Borst tevreden met claims voor zorg

Deze week ontving minister Borst van de zorgverzekeraars voor ruim drie miljard gulden aan claims. Ze is tevreden.

De afgelopen maanden heeft Borst (Volksgezondheid) er bij ziekenhuizen, thuiszorg en inrichtingen op aangedrongen extra geld te vragen. Het gevolg was dat er uiteindelijk voor ruim vijf miljard gulden aan wensen op de bureaus van de zorgverzekeraars werd gedeponeerd. Met die eisen op zak kan Bort nu naar minister Zalm (Financiën).

Dat in de brief aan Borst sprake is van niet meer dan drie miljard gulden, komt doordat de verzekeraars sommige eisen te ver vonden gaan. Met name ziekenhuizen en huisartsen overvroegen, zo valt uit de brief af te leiden. Maar ook als alle claims zouden worden gehonoreerd, is het de vraag of in de gezondheidszorg alles weer op rolletjes gaat lopen, zo waarschuwen de verzekeraars: er is domweg niet overal voldoende personeel beschikbaar.

Het gevraagde geld is vooral bedoeld om achterstanden weg te werken en de wachttijden te verkorten. Bij de aanpak van de wachtlijsten is de `care' (verpleeg- en verzorgingshuizen, thuiszorg en gehandicaptenzorg) al veel verder dan de ziekenhuizen en de geestelijke gezondheidszorg. De `care'-instellingen beschikken inmiddels over redelijk betrouwbare informatie. Het doorlichten van de wachtlijsten, waarbij een groot deel kon worden geschrapt, begint vruchten af te werpen.

Staatssecretaris Vliegenthart (Welzijn), die deze uit de AWBZ gefinancierde instellingen in haar portefeuille heeft, voert dan ook al enige tijd een vrij strak beleid. De instellingen moeten kunnen aantonen dat het geld wordt gebruikt waarvoor het was bedoeld, ook al gaat dit nog herhaaldelijk mis, zoals blijkt uit onderzoek naar bijvoorbeeld het extra geld voor dagbesteding (dat aan andere zaken werd besteed).

Een groot deel van de claims uit de `care' is ook erkend door de zorgverzekeraars. In totaal vroegen deze instellingen om bijna 1,9 miljard gulden. Daarvan is uiteindelijk 1,7 miljard gulden in de brief van de verzekeraars terecht gekomen. Het verschil zit in de inschatting dat dit jaar hooguit negentig procent van alle plannen ook kan worden uitgevoerd. Het grootste deel van dit bedrag was overigens eerder al door het kabinet toegezegd, in het kader van de aanpak van de wachttijden.

Anders is de situatie in de geestelijke gezondheidszorg, waar geen sprake is van eenduidige wachtlijstregistratie. Betrouwbare gegevens ontbreken, aldus de verzekeraars. Daarbij komt nog dat de geestelijke gezondheidszorg, in tegenstelling tot andere uit de AWBZ gefinancierde hulp, geen onafhankelijke indicatiestelling kent.

Voor de geestelijke gezondheidszorg hebben de verzekeraars niettemin, naast de eerder toegekende 80 miljoen gulden voor de aanpak van de wachtlijsten, nog eens 185 miljoen gulden gevraagd. ,,Maar dit bedrag is louter indicatief'', aldus de verzekeraars, die toevoegen dat er waarschijnlijk onvoldoende personeel zal zijn om het geld aan uit te geven.

De claims van ziekenhuizen en huisartsen bezorgden de zorgverzekeraars de meeste hoofdbrekens. Voor de ziekenhuizen gold dat beíde partijen, ziekenhuizen en verzekeraars, er belang bij hadden extra geld binnen te halen. De zorgverzekeraars moeten binnen drie jaar de financiële risico's gaan dragen voor de meeste uitgaven van de ziekenhuizen. Zij hebben dus baat bij een zo hoog mogelijk budget, dat straks de norm wordt.

Toch haalden de verzekeraars forse strepen door een groot deel van de wensenlijst van de ziekenhuizen. Deels omdat een aantal zaken al gefinancierd werd, deels ook omdat niet was aangetoond dat de maatregelen noodzakelijk waren. Ook was niet altijd duidelijk wat er met het geld zou worden gedaan. Zo claimden de ziekenhuizen bijna vijfhonderd miljoen gulden voor de bouw van extra intensive care-afdelingen en operatiekamers. Maar uit de aanvragen werd niet duidelijk waarop de bedragen waren gebaseerd en of er wel een tekort was. Bovendien was onduidelijk of de ziekenhuizen er wel extra geld voor nodig hebben, omdat ze deze zaken ook zouden kunnen financieren uit hun `bovenmatige' reserves (van ruim vijfhonderd miljoen gulden). Uiteindelijk bleef er van de claim van de ziekenhuizen van 2,3 miljard gulden 958 miljoen gulden over (waarvan het kabinet vorig jaar 658 heeft toegezegd).

De huisartsen eisten minimaal 1,3 miljard gulden extra, een stijging van hun budget met bijna 50 procent. Daarbij komt nog een onbekende claim voor een loonsverhoging. Tot woede van het bestuur van de huisartsenvakbond LHV hebben de zorgverzekeraars ook dat wensenpakket niet zonder meer doorgestuurd. Wel krijgen ze er 260 miljoen gulden bij voor ondersteuning in de vorm van praktijkverpleegkundigen, al constateerden de verzekeraars eerder dat de huisartsen hún deel van de afspraak (het elektronisch gaan voorschrijven van medicijnen) maar mondjesmaat nakomen.

Ook vragen de zorgverzekeraars namens de huisartsen 150 miljoen gulden voor de financiering van de diensten buiten kantoortijd. Volgens de verzekeraars kan het geld dat de huisartsen daar nu voor krijgen straks op hun vergoeding voor de praktijkkosten worden gekort. Die kosten vormen de grootste steen des aanstoots: volgens de LHV was daar bijna een miljard gulden extra voor nodig. De verzekeraars willen voorlopig volstaan met een compensatie voor de gestegen prijzen van tienduizend gulden per huisarts, wat in totaal zeventig miljoen gulden kost.