Het DNA-dilemma

In maart en april a.s. wordt in de Rode Hoed een serie debatten gevoerd over het DNA-dilemma. Blijkens een aankondiging in NRC Handelsblad, dat deze debatten mede organiseert, zal het met name gaan over de praktische toepassing van DNA-technieken op het gebied van de landbouw, de rechtspraak en de geneeskunde. Wetenschappers en politici zullen hun licht laten schijnen over vragen als: Kunnen genetisch gemanipuleerde gewassen het wereldvoedselprobleem oplossen? Is een DNA-test in strijd met de privacy van de verdachte? Willen we ons nageslacht kunnen voorspellen?

Mij dunkt dat deze vragen voorbijgaan aan het eigenlijke DNA-dilemma. Het eigenlijke DNA-dilemma betreft de `DNA-cultuur' die onze samenleving thans in haar greep heeft. Weliswaar verwijzen bovengenoemde vragen naar belangrijke ethische problemen. Het gaat hier echter alleen over de ethiek van de toepassing. Vragen naar de impact van het `DNA-denken', van de `DNA-beweging' als zodanig, worden niet gesteld.

In een debat over het eigenlijke DNA-dilemma dienen heel andere vragen gesteld te worden; bijvoorbeeld: Hoe verhoudt zich het primaat van het DNA tot de werkelijkheid van het organisme? Wat doet een `berekenbare' ingreep in de celkern met het levende organisme, dat principieel onberekenbaar is? In hoeverre reduceert het gen-denken het organisme tot niet meer dan een regelsysteem?