Kritiek op thuisbevallen is niet terecht

Wetenschappelijk bewijs ontbreekt dat de ziekenhuisbevalling veiliger is dan de thuisbevalling voor vrouwen met een normale zwangerschap, menen Simone Buitendijk en Humphrey Kanhai.

Binnenkort verschijnt officieel een rapport van de epidemioloog Mackenbach over mogelijk vermijdbare sterfte onder pasgeborenen, dat al veel aandacht kreeg in de media. De Groningse hoogleraar P.J.J.Sauer heeft dit rapport aangegrepen om een aantal uitspraken te doen over de thuisbevalling. In Metro van 16 februari stelt hij dat de thuisbevalling in Nederland riskant is voor de baby en dat een veilige bevalling het best plaats kan hebben in een groot, gespecialiseerd ziekenhuis. In Zweden is het sterftecijfer onder pasgeborenen lager dan in Nederland omdat daar thuisbevallen niet mag, aldus de hoogleraar. Hij vindt dat onder andere de Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV) ,,een geloof'' aanhangt in hun pogingen om het systeem van thuisbevallen in stand te houden.

Sauers uitspraken zijn niet gefundeerd op gegevens uit het rapport van Mackenbach of op andere wetenschappelijke gegevens. Ze zijn ondertussen wel bedreigend voor het Nederlandse systeem van thuisbevallen, dat door zwangeren zelf zeer wordt gewaardeerd en dat de kans op onnodig medisch handelen verkleint.

De wetenschappelijke literatuur geeft een duidelijk beeld. In de afgelopen 25 jaar zijn zeker 7 betrouwbare onderzoeken uitgevoerd naar de veiligheid van thuisbevallen, in Nederland en in het buitenland. Daarin zijn vrouwen die thuis bevielen vergeleken met vrouwen die in het ziekenhuis bevielen. De vrouwen in beide groepen hadden een ongecompliceerde zwangerschap. In geen van deze studies kon verschil worden gevonden tussen de twee groepen wat betreft de gezondheid van de baby. Voor vrouwen die een normale zwangerschap hebben met een laag risico op complicaties, is de thuisbevalling dus veilig.

Verder bleek uit die onderzoeken dat vrouwen die in het ziekenhuis bevielen een grotere kans hadden op medische ingrepen (inleiding van de bevalling, toediening van weeënopwekkers of inknippen). Uit vijf andere recente onderzoeken blijkt dat vrouwen die de keus hebben tussen thuis en ziekenhuis, deze keus waarderen en dat diegenen die beide soorten bevallingen hebben ervaren, een thuisbevalling prettiger vinden.

Hoe komt het dan dat steeds weer discussies opduiden over het vermeende gevaar van thuisbevallen en dat professor Sauer niet de eerste en enige clinicus is, die van mening is dat er een relatie is tussen thuisbevallen en risico's voor de baby? Waarschijnlijk heeft het te maken met het feit dat het systeem van thuisbevallen in vele landen in korte tijd is verdwenen. Tot de jaren vijftig en zestig was het in veel Westerse landen heel gewoon thuis te bevallen. Daarna is er een snelle omslag gekomen en is het vrijwel standaard geworden in het ziekenhuis te bevallen. Zelfs in Nederland is het percentage thuisbevallingen sterk gedaald, van ongeveer 70 in de zestiger jaren, tot ruim 29 in 1998. Het is daarom wellicht niet zo vreemd dat veel artsen en zwangeren, vooral in het buitenland, aannemen dat aan deze omslag wetenschappelijke bewijzen ten grondslag moeten hebben gelegen – bewijzen dat het veel veiliger is voor moeder en kind om in het ziekenhuis te bevallen en dat de technologie die in het ziekenhuis kan worden toegepast de kans op overlijden van de baby verlaagt. Anno 2001 kan echter makkelijker het omgekeerde worden bewezen.

In andere landen wordt soms met jaloezie naar het Nederlandse systeem gekeken. Een gezondheidscommissie van het Britse Lagerhuis concludeerde in een rapport in 1992: ,,Het huidige beleid om alle vrouwen aan te raden in het ziekenhuis te bevallen kan niet op grond van veiligheidsoverwegingen worden verdedigd. De keus voor een thuis- of een ziekenhuisbevalling is de meerderheid van de vrouwen in dit land ontnomen. Dit lijkt niet in overeenstemming met hun wensen''. In Groot-Brittanie is sindsdien het percentage vrouwen dat thuis bevalt, weer wat toegenomen.

Er zijn, kortom, goede redenen om het Nederlandse systeem in ere te houden. Gelukkig zijn in Nederland uitstekend opgeleide verloskundigen wier taak het is om vrouwen die baat hebben bij medisch ingrijpen tijdens de zwangerschap of de bevalling, tijdig door te verwijzen. Daardoor bevallen alleen vrouwen thuis bij wie dat verantwoord is. Het sterftecijfer onder baby's die thuis worden geboren is dan ook zeer laag vergeleken met baby's die bij de gynaecoloog in het ziekenhuis worden geboren. In die laatste groep zitten immers alle bevallingen met een hoog risico. Ook het bovengenoemde rapport over de sterfte onder pasgeborenen laat zien dat `suboptimale' factoren die achteraf gezien mogelijk bijgedragen hebben aan het overlijden van een baby, even vaak thuis als in het ziekenhuis voorkomen.

Het is jammer dat een Nederlandse hoogleraar wetenschappelijk ongefundeerde uitspraken doet die het Nederlandse verloskundig systeem in gevaar brengen.

De ervaring in andere landen waar het systeem van thuisbevallen is afgeschaft zonder dat daaraan enig wetenschappelijk bewijs aan ten grondslag lag, zou ons juist extra voorzichtig moeten maken. Gelukkig zijn er ook velen die terecht vertrouwen hebben in het Nederlandse systeem. Minister Borst van VWS heeft zich bijvoorbeeld meermalen een pleitbezorger van de thuisbevalling getoond. Hopelijk heeft de Nederlandse zwangere genoeg aan dit soort steun om zich niet door ongefundeerde angst te laten leiden bij de keuze tussen thuis of ziekenhuis.

Dr. S.E. Buitendijk is hoofd van de sector Voortplanting en Perinatologie vanTNO Preventie en Gezondheid in Leiden. Prof. dr. H.H.H. Kanhai is hoofd Afdeling Verloskunde van het Leids Universitair Medisch Centrum