Roken 2

De suggestie van minister Borst om bij het voorschrijven van cholesterolverlagende medicijnen roken niet mee te tellen als risicofactor, heeft geleid tot een misverstand, namelijk dat artsen rechercheur zouden moeten spelen en uitzoeken of een patiënt rookt of niet. Zo ligt het echter niet.

Het advies van de Gezondheidsraad komt er ruwweg op neer dat statines preventief zouden moeten worden voorgeschreven – en betaald – voor die mensen die een kans van 25 procent of meer hebben om in de komende 10 jaar een hartinfarct te krijgen. Dat zijn mensen met een (heel) hoog cholesterol, maar ook mensen met een licht verhoogd cholesterol die daarnaast hoge bloeddruk of diabetes hebben, of sigaretten roken. (Hartpatiënten blijven hier buiten beschouwing.) In totaal lopen ca. 200.000 tot 300.000 Nederlanders zo'n risico van 25 procent of meer. Tweederde van hen zijn echter rokers, en als die zouden stoppen zou bij velen het risico zakken onder de 25 procent. Wat Borst nu in feite heeft gezegd is: ,,Ik tel roken niet meer mee bij de risicoberekening''. Rokers en niet-rokers worden dan over één kam geschoren: iedereen die een heel hoog cholesterol heeft, krijgt statines, of hij rookt of niet. Bij mensen met een iets minder verhoogd cholesterol zouden hoge bloeddruk en diabetes nog wel meetellen als extra reden om cholesterolverlagende medicijnen te geven, maar roken niet meer.

Veel rokers hebben een hoog risico op een hartinfarct, en verlaging van het cholesterol verkleint dat risico. Dat kan een argument zijn om bij het uitdelen van statines rokers voorrang te geven. Maar kan het geld van deze medicijnen niet beter worden gebruikt om rokers te helpen om te stoppen? Dat kost minder en levert meer gezondheidswinst op, want statines helpen uitstekend tegen hartinfarcten, maar niet tegen longkanker en longemphyseem. Bovendien is stoppen met roken eenmalig en statinebehandeling levenslang, en dus duur.

De opschudding rond roken en statines is méér dan een incident. De medische research ontdekt steeds meer preventief werkzame geneesmiddelen, behandelingen en screeningen, en de kosten van dat pakket van behandelingen stijgen veel sneller dan de inkomsten van de staat.

Als de staat geld wil steken in preventie, is het goedkoper om dat te besteden aan het bevorderen van een gezonde leefwijze dan aan medicijnen. Inderdaad schrijft Borst in haar brief aan de Tweede Kamer dat ze voornemens is om het stoppen-met-roken beleid te intensiveren, al dan niet met medicamenteuze ondersteuning, dus nicotinevervangingstherapie. Op den duur zijn rokers daar meer mee gebaat dan met verlaging van hun cholesterol.