`Irak voert minder olie uit en brengt hulp in gevaar'

De substantiële vermindering van de Iraakse olie-export sinds december kan het hulpprogramma van de Verenigde Naties voor de Iraakse bevolking in gevaar brengen. Dat heeft VN-chef Kofi Annan gisteren gemeld in een rapport aan de Veiligheidsraad.

Annan deed een beroep op Bagdad om de olie-export op te voeren, ,,gezien zijn bewezen capaciteit'' in de voorgaande perioden van het olie-voor-voedselprogramma van de VN. Tegelijk kritiseerde hij de toename van het volume aan Iraakse handelscontracten die door het sanctiecomité van de Veiligheidsraad voor controle worden opgehouden. De waarde daarvan bedraagt nu 3,1 miljard dollar. Annan achtte het van essentieel belang dat Irak en de Veiligheidsraad ,,ophouden politiek te bedrijven met het hulpprogramma''. ,,De Iraakse bevolking moet alle steun krijgen die zij hard nodig heeft en verdient'', meldde hij.

Irak mag onder het olie-voor-voedselprogramma onbeperkt olie exporteren om, onder controle van de VN, onder andere humanitaire goederen voor de bevolking aan te schaffen en zo de nadelige gevolgen van het internationale handelsembargo voor de bevolking enigszins op te vangen. De huidige vermindering van de olie-export heeft echter van december tot en met januari al twee miljard euro (bijna 4,5 miljard gulden) aan inkomsten voor het voedselprogramma gekost, aldus Annan.

Irak staakte de olie-export in december tijdelijk in een dispuut met de VN over de olieprijs. De Iraakse regering wilde deze verlagen om van de oliemaatschappijen een toeslag per vat olie te kunnen vragen die, in strijd met de sancties tegen Irak, rechtstreeks op een Iraakse rekening diende te worden overgemaakt. Volgens olieanalisten probeert Irak nog steeds de kopers van zijn olie te dwingen de toeslag te betalen. Om die reden blijven veel kopers weg.

Annan klaagde daarnaast dat Irak zeer traag is met het indienen van voorstellen voor het besteden van het olie-voor-voedselgeld. Bijvoorbeeld voor slechts 35 miljoen van de 600 miljoen dollar die voorhanden is voor reserve-onderdelen voor de olie-industrie, heeft Irak een bestemming gevonden. De VN-chef wees er verder op dat de Veiligheidsraad het gebruik van extra exportkanalen heeft voorgesteld, naast de oliepijpleiding naar Turkije en oliehaven Mina al-Baqr aan de Golf. Bagdad echter heeft eind januari in een brief aan de VN laten weten dat dit ,,niet tot Iraks huidige prioriteiten behoort'', aldus Annan.