Schaatsers wentelen frustratie af op coach

Een breuk binnen de DSB-schaatsploeg lijkt onvermijdelijk na de harde kritiek van Jan Bos op coach Leen Pfrommer.

De wijze waarop de schaatssprinters Jan Bos en Marianne Timmer afgelopen weekeinde hun coach Leen Pfrommer onder vuur namen, had veel weg van een georganiseerde coup. Op een goedkope manier wentelden zij de teleurstelling over hun slechte prestaties tijdens de World-Cupwedstrijden in Calgary af op de voormalige legerofficier.

Pfrommers (te zware) trainingsschema's deugden niet en hij zou te veel oog hebben voor allrounder Ids Postma. Bos merkte op dat hij momenteel het gevoel heeft eerder een goede vijf kilometer dan een snelle sprint te kunnen rijden. Hoe het ook zij: `de chemie' tussen rijders en coach is ernstig verstoord. Een breuk binnen de DSB-formatie lijkt daarmee onvermijdelijk.

Maar iets, om niet te zeggen veel, klopt niet in de klaagzang van deze begenadigde schaatstalenten. Eerder dit seizoen, toen alles nog koek en ei was, legde de coach uit dat Bos juist een afstandelijke benadering prefereerde. Hoewel dat enigszins indruiste tegen de principes van de coach die uit het `Ard-en-Keessie'-tijdperk stamt, stemde Pfrommer erin toe dat zijn pupil deels zijn eigen gang mocht gaan.

Bos heeft genoeg zelfdiscipline, meende de geroutineerde schaatscoach uit Ermelo. Gezamenlijk stelden ze de trainingsschema's op voor de wintermaanden. Bos mocht zelf accenten aanbrengen, maar zijn coach wees hem erop dat hij zijn startsnelheid moest verbeteren. Pfrommer toen: ,,Jan wil na de zomermaanden het liefst zijn eigen coach zijn.'' Nu zegt de sprinter: ,,Ik heb iemand nodig die me achter de vodden zit.''

Bos en Timmer hebben het vakmanschap van Pfrommer openlijk ter discussie gesteld. Hij zou geen goede sprinttrainer zijn. De Canadezen presteerden immers wél het hele seizoen op hoog niveau. Misschien is dat een kwestie van de juiste wedstrijdmentaliteit. Wotherspoon, Ireland en LeMay-Doan presteren op de momenten dat het moet.

Bos, de stilist uit Hierden, was drie jaar geleden in Berlijn de eerste Nederlandse wereldkampioen sprint. Sindsdien verloor hij elk jaar terrein op concurrenten als Wotherspoon en Ireland. Vorig jaar lag dat aan coach Peter Mueller, nu voldoet Pfrommer weer niet in zijn ogen. Maar uitgerekend Pfrommer ontwikkelde, destijds als jeugdtrainer van de schaatsbond, de sprinttalenten van Bos. Vader Willem Bos verklaarde enkele maanden geleden nog dat Pfrommer toen het voorbereidende werk voor Mueller heeft gedaan. In elk geval koos zijn zoon zelf voor Pfrommer toen de schaatser zich afgelopen zomer aanbood op het kantoor van sponsor Dirk Scheringa. Het getuigt derhalve van onvolwassen gedrag dat hij Pfrommer nu publiekelijk aan de schandpaal nagelt.

Timmer laat zich eveneens moeilijk coachen. De diva van de Winterspelen in Nagano ('98) staat al drie jaar stil in haar ontwikkeling. Aanvankelijk voldeed Mueller niet, vervolgens was Geert Kuiper de schuldige en ging ze binnen Sanex haar eigen weg met Egbert van 't Oever. Ze nam deze Lissenaar mee naar DSB, waar Pfrommer op technisch gebied de supervisie heeft. Dus is Pfrommer in haar ogen nu debet aan het feit dat ze in het eindklassement van de World Cup als elfde eindigde op haar beste afstand, de 1.000 meter. Berekenend als ze is, kon ze vaak op het juiste moment `pieken'. Ook dat was er afgelopen seizoen niet meer bij.

De toenemende professionalisering in het topschaatsen eist zijn tol. De mannetjesputters van vroeger zijn verwende cracks geworden die hoge salarissen willen opstrijken. Alles moet tot in de puntjes zijn geregeld. De rijders willen als het ware in een leunstoel naar de start worden gedragen. Als de prestaties tegenvallen, gaat niemand bij zichzelf te rade. Het is de bond, de coach, het ijs, de organisatie en/of het weer.

Bos en Timmer hebben voor het komende, olympische seizoen heel wat noten op hun zang. Ze eisen speciale sprinttrainers op en buiten het ijs. Tevens willen ze sparringpartners in de ploeg. In een reactie heeft directeur sportzaken Hans van Goor al laten weten dat hij niets voelt voor een tweedeling binnen het DSB-team. En Pfrommer duldt geen coach naast zich. Zoals de kampioenenmaker van weleer nooit aantasting van zijn beleid heeft geaccepteerd. Er zullen nog heel wat gesprekjes op het DSB-kantoor in Wognum noodzakelijk zijn om een oplossing voor dit conflict te vinden.

Intussen zal Dirk Scheringa zich steeds meer afvragen waar hij aan begonnen is. Hij startte naast het marathonschaatsen, zijn grote passie, een langebaanploeg om de DSB-bank in de markt te zetten. Hij verbaasde zich de afgelopen maanden over de enorme exposure (NOS-tv!) die hij op een relatief goedkope manier terugkreeg voor zijn investeringen. Maar de voorzitter van AZ ergerde zich aan de intriges binnen het langebaanschaatsen. Het is mogelijk dat hij na de Winterspelen van 2002, wanneer de contracten aflopen, stopt als sponsor. Scheringa zal er inmiddels wel achter zijn dat hij zijn geld beter kan besteden.