Kardinaal Simonis

NEDERLAND KENT een paar grondbeginselen. Godsdienstvrijheid én de scheiding van kerk en staat horen daarbij. En wel in deze combinatie. Anders zou Nederland geen democratie, maar een theocratie zijn. In theorie zijn de uitgangspunten simpel. Iedere burger heeft het recht in eigen kring en op eigen wijze zijn geloof te belijden. Zolang daarbij de normen van bijvoorbeeld het algemeen geldende strafrecht niet worden overschreden, bemoeit de overheid zich niet met de geloofsgemeenschappen. Omgekeerd zien ook de kerken af van de pretentie de staat te kunnen domineren.

In de praktijk blijkt het kennelijk ingewikkeld dit principe volmondig te aanvaarden. Kardinaal Simonis heeft dit gisteren geïllustreerd in een vraaggesprek met de Volkskrant. Voor de regering lijken godsdienst en kerk ,,geen enkele publieke rol meer te spelen'', klaagt hij. Voor het paarse kabinet, dat alleen in kunst en cultuur de immateriële waarden van de samenleving belichaamd ziet, is de kerk een ,,non-entiteit'' geworden. Deze consequent doorgevoerde secularisatie is ,,vreselijk'', aldus de hoogste priester in de Nederlandse rooms-katholieke hiërarchie. Simonis roept premier Kok daarom op een voorbeeld te nemen aan de Amerikaanse president Bush, die bij zijn inauguratie joden, moslims en christenen in zijn land juist expliciet heeft opgeroepen de ,,waarden en normen weer te herstellen''.

Simonis heeft het recht deze mening te hebben en te uiten. Al zou hij zijn standpunt meer kracht hebben bijgezet als hij de hand in eigen boezem zou hebben gestoken. Want de problemen waarmee de rooms-katholieke kerk in Nederland al decennialang kampt, heeft ze eerst en vooral aan zichzelf te danken.

MAAR DAT RECHT betekent niet dat hij gelijk heeft. In één zinnetje laat Simonis in het vraaggesprek namelijk blijken wat hij óók bedoelt. ,,Oorspronkelijk betekende scheiding van kerk en staat dat de staat zich niet bemoeit met interne kerkelijke zaken'', aldus de kardinaal. Dat nu klopt slechts voor de helft. Scheiding van kerk en staat betekent eveneens dat de kerk accepteert dat de staat gevormd wordt door de burgers die de overheid periodiek via de stembus mandateren, ongeacht hun levensbeschouwing of kerkgenootschap.

Als maatschappelijke organisatie mag de kerk proberen invloed uit te oefenen op de burgers en zo indirect op de staat. Het Nederlandse episcopaat doet dat, mede onder leiding van bisschop Muskens, ook ongestoord. Maar van een formele relatie kan geen sprake zijn. De Grondwet is daarover duidelijk. Simonis rest slechts één ding: de komende verkiezingen afwachten.