Privatisering schaadt Rotterdamse haven

Terwijl het sinds 1932 ontwikkelde beheersmodel voor de Rotterdamse haven overal ter wereld navolging heeft gekregen, wil de gemeente Rotterdam met steun van minister Netelenbos de koers scherp wenden en het havenbedrijf privatiseren. Dat is een heilloze weg, vindt Chr. van Krimpen.

Terwijl de rest van de wereld verbaasd toekijkt, wordt in Nederland een discussie gevoerd over de privatisering van het Rotterdamse havenbeheer. Vertrekkend havenwethouder Hans Simons heeft onder politieke druk van Den Haag de juist afgesloten discussie over het Rotterdamse havenbeheer opengebroken, en pleit openlijk voor de invoering van een overheids-NV. Het Gemeentelijk Havenbedrijf Rotterdam, dat reeds lang optreedt als vrijwel onafhankelijke derde macht naast rijk en gemeente, vindt de onlangs door de Rotterdamse gemeenteraad toegekende verruiming van eigen bevoegdheden nog niet genoeg. Het opteert thans voor een rol als geprivatiseerde global player. Minister Netelenbos wil de nog te bouwen Tweede Maasvlakte desnoods geheel onderbrengen bij een privaat consortium, daarbij het havenbeheer de facto splitsend in een publiek en privaat gedeelte. En of het nog niet genoeg is beschuldigen het Centraal Planbureau en het Havenbedrijf elkaar van incompetentie en arrogantie. Dit alles gebeurt terwijl de Rotterdamse haven terrein verliest in die sectoren waar met andere havens geconcurreerd moet worden.

Het is onbegrijpelijk dat het zover kon komen. Tot voor kort was het sinds 1932 ontwikkelde Rotterdamse beheersmodel, het zogeheten Landlordmodel, een voorbeeld voor de wereld. De VN-organisatie voor handel en ontwikkeling UNCTAD en de Wereldbank hebben inmiddels dit model aanbevolen als beste optie om de betrokken publieke en private belangen te behartigen. De haven van Singapore wijzigde in 1997 zijn vroegere gecentraliseerde beheersstructuur in die van het Rotterdamse model. Ook veel andere havens hebben deze structuur al ingevoerd of zijn daarmee bezig.

Modern havenbeheer volgens de principes van het Landlordmodel moet voldoen aan twee belangrijke kenmerken. Allereerst beheert en ontwikkelt de havenautoriteit namens de overheid havengronden en infrastructuur. In de tweede plaats dient de havenbeheerder een neutrale positie in te nemen ten opzichte van de in de haven gevestigde bedrijven. Hij mag in zich in principe dan ook niet bemoeien met commerciële activiteiten in zijn beheersgebied, niet als aandeelhouder, nog minder als ondernemer. Dit immers betekent een verstoring van de interne concurrentieverhoudingen en veroorzaakt een ongewenste vermenging van publieke en private taken, des te problematischer wegens de asymmetrische machtsverhouding tussen overheid en bedrijfsleven.

Helaas gaat het Rotterdamse havenbeheer steeds verder de verkeerde kant op: als aandeelhouder van het containerbedrijf ECT, via financiering van suprastructuur voor specifieke bedrijven en door direct ingrijpen in commerciële transacties, met als hoogtepunt de recente aankoop van de Verolme-dokken voor een bedrag van 50 miljoen gulden. Dit alles uiteraard gefinancierd met overheidsmiddelen. De gemeente Rotterdam neemt hiermee onverantwoorde financiële risico's, die vroeger of later moeten uitlopen op een debacle.

De weg die Rotterdam thans volgt is er één naar volledige privatisering, ondanks ontkenningen van het gemeentebestuur. Het rijk is in dit opzicht eerlijker. Minister Netelenbos wil het zogeheten Schipholtraject starten, hetgeen volledige privatisering inhoudt.

Bestuur en beheer van de haven van Rotterdam in NV-vorm. Wat betekent dit nu precies?

Havenbeheer is grondbeheer. De havenbeheerder geeft grond uit in erfpacht of in huur aan het havenbedrijfsleven. Om deze taak te kunnen verrichten dient deze uiteraard zelf de grond in eigendom te hebben. Het toekennen van de beheerstaak aan een NV vereist derhalve overdracht van het eigendom van havengronden (of toekenning van een eeuwigdurend erfpachtrecht). Indien dit gebeurt, spreekt men van volledige havenprivatisering. Indien aan de NV geen zakelijke titel op de grond wordt verleend, is de hele exercitie zinloos: er is geen juridische basis voor de NV om zijn kerntaken te verrichten. Neen, zeggen voorstanders van de NV Haven van Rotterdam, alle bestuurs- en beheerstaken dragen we eenvoudigweg bij raadsbesluit over aan een NV. Dat betekent dus dat het openbaar bestuur over een groot gedeelte van het Rotterdamse grondgebied aan de democratisch gekozen organen wordt onttrokken en in NV-vorm wordt uitgeoefend. Men behoeft geen Thorbecke te zijn om de dwaasheid van een dergelijke redenering in te zien.

Derhalve gaat het in de huidige discussie wel degelijk om privatisering van het beheer van een van de grootste haven- en industriegebieden ter wereld. Maar volg het spoor eens terug.

De havenprivatisering is (helaas) steeds gepropageerd door het Gemeentelijk Havenbedrijf zelf op grond van de onbewezen stelling dat de effectiviteit van het beheer daarmee kon worden bevorderd. Reeds in 1988 probeerde de toenmalige directie, zich daarbij baserend op een rapport van de zogeheten commissie-Albeda, het bedrijf los te maken van de gemeente. Het gemeentebestuur was bereid de bevoegdheden van het bedrijf te verruimen – hetgeen inmiddels in vergaande mate is geschied – maar wees na consultatie van het Rotterdamse bedrijfsleven havenprivatisering af. Het bedrijfsleven hechtte grote waarde aan de neutraliteit van het havenbeheer, dat in overheidshanden zou moeten blijven.

Volledige privatisering van het havenbestuur kennen we alleen in Engeland en Nieuw Zeeland. Na tien jaar ervaring zijn vrijwel alle internationale havenexperts (inclusief de Wereldbank) tot de conclusie gekomen dat dit geen goede zaak was. Het grootste probleem was speculatie met havengronden en verstoring van interne concurrentie. Maar in Nederland probeert de overheid met een overdreven geloof in de markt kennelijk het wiel weer uit te vinden, daarbij steunend op talloze duurbetaalde, doch ondeskundige adviesbureaus. Dit proces is zeer schadelijk voor de goede naam die de Rotterdamse haven nog steeds in de wereld heeft. Hopelijk zal het gezonde verstand zegevieren, zullen overdreven ambtelijke ambities worden ingetoomd en zal het havenbeleid zich opnieuw concentreren op datgene wat werkelijk van belang is: de ontwikkeling van de Rotterdamse haven NV.

Mr. Chr. van Krimpen oud-adjunct-directeur van het Havenbedrijf van de gemeente Rotterdam en adviseur van de Wereldbank voor havenorganisatie.