Ongelijk

Het toeval liet zich weer eens van zijn beste kant zien. Een dag nadat ik in Amsterdam een forum had bijgewoond over het betreurde feit dat hoogopgeleide vrouwen zo moeilijk een hoogopgeleide man kunnen krijgen, hoorde ik op de Prinsengracht een jonge man iets tegen zijn vriendin schreeuwen.

Het klonk schel en onaangenaam. Ik ging achter hen lopen, want ik ben nu eenmaal op onze redactie aangesteld als speciale verslaggever voor Spontane Straatdialogen, waarvoor de afkorting SS niet altijd misstaat. Het was een uur of tien in de avond. De man bleek een jongen van tegen de twintig te zijn. Hij was lang en zwartharig en gekleed in een wit jack. Zijn donkerblonde meisje was zeker twee koppen kleiner en droeg een spijkerpak.

,,Jij moet nu even goed naar mij luisteren, Suzanne'', schreeuwde de jongen. ,,De stelling dat jij vaker naar mij toekomt dan ik naar jou staat mij ab-so-luut niet aan. Wat moet ik daarmee?''

De stelling dat. Hier sprak geen hand-, maar een hoofdarbeider in wording. Het meisje pruttelde zachtjes iets terug. Ik zou haar tijdens ons tochtje geen moment kunnen verstaan. Schaamte en angst hadden haar al bijna monddood gemaakt.

We staken door naar de Keizersgracht. De jongen had een voorsprong van enkele meters genomen. Af en toe hield hij halt in het licht van een winkelvitrine en dan barstte hij weer los.

,,Bespaar me je kutargumenten, Suzanne, waar haal je het allemaal vandaan? Je doet alsof het om feiten gaat, maar het zijn zomaar wat loze beweringen. Ik wil dat van jou helemaal niet horen, Suzanne, begrijp je dat nou niet?''

Het meisje bleef geslagen voor hem staan, het hoofd half gebogen. Ze droegen beiden een rugzakje. Het leken me studenten, op de terugweg van een of andere avondcursus. De ouders van Suzanne woonden misschien in de provincie en dachten dat het heel goed ging met hun dochter. Eindelijk had ze een leuke jongen, ook nog van behoorlijke komaf.

,,Ik geloof dat we het maar eens heel anders moeten gaan doen, Suzanne'', riep die jongen. ,,Als jij vindt dat alles van jou moet uitgaan, dan getuigt dat van weinig respect voor mijn inbreng. Misschien is het beter als ik me daarnaar ga gedragen. Dat ik dus voortaan inderdáád minder naar jou toekom. En misschien wel een poosje helemaal niet.''

Het meisje leek nu volledig ontredderd. Ze had zelfs niet meer de kracht om te fluisteren. Ze wachtte alleen nog maar af of hij bereid was de tocht te hervatten.

,,Wat zou je daarvan zeggen, Suzanne?''

Ik herinnerde me leraren van heel lang geleden die ook zo tegen je tekeer konden gaan. Van wie zou hij dit gedrag hebben afgekeken? Eerder van zijn vader dan van een moderne leraar, vermoedde ik.

Ik liet hen achter in hun ongelijke strijd, voordat ik mijn zelfbeheersing had verloren en geroepen: Suzanne, snijd hem de ballen af, nú, meteen, voor het te laat is.