Polen erkent schuld jodenvervolging

De rooms-katholieke kerk in Polen erkent dat Poolse burgers verantwoordelijk zijn geweest voor de gruwelijke moord op 1.600 joden in 1941 in het plaatsje Jedwabne. Kardinaal Glemp, de leider van de Poolse kerk, gaf gisteren met zoveel woorden toe dat ,,de moord door middel van verbranding van de joodse bevolking die door Polen in een schuur waren gedreven, onbetwistbaar is''.

Het is de eerste keer dat de sterk patriottische kerk openlijk spreekt over de onmiddellijke betrokkenheid van Polen bij de jodenvervolging. De rooms-katholieke kerk in Polen heeft, samen met het grootste deel van de samenleving, altijd gezegd dat de jodenvervolging uitsluitend een zaak van de Duitse bezetter was en dat het Poolse volk zelf ook slachtoffer was.

In zijn toespraak voor een katholiek radiostation zei Glemp dat hij ook nu nog niet van collectieve schuld wil spreken. Hij wil een gebaar maken door samen met de opperrabbijn van Warschau te bidden.

In Polen brak midden vorig jaar een regelrechte Historikerstreit uit naar aanleiding van de gebeurtenissen in 1941 in Jedwabne. De Pools-Amerikaanse historicus en socioloog Jan Tomasz Gross beschreef in zijn boek Buren in detail hoe wreed de joodse bevolking van Jedwabne in juli 1941 werd vermoord door de plaatselijke bevolking.

Eerst werd op de joodse families ingehakt met bijlen, messen, hooivorken en knuppels waar spijkers in geslagen waren. Na een paar dagen werden de naar schatting 1.600 overlevenden bij elkaar gedreven in een schuur die vervolgens in brand werd gestoken. De plaatselijke bevolking heeft urenlang naar de vlammenzee staan kijken, terwijl een hoempabandje speelde om het gekrijs uit de vuurzee te overstemmen.

Jedwabne ligt in het oosten van Polen, in het gebied dat tot de zomer van 1941 onder het Molotov/Ribbentrop-verdrag bezet werd gehouden door de Russen. De moord op de joden had plaats kort nadat Hitler Stalin de oorlog had verklaard en de Russen waren vertrokken. De Duitsers waren net twee weken in het gebied.

Het communistische regime dat na de oorlog in Polen aan de macht kwam, schreef de moord op de joden toe aan de Duitsers. Wel werden er tijdens spoedprocessen vlak na de oorlog enkele Poolse inwoners van Jedwabne veroordeeld wegens medeplichtigheid. Althans op papier. Hun straf hebben ze nooit uitgezeten.

De ware toedracht van wat er op 10 juli 1941 in Jedwabne is gebeurd, bleef niet alleen tijdens het communisme onder tafel. Ook in de afgelopen tien jaar hebben Poolse historici zich niet met de kwestie willen bezighouden.

Jan Tomasz Gross beschuldigt in zijn boek de Poolse mede-inwoners van Jedwabne, en zelfs de Poolse `samenleving' van wat de gruwelijkste daad van Poolse burgers tegen joden is geweest. Gross baseert zich voor een belangrijk deel op de getuigenissen die meteen na de oorlog zijn opgetekend en sindsdien opgeborgen lagen in de archieven van het Joods Historisch Instituut in Warschau.

De `Historikerstreit' rond Jedwabne, die intellectueel Polen al maanden in zijn ban houdt, gaat vooral over de vraag of de getuigenissen waar Gross gebruik van maakt wel voldoende objectief zijn, en over de vraag of Gross wel mag spreken van ,,de Poolse samenleving'' als het – volgens sommigen – hooguit ging om ,,een stel barbaarse boeven''. Cruciaal is ook de vraag waar de Duitsers zich precies bevonden ten tijde van de massamoord. Ze zouden ten minste op de achtergrond aanwezig zijn geweest.

De rechtse historicus Tomasz Strzembosz noemt het bewijsmateriaal van Gross te dun en voert aan dat de haatuitbarsting tegen de joodse bevolking onder meer werd ingegeven door het feit dat joden in Jedwabne zouden hebben gecollaboreerd met de Russen. Ook voert hij aan dat Gross' belangrijkste bron, Szmul Wasersztajn, een agent van de communistische geheime politie zou zijn geweest.

Maandenlang schreven Poolse historici en journalisten kranten en tijdschriften vol over de kwestie die voor het eerst de onmiddellijke betrokkenheid van Polen bij de jodenvervolging aan de kaak stelt. Het feit dat de katholieke kerk nu officieel van mening is dat er geen twijfel meer is over de rol van de Polen, betekent een belangrijke stap in de verdere discussie.

Het recentelijk opgerichte instituut voor onderzoek naar het Poolse verleden tijdens nazisme en communisme (IPN) komt binnen een paar maanden met een eigen rapport. Directeur Leon Kieres bevestigde onlangs in New York dat er geen twijfel meer is over het feit dat Poolse buren de joden in hun dorp eigenhandig hebben omgebracht.

President Kwasniewski is vast van plan om tijdens de zestigste verjaardag van de massamoord, op 10 juli van dit jaar, namens het Poolse volk zijn excuses aan te bieden. Tegenover de Israëlische krant Jediot Achronot vertelde hij dezer dagen dat hij het boek van Gross tijdens de vakantie had gelezen en er dagenlang ziek van was geweest.

Buren is tot nog toe alleen in het Pools verkrijgbaar. Binnenkort verschijnt een Duitse editie en op 1 april komt het boek uit in de Verenigde Staten. De verwachting is dat de Amerikaanse uitgave wereldwijd een stroom van verontwaardiging zal losmaken. President Kwasniewski en kardinaal Glemp hebben alvast duidelijke posities ingenomen om de storm het hoofd te kunnen bieden.