Klaplong

Dankzij een opstaand tapijtrandje kwam ik met mijn ribbenkast op een laag kastje terecht. Niet alleen was het kastje total loss, ook de ademhaling stokte. Zo zag de verstikkingsdood er dus uit. Maar vlak voor het einde ontdekte ik dat er toch nog een beetje lucht binnenkomt als je op de hondenmanier met korte stootjes gaat hijgen.

Een uur of wat later wees een allochtone assistent-longarts het plekje op een röntgenfoto aan: ,,Twee riebben kapoet en een klaplong.'' En hij voegde er met zijn zware Balkanstem geruststellend aan toe: ,,Nieks ernst. Maar u moet hier blaiven.''

Het Nederlands had hij nog niet helemaal onder de knie, maar opereren kon hij. Hij bracht een pinkdikke gummibuis onder het rechter sleutelbeen door tot in de borstholte en verbond die met een borrelende Turkse waterpijp om de onnutte lucht af te zuigen, waarna de samengeklapte long zich binnen 48 uur weer ontplooide.

Vijf dagen later mocht ik `rustig aan' in de ziekenhuistuin wandelen. De ribben lieten ook niet meer dan schuifelen toe.

De zon scheen aangenaam. Op een grasveldje tegen de gaasafzetting stond een voetbalgoal, met een echt net. Terzijde was voor toeschouwers een zitplank getimmerd, waar ik op neerstreek. Drie jongetjes rond de 13 kropen door een gat in het gaas, groetten me onzeker en begonnen om beurten doel te schieten. Ze hadden een voor die leeftijd opmerkelijke balbeheersing in huis.

Bij het teruglopen zag ik een roodwangige verpleeghulp van mijn afdeling het veldje op komen, hand in hand met een knaap uit wiens borstzak een mobieltje puilde. Ze hadden mij niet gezien, trokken zich van de jongens niets aan, gingen op de plank zitten en begonnen intensief te vrijen.

Het kon niet uitblijven: bij een spectaculaire save stompte de keeper de bal van verre tegen het achterhoofd van de door een tongzoen gekluisterde man. Hij schrok, sprong overeind, trapte de bal weg en riep: ,,Oprotten jullie!''

De daders stonden er matig schuldbewust bij. De oudste riep: ,,Wij waren hier eerst, meneer!''

De man deed een paar passen in hun richting, kennelijk van plan zijn geliefde te laten zien wie hier de baas was, en dreunde opnieuw: ,,Oprotten hier. En als ik zeg oprotten, dan is het oprotten!''

De knaapjes drentelden naar het gat in het gaas en begonnen er doorheen te kruipen. Op dat moment stond de verpleeghulp op en holde naar het ziekenhuis terug. Toen de man haar achterna kwam draaide ze zich om en riep `Kan je wel tegen die kinderen!' en rende door, gevolgd door haar minnaar. Een B-filmscène die de scheiding van tafel en bed inleidde. Nog voor ze uit het zicht waren, stond er weer een aspirant-Edwin van der Sar onder de lat.