Alleen de Turkse president krijgt een voldoende

Het Turkse publiek acht de politiek schuldig aan de huidige financiële crisis. Alleen president Sezer, die de crisis ontketende met zijn beschuldiging dat de regering de corruptie niet hard genoeg aanpakt, is populair.

Een held uit de verhalen van vroeger, die op zijn vliegende tapijt vanuit het verre Washington naar Ankara kwam om zijn gekwelde vaderland te redden.

Zo omschreef de Turkse pers Kemal Dervis, de nieuwe `superminister' van Economische Zaken die, na jarenlange dienst bij de Wereldbank in de Verenigde Staten, nu orde op zaken moet stellen in de Turkse economie.

De held, die eind vorige week in zijn nieuwe functie werd benoemd, zal niet vrolijk geworden zijn van wat hij zag toen hij van zijn vervoermiddel afstapte en eens goed om zich heen keek. Want Turkije is in een collectieve depressie terechtgekomen na de beslissing van de autoriteiten om de koers van de nationale munteenheid, de lira, te laten zweven. In enkele uren tijd verloor de lira eenderde van haar waarde.

Weinigen betwijfelen dat de devaluatie de voorbode is van oplopende inflatie, hogere werkloosheid en sociale onrust, en dus potten mensen het geld dat ze hebben, op. ,,Normaal verhuur ik al mijn auto's voor het Slachtfeest'', zegt de eigenaar van een rent-a-car in Istanbul. ,,Maar dit jaar staan ze allemaal stil. Iedereen blijft thuis, uit angst voor de toekomst.''

Uit een opiniepeiling die gisteren openbaar werd gemaakt, blijkt dat er bij de Turkse bevolking geen twijfel bestaat wie verantwoordelijk is voor het financiële echec: de politieke klasse. Geen enkele politieke partij, zo blijkt uit de peiling, zou meer dan tien procent halen als er nu verkiezingen waren – zelfs de moslimfundamentalistische Partij van de Deugd, die de afgelopen dagen de regering fel kritiseerde, zou blijven steken op 9,6 procent.

Met name premier Ecevit en zijn ministersploeg moeten het ontgelden in de peiling. Het was een publiek meningsverschil tussen president Sezer en Ecevit over de aanpak van corruptie dat de financiële meltdown op gang bracht. Tijdens een vergadering met hoge militairen liet Sezer Ecevit immers weten dat hij niet genoeg doet om misstanden aan te pakken. Welbeschouwd was het dus Sezer die het conflict begon, maar uit de peiling blijkt dat maar liefst 77,8 procent van mening is dat ,,de daden van de president voldoen aan de verwachtingen van het publiek''. Voor Ecevit en de zijnen ligt dat percentage op een schamele 6,8.

Wellicht dat `tovenaar' Dervis de komende tijd wel eens zal overwegen een ticket terug naar Washington te boeken. Want als lid van het kabinet zal hij moeten samenwerken met collega's die in de ogen van de media en het publiek in diskrediet geraakt zijn.

Over de integriteit van Dervis zelf bestaat (evenals over die van Ecevit) geen twijfel, maar voor veel andere ministers ligt dat allemaal wat minder duidelijk. Sinds het debat over corruptie binnen de regering begon, worden er in de Turkse media geregeld lijstjes gepubliceerd van ministers die de eer aan zichzelf zouden moeten houden en opstappen. Of ze dat zullen doen is echter de vraag en of Dervis hen daartoe kan overhalen, een nog grotere.

En zo is het absoluut niet denkbeeldig dat de reddingsoperatie van Dervis, die van de coalitie niet de macht kreeg over belangrijke portefeuilles als planning en privatisering, zal stuklopen op het centrale probleem dat ook tot de ineenstorting van de lira leidde: het gebrek aan transparantie in het Turkse bestel. Weinigen in Turkije betwijfelen dat de financiële markten het land pas weer goed gezind zullen zijn als dat probleem uit de weg is geruimd.

Mocht Dervis de strijd tegen de corruptie frontaal aangaan, dan zal hij in ieder geval de president aan zijn kant vinden. Voor veel Turken is president Sezer inmiddels het boegbeeld geworden van een `nieuw' Turkije. Op een schaal van nul tot tien kreeg de president een waardering van 7,9 – hoger dan de militairen die van oudsher die lijst aanvoerden. In zijn toespraak ter gelegenheid van het Slachtfeest noemde Sezer corruptie ,,een grote bedreiging'' voor het land. Het corruptieprobleem is volgens de president ,,zo groot geworden dat het speciale aandacht behoeft''. Veel Turken knikten instemmend toen ze de woorden van Sezer hoorden. De komende maanden zal blijken of ook de politiek heeft geluisterd.