, ik heb twee jaar taal geleerd op dees school, ik ben erg blij, ik stage gelopen bij Albert Heyn, heel aardig, alle mensen heel aardig, ook mijn docenten, allemaal haarstikke bedankt.''

Of heel kort: ,,Ik ben Omar. Ik kom uit Soedan. Ik was op school anderhalf jaar. Eerst mijn ogen zijn dichte, nu mijn ogen zijn open!''

Dan breekt het moment van afscheid aan. De vrouwelijke cursisten gaan zoenend de zaal vol docentes rond, sommige mannelijke cursisten kunnen er trouwens ook wat van. Ze zoenen iedereen drie keer en anders geven ze wel een stevige hand. ,,Biedank'', zeggen ze allemaal, ,,biedank en tot ziens.''

Behalve Anwar.

Anwar is een handweigeraar. Zijn geloof staat hem niet toe ons de hand te schudden. Maar hij wil ook graag bedanken, net als zijn klasgenoten. En dat maakt afscheid nemen van een docententeam dat geheel en al uit vrouwen bestaat vrijwel onmogelijk.

,,Sorry, sorry'', roept Anwar, elke keer als er een docente in zijn blikveld opduikt. ,,Sorry hoor, tot ziens.'' Daarna de volgende: ,,Ja hallo, sorry hè, biedank en tot ziens''.

Niet alle docenten begrijpen wat hij met die excuses bedoelt. Ze steken uitnodigend handen uit. ,,Sorry, sorry'', roept Anwar nog maar een keer, zonder die handen aan te nemen. ,,Sorry hoor, sorry biedank.'' En snel neemt hij de wijk naar een volgende. ,,Hallo sorry'', roept hij alvast van verre. ,,Sorry hoor. Biedank en tot ziens.''

Kijk, dan hebben wij geen medelijden.