Bestuursvorm

Een minister is de chef, de eindverantwoordelijke, van zijn of haar departement. Maar wie is de eindverantwoordelijke wanneer een kwestie meer dan één ministerie betreft? Daarvoor bestaat in Nederland geen vaste regeling. Wanneer zo'n zaak veel publiciteit trekt, wijst de minister-president gewoonlijk een coördinerend minister aan, maar de zaak van de eindverantwoordelijkheid wordt daarmee niet geregeld.

Anders dan in andere democratische landen als Engeland en Duitsland heeft de eerste minister in ons land niet de bevoegdheid knopen door te hakken, laat staan andere ministers opdrachten te geven. Alle besluiten van de regering komen van een collectief, het gehele kabinet (zelf spreken de betrokkenen liever van collegiaal bestuur).

Het ontbreken van een echte regeringsleider met duidelijke bevoegdheden is de bron van veel narigheid. De gang van zaken na de vuurwerkramp in Culemborg is er een duidelijk voorbeeld van: zes ministeries kwamen tot niets. Ook op lager niveau zien we een collectief als bestuur, namelijk Provinciale Staten en, belangrijker, de gemeenteraad, dat dus collectief verantwoordelijk is voor de besluiten van B en W.

De aanbevelingen van de commissie-Oosting zullen weinig renderen wanneer niet eens afgestapt wordt van het collectief als bestuursvorm. Dus moet de minister-president meer bevoegdheden, in elk geval die van knopendoorhakker, krijgen.

Een grondwetswijziging is daarvoor niet nodig – over besluitvorming in de ministerraad wordt daarin niets gezegd. En op gemeenteniveau dienen bestuur en controle meer gescheiden te worden en moet de burgemeester niet alleen door de burgers gekozen worden, maar dient hij of zij tegelijk meer bevoegdheden te krijgen.