Zeilen met speer en geweer aan boord

Zeezeiler Henk de Velde (52) begint komende zomer aan een hachelijk avontuur. Hij maakt weer een solotocht rond de wereld, dit keer begint hij langs de kust van Siberië. ,,De klimaatsverandering is mijn geluk.''

De wereld rondvaren gebeurt van oudsher via de Zuidelijke Oceaan. Zeezeiler Henk de Velde deed langs deze route drie vergeefse recordpogingen. Nog nooit heeft een zeiler de Noordelijke IJszee bedwongen. Langs de kust van Siberië zwemmen zeehonden, walvissen en ijsberen. Zij zijn het slachtoffer van hongerige Russen, zakelijke Noren en een zeilende Nederlander.

De Velde toont begrip voor de jacht op bedreigde diersoorten. ,,Walvisvlees smaakt heerlijk, al zal ik zelf geen walvis doden. Ik ben geen fan van Greenpeace, dat is een multinational geworden. Ik heb een speer en een geweer aan boord. Als een ijsbeer op dertig meter nadert, mag ik hem doodschieten. Best beangstigend eigenlijk.''

In 1595 wilde Willem Barentsz via de Noordelijke IJszee naar Indië varen. Hij strandde op Nova Zembla. Zijn reisverhaal maakte diepe indruk op de jonge romanticus De Velde. Als matroos bevoer hij met een koopvaardijschip later dezelfde wateren. Vanaf begin juli gaat hij het per zeil en hulpmotor in zijn eentje proberen. Hij heeft wel ontzag maar geen angst voor het ijskoude water bij de Noordpool. ,,Onderschat de Noordzee niet. De Urker vissers lopen ook risico's.''

Binnen drie maanden moet De Velde de Beringstraat gepasseerd zijn. Vanaf september is het vaarwater op bijna 80 graden noorderbreedte verander in pakijs. In het slechtste geval moet hij ongeveer acht maanden overwinteren in Siberië. ,,Mijn geluk is de klimaatsverandering. Ik blijf 't liefst zestien jaar weg. Vijf jaar aan de vaste wal was vijf jaar te lang'', aldus de schipper met het zeemanshart.

Op de perspresentatie in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam waarschuwde De Velde gisteren voor pottenkijkers in Siberië. ,,Jullie mogen me daar niet opzoeken. Ik wapen me ook tegen telefonisch contact. Jullie mogen me niet terughalen, voordat ik er zelf om gevraagd heb. Ik moet me zien te redden in de toendra, in het gebied van de Goelag Archipel. Ik heb een speciale pooluitrusting aan boord: tent, slee, sneeuwschoenen. Veel extra ballast. Het gaat deze keer niet om de tijd, maar om het avontuur.''

Als landrot staat De Velde bekend als snelheidsduivel. Met zijn motor en zijn sportwagen rijdt hij in een weekeinde heen en weer naar de Pyreneeën. Als zeeman koestert hij de catamaran, die met een gunstige wind een snelheid van dertig knopen haalt. De komende race kiest hij noodgedwongen voor een stalen kielboot, die beter functioneert als ijsbreker. De monohull heeft een lengte van zeventien meter en een gewicht van dertig ton.

De snelheid is tijdens de komende tocht van ondergeschikt belang en geconfronteerd met deze keuze wordt De Velde in zijn ziel geraakt. De nationale zeiltop heeft hem lang niet altijd serieus genomen als wedstrijdsporter. ,,In Frankrijk hebben ze nog respect voor mijn avonturen'', reageerde De Velde ongemeen fel op de kritiek.

,,In Frankrijk heb ik een grote naam opgebouwd'', vervolgde hij. ,,Nederland is een watersportland, net als Oostenrijk een wintersportland is. Dat heeft niks met echte bergsport te maken. Nederland is dus ook geen echte zeilnatie. Ach, laat de critici maar lekker met hun kont achter de kachel blijven zitten. Ik ben de ultieme marathonloper.''

Volgens De Velde wordt hij niet begrepen in het land van de droogkloten, aardappeleters en nieuwbouwbewoners. Hij ergert zich aan de hokjesgeest en de bureaucratie. Hij hekelt de commotie over de cafébrand in Volendam en de vuurwerkramp in Enschede. Vergeleken met de gevaren op zee zijn de gevaren aan land verwaarloosbaar. In Nederland is geen plaats voor avonturiers en daarom overweegt hij in de toekomst naar Australië te verhuizen. ,,Als ik tenminste heelhuids terugkeer.''

In Nederland profiteert De Velde van zijn naamsbekendheid en doet hij zakelijke contacten op. Hij kwam vorig jaar bij toeval in aanraking met zuivelfabrikant Campina, die garant staat voor bijna een miljoen gulden. Het bedrag wordt gespendeerd aan drank, voedsel, materiaal en communicatie. Via een satellietverbinding houdt hij contact met het thuisfront. Hij is eenzaam aan boord, maar niet helemaal alleen. ,,Ik drijf op mijn ervaring. Mijn eergevoel wordt alleen maar groter. En ik ben momenteel hartstikke vrijgezel, dus die ballast ben ik ook kwijt. Ik ben een slak met een huisje.''

Een diepe put op zijn linkervoorhoofd is een souvenir van zijn tweede wereldrace. Hij kreeg in 1993 een ongeluk ter hoogte van Madeira, waar hij met zijn catamaran vermoedelijk tegen een container was gevaren. Het hoofd van de slapende zeiler botste tegen het mastschot in de kajuit. Hij werd geopereerd en later per vliegtuig in een rolstoel naar Nederland vervoerd. Hij beloofde zijn zoon Stefan nooit meer op avontuur te gaan.

De jongen is twintig jaar geleden geboren op Paaseiland, een plek in de Stille Oceaan die zijn vader volgend kalenderjaar hoopt aan te doen. ,,Stefan wil me daar opzoeken. Hij heeft inmiddels vrede met de situatie. Ik ga mijn eigen gang. Ik ben wie ik ben. Ik ben niet te redden'', concludeerde Henk de Velde.