Wat mis kan gaan rond euthanasie

De zaak-Van Oijen werd een ontluisterend voorbeeld van wat mis kan gaan rond euthanasie. Alleen daarover zijn de ruziënde betrokkenen het eens. Bezoek aan De Open Hof, waar mevrouw B. stierf. ,,Wij verkopen veiligheid.''

De directeur van verzorgingshuis De Open Hof in Amsterdam krijgt dreigbrieven. ,,Een huisarts wenste mij een pijnlijke dood'', zegt Theo van Essen. En op een kaart die hij laat zien staat: Uw schande gaat over de hele Westerse wereld: sterven als een varken!

Velen nemen woedend de pen ter hand, om wat huisarts Wilfred van Oijen volgens hen onterecht is aangedaan. Hij werd twee weken geleden als een moordenaar veroordeeld, omdat hij zich niet aan de regels voor euthanasie hield. Van Essen krijgt daarvan nu de schuld. Hij deed de aangifte.

Van Oijen vertelde zaterdag in deze krant wat voorafging aan het moment waarop hij in 1997 zijn 84-jarige patiënte mevrouw B. een dodelijke injectie gaf met een spierverslapper. Van Oijen zei dat De Open Hof hem de dagen daarvoor op cruciale momenten in de steek liet. Medicijnen die hij had voorgeschreven, waren niet toegediend. En daarover was gezwegen. ,,We hebben daarover zeker wel contact met hem proberen op te nemen'', zegt Van Essen. ,,Maar we konden hem niet bereiken.''

Toen Van Oijen weer bij mevrouw B. kwam lag zij in coma in haar eigen vuil en was haar natuurlijk overlijden nog maar een kwestie van uren. Dus gaf hij de injectie en meldde hij dat niet: hij vindt dat het geen euthanasie was, omdat de situatie al onomkeerbaar was. Van Essen zegt dat vlak daarna ,,een huilende ziekenverzorgster'' in zijn kamer stond. ,,Theo'', zei ze, ,,ik ben bang dat ik medeplichtig ben aan iets dat van de wet niet mag.'' Zij was erbij geweest, en Van Oijen had haar gezegd dat ze dit geen euthanasie mocht noemen. Vanaf dat moment is het snel mis gegaan tussen de arts en de directeur. Van Essen: ,,Dat ik hem daarop heb gezegd dat hij zeker dacht dat wij `een stel mongolen' waren, dat hielp natuurlijk niet.''

Van Essen noemt het ,,een zegen voor iedereen'' dat mevrouw B. overleed. ,,Maar zorgvuldigheid houdt daar niet op. En ook niet bij misschien onduidelijke regels van de overheid. Als je arts bent, hoort zorgvuldigheid in je wezen te zitten.'' Van Oijen zelf meent dat hij op het laatst niet anders kon dan mevrouw B. op humane wijze te helpen sterven. Van Essen zegt: ,,Je douwt een spuit in je patiënt en zegt de familie: `Zullen we er maar een eind aan maken?' Dat vind ik geen menselijk handelen.''Van Oijen bezoekt nog altijd andere patiënten van hem in De Open Hof, maar met Van Essen wisselt hij sindsdien geen woord meer. Eigenlijk zijn ze het nog maar over één ding eens: het sterven van mevrouw B. draaide uit op een ontluisterend voorbeeld van wat er mis kan gaan rond euthanasie.

In de Open Hof woont nog steeds de ex-echtgenoot van mevrouw B. Jan Dekker (85) ging een paar maanden voor haar overlijden op een andere kamer wonen. ,,We lagen in scheiding, want er was veel ruzie'', zegt hij. ,,Maar toen ze overleed was ik nog wel haar man. Toch wist ik van niets.''

Jan Dekker wil wel helder stellen dat hij het ,,wel begrijpt van Van Oijen''. Op het moment dat mevrouw B. overleed, had hij door alle onenigheid al weken geen woord gewisseld met haar dochters uit een eerder huwelijk, zegt hij. ,,Van Oijen heeft zich volledig door de dochters laten overhalen.'' En ach, zegt hij vertederd, hij kende Van Oijen al als klein jongetje.

Na enig aandringen was Van Essen bereid Jan Dekker uit te nodigen om mee te praten. ,,Ik wil niet dat de indruk wordt gewekt dat ik nu alle wapens in de strijd gooi.'' Dekker maakt al snel duidelijk dat je tegen hem dan wel een beetje moet schreeuwen, omdat zijn gehoor niet meer goed is, maar dat hij nog volledig bij de pinken is. Maak hém niets wijs over de regels voor euthanasie. Hij is tegenwoordig voorzitter van de cliëntenraad van De Open Hof. ,,We hebben hier een regeling voor euthanasie. De meeste ouderen snappen daar niet veel van, maar ze weten wel dat ze naar mij moeten komen als ze willen. En dat hun wens wordt volbracht.'' De honderd bewoners van het centrum hebben allemaal hun eigen huisarts, zegt Theo van Essen. ,,En op Van Oijen na zijn die 21 artsen zeer communicabel.''

Van Essen zegt voorstander te zijn van de zogeheten `stervenshulp'. Het gaat dan om gevallen waarin een arts het sterven kan versnellen als een patiënt zich al in een onomkeerbare terminale fase bevindt en tot een verzoek om euthanasie, in de wet de belangrijkste voorwaarde, niet meer in staat is. ,,Maar Van Oijen had nooit een verklaring van natuurlijke dood mogen opstellen, zoals hij deed. Een arts behoort te rapporteren.'' Hij noemt de ,,attitude'' van Van Oijen in de laatste twee dagen voor het overlijden van mevrouw B. ,,superieur en schokkend''. Is hij zelf ook arts? ,,Ik ben van huis uit verpleegkundige.'' Cynisch: ,,Dat schuurt hè, met dokters.''

Van Essen zegt dat euthanasie in De Open Hof ,,helemaal geen taboe is'', zoals Van Oijen zei. ,,Van Oijen noemt ons steeds `christelijk', alsof wij eng en naar binnen gekeerd zijn. Maar we zijn juist erg liberaal.'' Het huis is opgericht door de Hervormde Diaconie. ,,Maar vier jaar geleden heb ik hier de ramen opengezet. Ik wilde hier niet alleen hervormden.'' Was dat voor of na het overlijden van mevrouw B.? Van Essen weet het niet meer.

Een bezorgde Riagg-arts schreef Van Oijen dat een andere patiënte in De Open Hof had gezegd ,,dat het personeel te veel druk op haar uitoefende'' richting euthanasie. ,,Als dat waar is, lijkt dat me ernstig''. Heeft hij het niet onderzocht? ,,Moet ik ernaar vragen dan?'' Praat hij niet over euthanasiedilemma`s, bijvoorbeeld met collega's in andere verzorgingshuizen? ,,Het personeel praat veel over ethiek, maar daar zit ik niet bij. En directeuren onder elkaar hebben het er ook niet over. We hebben het te druk met de overgang naar de AWBZ en fusies.'' Euthanasie, vat hij samen, is nu ook weer geen onderwerp om mee te koop te lopen: ,,Wij verkopen hier veiligheid.''

Jan Dekker zegt: ,,Na het overlijden van mijn ex-echtgenote is Van Oijen het me komen vertellen. Mijn eerste vraag was: `Wat voor medicijnen hebt u gebruikt en hoeveel?''' Want stervenshulp, daar is Dekker niet op tegen: ,,Dus ik zeg: `Als het dood door pijnbestrijding was, dan ben ik voor.'''

Dekker is nog van de generatie die morfine opium noemt. ,,Na haar overlijden heeft Van Oijen me gezegd: `Ik heb niet zoveel opium gegeven, dat ze daaraan overleed.''' Pas twee jaar later, zegt Dekker, vertelde Van Oijen dat hij mevrouw B. met de spierverslapper alloferine had geïnjecteerd. Dat middel is niet erkend als medicijn dat mag worden gebruikt om lijden te verzachten in de stervensfase, met de dood als tweede effect. Dekker: ,,Ik trek scherp de grens: Als je zo, met één doel een injectie geeft, dan was het euthanasie.''

De rechtbank vond dat ook, en tilde zwaar aan het feit dat mevrouw B. nooit om euthanasie heeft verzocht. Ze gaf tegenstrijdige signalen; zei dat ze haar dochters wilde blijven zien, maar weigerde te eten of drinken. Jan Dekker biecht op dat hij enkele dagen voor haar overlijden ,,stiekem'', zonder dat de dochters het wisten, naar haar is toegegaan. ,,Ik weet niet of ze het echt door had, maar haar kennende weet ik zeker dat ze toen dood wilde.'' Nogmaals zegt Dekker: ,,Ik begrijp van Oijen wel.'' Peinzend: ,,Hij is werkelijk een heel kundige dokter. Met respect voor zijn patiënten. En niet bang om zijn nek uit te steken. Niet bang.'' Toch begrijpt hij ook dat Van Oijen om juridische redenen een moordenaar is. ,,Maar ik vind het heel hard. Minister Borst mag van mij nog eens naar de euthanasieregels kijken. Zoals ze nu zijn, zijn ze niet sluitend.''