COCAÏNE

Andere namen: coke, wit. Poeder van witte kristallen met een bittere smaak. Gewonnen uit de bladeren van de cocaplant door middel van een ingewikkeld chemisch procédé. Het kauwen van die plant is al sinds mensenheugenis in gebruik bij Andes-indianen. Het stelt ze beter in staat te functioneren op grote hoogten, onderdrukt honger en kou, geeft energie. Cocaïne kwam in de vorige eeuw in zwang als panacee tegen van alles en nog wat. Werd toen ook verwerkt in cocawijn, Vin de Mariani, en in Coca Cola tot 1903, toen dat nog the real thing was. Tot in de jaren zeventig wijd in gebruik als lokaal verdovingsmiddel bij tandartsen. Nog steeds in gebruik bij neus- en keeloperaties. Maximaal een uur werkzaam.

Er zijn twee soorten dealers. Een soort bedient met name de junkiemarkt en verkoopt dan doorgaans ook heroïne (wit en bruin) vanuit de bekende heroïnepanden. Cocaïne verkopen deze dealers vaak in de vorm van crack, maar veel gebruikers koken zelf liever hun crack uit gewone cocaïne. Een tweede circuit bedient de maatschappelijk meer succesvolle gebruikers. Zij werken vaak met GSM of semafoon en brengen het soms aan huis. Het middel wordt vaak versneden met manitol (suiker). Prijs schommelt tussen de 75 en 125 gulden per gram.

Cocaïne wordt in de regel gesnoven door een buisje of opgerold bankbiljet, na het te hebben fijngehakt en in een lijntje te hebben uitgelegd. Junkies injecteren het ook, in water opgelost. Wordt vaak gecombineerd met alcohol.

Verhoogt hartslag, geeft energie, versnelt denkprocessen, verhoogt huidgevoeligheid. Ego-booster; cocaïne werkt zelfverzekerd, babbelziek, egocentrisch gedrag in de hand. Ook populair als afrodisiacum, middel ter opwekking van lust. Als de werking verflauwt – na een half uur – volgt lichte depressie en lusteloosheid. Daardoor ontstaat een sterke, hebberige drang om een nieuw lijntje te nemen. Dat geeft cokefeestjes een broeierige en onaangename sfeer. Craving – de zucht naar steeds meer – is een overheersend kenmerk van cocaïne.

Bij overmatig gebruik paranoia, repeteergedrag, asociaal of agressief gedrag, depressie, hallucinaties, jeuk – coke-bugs worden vaak genoemd: imaginaire insecten die onder de huid lopen. Sterk geestelijk verslavend. Een typische `cokecarrière' voert na een periode van oplopend gebruik tot een crisis, waarna de gebruiker het middel veelal laat staan.