Eerherstel van de haag

Vlechtheggen en houtwallen zijn bijna uit het Nederlandse landschap verdwenen. De techniek van het vlechten is net op tijd herontdekt. Een cursus heggenvlechten.

In zijn oorlogsdagboek `De Bello Gallico' beschrijft Julius Caesar in het jaar 50 v Chr zijn verbazing over de Hollanders die jonge boompjes nèt niet kapten om de uitlopers te vervlechten tot ,,een verschansing als een muur''. Duizenden jaren deden vlechtheggen (van levende struiken), houtwallen (gestoken van dood hout) en ook sloten, dienst als hek. Ondoordringbare wallen van meidoorn, sleedoorn, roos en kamperfoelie beschermden het vee tegen dieven en wilde dieren. In Europa strekte zich een hagenlandschap uit van het Spaanse Gallicië via de Atlantische, Engelse en Ierse kust tot aan het Deense Jutland. In de meeste landen bestaan ze nog, maar in Nederland zijn de hagen zo goed als verdwenen.

Toch zijn ze niet moeilijk te construeren. Maak met een hiep of zaagje voorzichtig een inkeping in de onderstammen van een rij tweejarige struiken. Buig struik voor struik zonder te breken van het snijvlak af. Sla op gelijke afstand van elkaar houten staken in de grond. Weef tussen die staken gevlochten wilgentenen en wacht op het voorjaar. De vlecht- of legheg is geboren.

Modernere landbouwmethoden en ruilverkaveling leidden het einde van de haag in en het prikkeldraad gaf de nekslag. In 100 jaar tijd verdween zo'n 200.000 kilometer haag uit ons landschap, vijfmaal de omtrek van de wereld.

Pas toen Nederland vrijwel haagloos was, drong in kleine kring het besef door dat de hagen van levensbelang waren als schuilplaats, kraamkamer en wegrestaurant voor vogels, boomkikkers, vlinders en andere kleine dieren. Hoogste tijd om dit waardevollle landschappelijk element in ere te herstellen.

Ecoloog Thomas van Slobbe, directeur van de Stichting wAarde, vertelt hoe het initiatief gehoor vond bij het ministerie van Landbouw. ,,Anderhalf jaar geleden zijn we met een plan naar het ministerie gestapt en op een of andere manier was de tijd er rijp voor. Nu werken we samen met een tiental natuurbeschermingsorganisaties.'' Van Staatsbosbeheer mochten ze een deel van de Nijmeegse Heuvelrug bij Beek-Ubbergen inrichten als proefgebied. Jef Gielen (bosbouw, autodidact heggenvlechter) experimenteert hier met diverse vlecht- en legtechnieken. Hij leerde het vak in Engeland – waar zelfs nationale kampioenschappen heggenvlechten worden gehouden.

Om de beweging een duwtje in de goede richting te geven, schreef Van Slobbe samen met cultuurfilosoof Marius de Geus het boek De Bevrijding van het Landschap, over een groep vrienden die op ontdekkingstocht gaan naar vlechtheggen en houtwallen in Nederland. Net op tijd, zo ontdekten ze, want de mensen die nog uit ervaring kunnen spreken, zijn inmiddels hoogbejaard. Dat is ook de ervaring van vlechtmeester Gielen. ,,Vlechttechnieken verschillen van streek tot streek. In Limburg wordt bijvoorbeeld meer met dood hout gewerkt en in Noord-Brabant gebruikt men juist veel jonge struiken.'' Ook kreeg Gielen soms ingenieuze gereedschappen onder ogen die een eeuw geleden op bestelling waren gesmeed voor een specifieke techniek.

We krijgen een rondleiding door het uitgestrekte demonstratiegebied. De heuvel is wit berijpt, wat zoveel betekent dat het te koud is om te vlechten, de takken zouden breken in plaats van buigen. We passeren een aandoenlijk pannenkoekenhuisje en stuiten op een rommelig ogend perceeltje heggen. De Stichting Das & Boom, waar wAarde bij inwoont, gebruikt deze hagen als natuurlijke `hokken' voor gewonde dassen die hier mogen recupereren. We vervolgen de weg via een gevlochten poort en belanden op een terrein waar zichtbaar minder geoefende vingers met de struiken in de weer zijn geweest. Hier wordt de tweejarige werkopleiding gegeven.

We beklimmen de heuvel van waaruit we een weids uitzicht hebben over een meertje op de grens met Duitsland. Een stokoude es ligt in een krampachtige pose op de heuvel. ,,Een experiment van de vlechtmeester'', zegt Van Slobbe.