Weg met de schijnheiligheid

If you don't like it, you can suck his fucking cock!' Kwart over zes in de avond, de uitzending van The Addams Family op televisiezender Fox wordt even onderbroken voor reclame. Een bloot achterwerk verschijnt beeldvullend op het televisiescherm, terwijl een mannenstem opgewonden kreten schreeuwt over orale seks. Nederland anno 2001. Moderne kinderen zijn wel iets gewend, is blijkbaar gedacht bij het dagelijks rond etenstijd uitzenden van deze reclame voor het laatste Eminem-album. Ook elders wordt over de rapper erg luchtig gedaan. De beschrijving hoe hij zijn vrouw wreed vermoordt, de agressiviteit jegens homo's: het moet kunnen. Lynn Cheney, de vrouw van de Amerikaanse vice-president, protesteert ertegen. ,,Maar die is dan ook heel conservatief'', voegde een verslaggever van het Radio 1-Journaal er onlangs haastig aan toe, uit angst voor bekrompen te worden versleten.

De gangbare normen zijn drastisch gekanteld. Waar ex-Volkskrant-columnist Gerry van der List luttele jaren geleden de discriminatiepolitie achter zich aan kreeg wegens een pittig geformuleerde maar goed te verdedigen column over de Gay Games, komt de Amerikaanse homofoob weg met veel ernstiger teksten, en wordt diens in agressie en onverdraagzaamheid gedrenkte schuttingtaal door goedwillende recensies voorzien van een cultureel goedkeuringsstempel. Met als gevolg dat – leve de vooruitgang – horden basisscholieren nu vrolijk `suck my dick' zingen, onder het heffen van de middelvinger.

Deze nieuwe stap in de vergroving en verplatting van de publieke cultuur staat niet op zichzelf. Het verschijnsel blijft ook allerminst beperkt tot de `low culture' van `gangsta'-rappers en aanverwante artiesten. Integendeel, de verplatting doet zich ook voor in elitairder kunstvormen, en ook daar spelen de slappe knieën van voor bekrompenheid en burgerlijkheid bevreesde recensenten en andere culturele smaakbepalers een legitimerende voortrekkersrol.

De verplatting in de kunst is niet slechts een weerspiegeling van wat zich toch al in de maatschappij voordoet, het is steeds vaker omgekeerd: onder het hypocriete, cultureel correcte alibi `het is kunst dus het moet kunnen' fungeren de `hogere' cultuuruitingen steeds vaker als legitimator en wegbereider voor de voortgaande verplatting van het openbare leven. Onder het goedkeurend oog van recensenten en kunstpausen – die blijkbaar te bevreesd zijn om een keer gewoon te zeggen wat velen denken: is dit niet gewoon ordinaire platheid in een cultureel jasje? – schuiven de grenzen steeds een stukje verder op.

Levensgrote foto's van Jeff Koons terwijl hij zijn toenmalige vrouw en pornoster Ciccolina penetreert, de fecaliën van Gilbert & George, foto's van opgewonden en spuitende zelfkantpubers deftig tentoongesteld, de plasseksposters van het Gronings Museum, de provocerende reclameposters van het Zuidelijk Toneel, de schilderijen van een kinderverkrachting en een verkrachting in een concentratiekamp, het zijn slechts enkele van de bekendste voorbeelden in een reeks die nog steeds groeit. Niet alleen in de beslotenheid van het museum, dat nu eenmaal per definitie een vrijplaats moet zijn voor grensverleggende cultuur, maar in toenemende mate ook op posters, in kranten en andere publieksmedia, die de omstreden werken opvallend gretig in hun kolommen afdrukken. En daarmee wordt het sein op groen gezet voor verdere verplatting, ook op andere fronten.

Het mag van Frans Haks, dus het zal wel goed en cultureel correct zijn, is waarschijnlijk de gedachte. Wat door de hogere kunstpausen cultureel is goedgekeurd, `mag' in lagere culturele regionen natuurlijk ook, en van die gelegitimeerde normverschuiving wordt volop gebruikgemaakt. Onder het mom van een progressief en cultureel correct vernisje vertelt Hans Teeuwen op het toneel omstandig over de handelingen van een pedofiel, programmeert de publieke omroep vlak na Sesamstraat de grove grappen van stand up comedians, probeert Youp van 't Hek zijn hockey-uitstraling nog altijd te overschreeuwen door om de haverklap `kut' te roepen, duiken in `kunstfilms' steeds vaker regelrechte pornoscènes op, en tonen de kranten levensgroot een man die op het toneel een strijkijzer rondzwaait aan zijn buitenproportioneel opgerekte geslachtsorgaan.

Het ongemakkelijke gevoel hierover is geen misplaatste preutsheid. De situatie waarin half Nederland verhit opbleef omdat op televisie een blote borst zou worden getoond, was uiteraard ongezond. Maar een omgeving waarin kinderen van acht zich vermoeid en geïrriteerd – `alweer seks' – afwenden van televisie, krant of tijdschrift, getuigt van een situatie die in tegengestelde richting is doorgeslagen.

Door hun misplaatste angst om voor burgerlijk of preuts te worden versleten, dragen recensenten en andere culturele opinieleiders actief bij aan de algemene maatschappelijke verplatting, in plaats van tegenwicht te bieden. De gehanteerde dubbele moraal is hypocriet. De `lekkerste dozen van Nederland', in de abri-reclame van een pizzaboer, werden destijds unaniem als smakeloos en plat afgedaan, maar onder de veilige bescherming van een cultureel vernisje kan alles. Met Eminem op dit moment als luidruchtigste exponent, maar er zullen zonder twijfel nog vele volgen.

Het wordt tijd dat de benauwde `culturele correctheid' in smaakbepalende kringen dezelfde weg gaat als de politieke correctheid die in andersoortige debatten jarenlang de discussie verlamde en de normen stelde. In een volwassen en liberale maatschappij moet iedereen vooral kunnen doen, zien en vertonen wat hij of zij wil. Maar waar de beheersing vervalt om niet alle particuliere wensen en lusten overal en altijd in volle glorie te willen kunnen botvieren, verwatert een essentieel onderdeel van beschaving: fatsoen, uit respect en begrip voor anderen. Als dat gebeurt onder het beschermende etiket van Kunst, is dat misschien zelfs extra kwalijk. Er is niets tegen provocerende kunst, niets tegen gewaagde teksten en zelfs niets tegen (onverkapte) porno, maar tegen schijnheiligheid is een hele hoop.

Dr. T. Nierop is politiek-geograaf en freelance journalist.