Hoe gaat je geldspeling zijn?

,,Heb je nou aan iemand gevraagd hoe de koers op het moment is?'' vroegen bezorgde Hollandse vriendinnen voordat ik voor een paar maanden naar Suriname vertrok. ,,Dan weet je waar je aan toe bent.'' Het was niet bij me opgekomen. Ik was bezig niks te vergeten: hangmat en klamboe, olijfolie en mosterd, boeken en cd's, sandalen en shorts en natuurlijk cadeautjes uit het land van overvloed.

Het leven is niet beheersbaar en vol zekerheden, al lijkt dat in Holland wel zo. Holland, waar water uit de kraan stroomt en elektriciteit uit het stopcontact. Waar elke voortschrijding gereguleerd is en veilig door verkeersborden en stoplichten. Joseph Conrad drukt het treffend uit in zijn verhaal `An outpost of progress': ,,Few men realize that their life, the very essence of their character, their capabilities and their audacities, are only the expression of their belief in the safety of their surroundings.''

,,No span, meisje'', maak je niet druk, raadde een vriend mij aan toen mijn planning een keer flink in de soep liep. Je computer kan het begeven onder de vele stroomwisselingen of omdat een kamrawenke, hagedisje, zich erin genesteld heeft. Je auto is vaak kapot en kan soms een tijd niet rijden omdat de onderdelen eerst moeten worden ingevlogen.

In Suriname wordt je vindingrijkheid voortdurend uitgedaagd. ,,Hoe leef je met die voortdurende instabiliteit?'' vroeg ik eens. ,,Je kent het `kikkeronderzoek' toch?'' was het antwoord. Een kikker werd in water gezet waarvan langzaam de temperatuur werd verhoogd. Die kikker hield het goed uit. Een verse kikker die er vervolgens bij werd gegooid, ging dood. Ook mensen blijken zich, als de situatie geleidelijk verslechtert, heel ver aan te passen. Zo vertelt Shanti: ,,Toen ik een keer in het vliegtuig naar Holland zat, merkte ik opeens dat er een last van me was afgevallen. Ik had niet meteen door wat het was. Ineens besefte ik dat ik me even geen zorgen hoefde te maken. I sabi, toch: wat ga ik vandaag voor een puntje betalen, waar ga ik een gasbom vinden, weer een staking van de landsdienaren, zodat die kinderen niet naar school gaan.''

,,De koers biedt geen houvast, zolang je niet weet hoe je geldspeling gaat zijn'', beaamt Martha, wat verdien je en wat kun je ermee doen. Een pakje shag kost een derde van de prijs in Holland. Goedkoop, nô? En als je maandinkomen een tiende van een Hollands maandsalaris is?

We zitten in de auto op weg naar de supermarkt voor mijn eerste boodschappen. Ze geeft alvast wat tips: ,,Koop wc-papier en je Parbo-bier bij Colorado Store, hoor, die is het goedkoopst.'' Bij de kassa wisselen we elk honderd ennef, Hollandse guldens, voor 93.000 Surinaamse. Goddank staat ze naast me bij het afrekenen. Als ik dertienhonderd in plaats van dertienduizend gulden geef, graait ze de juiste biljetten uit mijn hand.

Martha is docente aan de lerarenopleiding en verdient nu 600.000 gulden. Op de terugweg lamenteert ze: ,,Ik kom echt niet meer uit!'' Sinds haar wasmachine drie jaar geleden kapot ging, wast ze op de hand. Op het erf heeft ze een plek vrijgemaakt om groenten te planten. Vorig jaar begaf haar tv het. ,,Ik heb nu veel meer tijd om te lezen!''

Regelmatig uit ze aan een niet aanwezig gehoor het dreigement dat ze het land gaat verlaten, getriggerd door wanorganisatie van het onderwijs of verwaarlozing van honden. Nu bracht de prijsverhoging van de wijn met vijftig procent haar op een nieuw criterium om het land te verlaten: ,,Als ik geen geld meer heb om dagelijks twee glazen wijn te drinken. De rest kan me niet schelen.''