`Ook ik heb mijn duistere kant'

Bij Toneelgroep Amsterdam gaat morgenavond `The massacre at Paris' in première. Hafid Bouazza maakte een vrije bewerking van Marlowe's stuk uit 1593. ,,Het is echt míjn stuk geworden.''

In The massacre at Paris verbeeldde Christopher Marlowe (1564-1593) de vervolging waarvan Franse protestanten in 1572 het slachtoffer werden. Deze door de katholieke hertog De Guise georganiseerde slachting ging de geschiedenis in als de Bartholomeusnacht. Oplaaiende conflicten dompelden Frankrijk 17 jaar lang onder in politieke ellende. De woelingen waren een bron van zorg voor het protestantse Engeland. De situatie werd precair toen Elizabeth I door de paus in de ban was gedaan en Spanje in 1588 de Armada op het eiland afstuurde. Engeland kwam met een versterkt nationaal bewustzijn uit de bedreigingen en bloeide op in de Elizabethaanse periode.

Marlowe stond bekend als een lastige taboe-doorbreker. Bij het toneelrijp maken van de Bartholomeusnacht stond het hem echter niet vrij om zich bijzonder genuanceerd te tonen. Een zekere propagandistische tendens tegen het perfide katholicisme met zijn ongebreidelde heerszucht is in veel scènes speurbaar en zal de Engelse tijdgenoot het gevoel hebben gegeven dat hij het met zijn eigen koninkrijk toch maar goed getroffen had.

Al te veel subtiele motivering en karakterontwikkeling heeft Marlowe dus niet aangebracht. De skeletachtige structuur van The massacre at Paris is ook een gevolg van de wijze waarop de tekst is overgeleverd. Er bestaat geen geautoriseerd manuscript en het lijkt er sterk op dat er scènes verloren zijn gegaan. De taferelen die wél bewaard zijn gebleven staan bol van het geweld. De frequentie waarmee steeds weer verse lijken langs rollen is zo hoog dat je soms het idee hebt dat die rare Marlowe een demonstratie van absurdisme wilde geven waaraan toneelschrijvers in later eeuwen nog een puntje konden zuigen.

In zijn bewerking van The massacre, voor Toneelgroep Amsterdam en haar nieuwe leider Ivo van Hove, bouwt Hafid Bouazza (1970) scènes verder uit die bij Marlowe slechts in de grondverf staan. Hij geeft meer gewicht aan de oorspronkelijk piepkleine rol van de schandknaap Taleus. De Taleus van Bouazza is een allemans-homo met een drekkanaal dat voor iedereen openstaat. Steeds mag deze Taleus-nieuwe stijl opdraven wanneer het weer tijd is voor seksueel avonturierschap. Of het nu met koning Charles is of met diens opvolger Henry, of met de vervolgde professor Ramus, die zich laat bevredigen terwijl hij in een boek verdiept is.

Met name in de verwoording van expliciete losbandigheid schijnt Bouazza Marlowe naar de kroon te willen steken. In combinatie met het bloemrijke Nederlands dat zijn karakters bezigen, levert dat bijna hilarische scènes op. Gevraagd naar de rol van homoseksualiteit in The massacre at Paris zegt Bouazza: ,,Marlowe schijnt zelf homoseksueel geweest te zijn, maar het gaat mij niet zozeer om de vorm van seksualiteit maar om de seksualiteit op zich. Seks en geweld vallen bijvoorbeeld bij Guise compleet samen. Hij heeft seksuele problemen met zijn vrouw, maar hij leeft zich uit op anderen. Seks is hier gewoon politiek.''

Seksualiteit losgekoppeld van de liefde, is dat in jouw boeken niet ook zo?

,,In De voeten van Abdullah heeft seksualiteit veel te maken met de verbeelding. Seks is in mijn boeken inderdaad niet altijd een uiting van liefde. De jongens in De voeten... worden weggehouden van vrouwen en beleven hun seksuele avonturen in hun fantasie. En als er wél een erotische relatie is, is het een ongelijke relatie à la die van Thaleus en zijn meesters in The massacre. Ja, het is echt míjn stuk geworden.''

Waar haal je die merkwaardige woorden vandaan? Dreet, joeste, nijten, guichelspel....

,,Een dreet is een geliefde. Een joeste is een riddergevecht te paard met twee lansen. Nijten zijn schapen die elkaar met de koppen stoten. En een guichelspel is een spotnaam voor de katholieke mis. Volksnederlands heb ik gekoppeld aan het idioom van de hogere literatuur. Middeleeuwse epen als de De Gloriant en De Lanseloet maar ook het Lexicon van de Bijbel kwamen me goed van pas.''

Heeft godsdienst alleen maar de functie om de machtsstrijd te verdoezelen?

,,Aan de ene kant is men bezig met hogere doelen, met godsdienst, eer en etiquette. Aan de andere kant zijn er die bloederige daden. Het ironische is dat God beschermd wordt door de mens. Dat de mens denkt dat God zijn bescherming nodig heeft. Dat is het hele gedoe met godsdienstwaanzin, of het nou moslims zijn of katholieken of protestanten. Als godsdienst en politiek met elkaar verweven worden, wordt het een chaos. God beschermen tegen die ketters en protestanten, dat is natuurlijk wel gek. Want waar blijft dan de goddelijke almacht? Als de Bartholomeusnacht begint, luidt Guise zelf de klokken en roept hij Satan aan: `open de poorten, horden protestanten breng ik aan.' In de hel, bedoelt hij. Hij denkt dat hij voor God is, maar uiteindelijk staat hij aan de kant van de duivel. Ik kan het mij niet voorstellen dat mensen voor hun geloof strijden en doden. De zekerheid van het geloof heb ik helemaal niet. Ik ben door mijn Marokkaanse ouders islamitisch opgevoed, maar ik ben tot het inzicht gekomen dat er geen God is.''

Dat duistere van de meeste figuren in `The massacre', heb jij dat ook?

,,Natuurlijk heb ik mijn duistere kant. Die kan soms overheersen. Maar, zoals Goethe zei: `Ik zal alle misdaden van de wereld begaan als ik niet de mogelijkheid had om ze uit te drukken.' Mijn boeken zitten vol met djinns – dat zijn demonen uit de arabische wereld die in waterputten en toiletten huizen – en dit toneelstuk begint al met een visioen van de hel: in de openingsmonoloog vermeng ik de schaduw van de God Pan met het middeleeuwse beeld van de duivel met bokkenpoten. De mens leert zijn eigen kwaad te bezweren door er vorm aan te geven. De kunstenaar schaart zich altijd aan de kant van het duistere. Want dat is bodemloos. Je bent er nooit mee klaar.''

The massacre at Paris, t/m 7 april in Nederland en Vlaanderen. Inl. (020) 5237800 of www.toneelgroepamsterdam.nl.