Spechtencrèche

Op een open plek in het kale bos hoor ik gehamer. Het klinkt als hamertje tik, het kinderspelletje waarbij je houten pennen in een plank ramt.

Langs de open plek staan vier grote beuken. Hoog in elke boom zit een bonte specht. Door mijn verrekijker zie ik dat eentje bijna de tak waarop hij zit, heeft doorgehamerd. Andere dikke takken zien er gehavend uit, pokdalig, alsof ze acné hebben.

Ineens houdt het gehamer op. De specht die het dichtst bij mij zit, hipt wat omhoog. Langs de stam speelt hij verstoppertje, terwijl hij de boom tegenover zich in de gaten houdt. Dan vliegt hij op, een rood-witte vlek tussen de zwarte takken. Vlak voordat hij landt, vliegt de specht op wie hij afkoerst, naar een andere beuk. Alle vier wisselen ze van boom. Zolang als ik blijf kijken, hameren en spelen de spechten in hun crèche.