Grondwet bepaalt speelruimte

Willem-Alexander zei in New York meer dan hij mag zeggen. Zijn temperament was sterker dan zijn constitutioneel besef.

Wat heeft Willem-Alexander nu helemaal misgezegd? Mag de Prins van Oranje niet ook eens zijn hart luchten over de nationale discussie die gaande is over de vader van zijn vriendin?

Nee, dat mag hij niet. Puur menselijk zijn de uitlatingen van Willem-Alexander begrijpelijk. Maar staatsrechtelijk beging hij een faux pas. Hij schond met zijn uitlatingen de gulden regel, die leden van het koninklijk huis tot terughoudendheid dwingt in zaken die ministers, de premier voorop, in verlegenheid kunnen brengen.

De Koning is onschendbaar, de ministers zijn verantwoordelijk, dat is de constitutionele evenwichtsbalk die sinds 1848 de relatie tussen Koning en ministers regelt. De grondwetsregel verplicht ministers om het staatshoofd buiten politieke discussies te houden en verlangt van het staatshoofd en de leden van het koninlijk huis, dat zij zich niet publiekelijk mengen in politieke discussies of zaken die tot politieke discussie kunnen leiden. Als troonopvolger geldt die regel voor Willem-Alexander bijna net zo dwingend als voor zijn moeder.

De troonpredent wekte verbazing met zijn tijdelijk verlies van constitutioneel besef. Tegelijk leert de geschiedenis dat de leden van het Huis van Oranje als het gaat om de uiterst persoonlijke zaken als vriendschap, verloving en huwelijk een zekere eigenzinnigheid aan de dag leggen. Dat uit zich de ene keer in een te vrijmoedig spreken, de andere keer juist in een hardnekkig stilzwijgen. Voorgangers van premier Kok hebben daar gevoelige ervaringen mee.

Premier Marijnen zag zich begin jaren zestig bij de relatiekeuze van prinses Irene, destijds na Beatrix tweede in de lijn van troonopvolgers, geconfronteerd met een politiek van voldongen feiten. Eerst wist de premier niets van haar overgang naar het katholieke geloof, vervolgens werden de ministers overvallen door de verloving van Irene met `ene Hugo de Bourbon Parma', zoals Marijnen een onwetende ministersraad op 3 februari 1964 meedeelde. Legendarisch is de mededeling van de toenmalige hoofddirecteur van de Rijksvoorlichtingsdienst Lammers tegenover journalisten: `Het is een man'. Prinses Irene trouwde uiteindelijk met Carlos Hugo de Bourbon de Parme zonder het parlement toestemming voor haar huwelijk te vragen, waardoor zij haar rechten als troonopvolgster verloor.

Premier Cals, de opvolger van Marijnen, mocht de eigenzinnigheid van de Oranjes in diezelfde jaren zestig even indringend beleven. De natie werd in mei 1965 vergast op een foto die Beatrix in de tuin van kasteel Drakesteijn innig gearmd met een man liet zien. Wie was die man? De Telegraaf vroeg premier Cals naar diens identiteit, maar de premier wist van niks. Sterker, koningin Juliana en prinses Beatrix hielden Cals ondanks zijn aandringen dagenlang onwetend, zo bleek onlangs uit Cals' privé-archief.

Willem-Alexander bruskeerde de regering niet door wat hij te weinig zei, maar door wat hij te veel meedeelde tegenover meegereisde journalisten. Ook daarin ging de familie hem voor. Prins Bernhard overschreed de constitutionele grenzen in 1971 via een interview in NRC Handelsblad, waarin hij pleitte voor `een nieuw democratisch stelsel', dat de parlementaire controle via volmachten aan de regering enige tijd buiten werking moest stellen.

Ook destijds reageerde het parlement ontstemd, zij het Kamerbreed, en greep de minister-president onmiddellijk in. Toenmalig premier Biesheuvel reisde af naar paleis Soestdijk en antwoordde de Kamer daarna dat hij de uitspraken van Bernhard betreurde. Waar Bernhard zoiets als een rode kaart kreeg, bleef het gisteren voor Willem-Alxander beperkt tot geel. Premier Kok legde hem via een telefoontje `radiostilte' op en stuurde de Kamer een terughoudend briefje. Willem-Alexander weet intussen weer dat zijn constitutioneel besef het te allen tijde moet winnen van zijn temperament.