Euroland groeit langzaam scheef

`Robuust' zo noemde ECB-president Duisenberg voor het Europees Parlement de vooruitzichten voor de euro-economie in de eerstvolgende jaren. Maar dat geldt niet voor alle eurolanden afzonderlijk. De onderlinge verschillen lopen op.

Geen twee jaar van economische groei van tegen de 3 procent gaat Euroland tegemoet, maar drie jaar. Die wetenswaardigheid meldde president Duisenberg van de Europese Centrale Bank (ECB) gisteren bij zijn bezoek aan het Europese Parlement, dat de bankpresident aan de tand voelde over het monetaire beleid.

Dat de ECB vol vertrouwen is over het vermogen van de euro-economie om de terugslag van de Amerikaanse economie te weerstaan, was al bekend. Duisenberg meldt dit al sinds het afgelopen najaar. Maar de belofte dat er ook op de langere termijn geen schade zal zijn, is nieuw. Duisenbergs voorspelling dat de inflatie in het eurogebied – nu 2,6 procent – in de loop van het jaar zal terugvallen naar de 2 procent die de ECB maximaal nastreeft, had gisteren ook al een grotere zekerheid dan de bankpresident in eerdere uitlatingen liet doorsijpelen.

De stoere taal uit Frankfurt zal dit jaar echter zeker niet overal in Europa zo worden gevoeld. Sinds vorige week de economische groei in Duitsland in het vierde kwartaal binnenkwam op 2,6 procent jaar op jaar, en slechts 0,2 procent van kwartaal op kwartaal, zijn met name voor Duitsland de verwachtingen fors teruggeschroefd. De zakenbanken Morgan Stanley en J.P. Morgan zien de Duitse economische groei voor 2001 op minder dan 2 procent. Dat is niet zo heel erg veel beter dan de ruim 1,5 procent economische groei die voor dit jaar in de Verenigde Staten wordt verwacht, en waar de hele financiële wereld al twee maanden van op zijn kop staat.

Tegenover de zwakke Duitse prestaties staat een veel gunstiger beeld voor de andere kant van de Europese as: Frankrijk. De economische groei in Frankrijk, en overigens ook in Italië, viel over het vierde kwartaal juist mee. Met een verwachte economische groei van 2,9 procent dit jaar doen de Fransen het substantieel beter dan Duitsland.

Daarmee blijft het wringen met de Europese as. Sinds 1994, na afloop van de laatste valuta-oorlogen in Europa, groeit de Franse economie al gemiddeld 0,6 procent sneller dan de Duitse. Dat geeft in Duitsland langzamerhand voedsel aan de gedachte dat de Franse franc destijds tegen een te lage koers de euro in is gegaan. Of liever, omdat ook de rest van de eurolanden een veel snellere groei vertoont dan Duitsland, dat de Duitse mark tegen een te hoge koers tegenover alle andere munten in de Europese munt is opgenomen. Duitsland is zo de Europese race begonnen met een achterstand, die pas op termijn in te halen valt.

Het groeiverschil, dat dit jaar volgens de meeste analyses vooral komt door de verhoudingsgewijs grote Duitse export naar buiten het eurogebied (de Franse blijft voornamelijk binnen Europa), maakt dan ook kans een bres te slaan in het tot nu toe gesloten front van het monetaire beleid van de ECB.

Dat het pan-Europese beleid geen rekening kan houden met de licht oververhittende kleinere economieën aan de rand van de eurozone, waaronder Finland, Ierland en Nederland, is nog wel te verkopen aan het grote publiek. Maar Duitsland is een grootmacht, en de roep aan het adres van Duisenberg om soepeler te zijn met de rente, die in oktober nog werd verhoogd naar 4,75 procent, bereikte vorige week in de Duitse media al een stormkracht.

Hoe verhoudt dat zich met de positie die de ECB op dit moment inneemt? Dat heeft veel te maken met de koers van de euro. Op de valutamarkt heeft de Europese munt nog steeds niet kunnen profiteren van het oplopende gat tussen de Europese en de Amerikaanse economische prestaties. Vanmorgen stond de munt op 0,9260 dollar per euro, en in die windstille contreien zwalkt de munt nu al bijna een maand of drie.

Dat de ECB de rente zal verlagen, staat voor de meeste partijen op de valutamarkt wel vast. Het gaat er alleen om hoe. De rente verlagen vanuit een positie van kracht is goed voor de munt. De rente verlagen vanuit een positie van noodzaak, kan slecht uitvallen. Geeft de bank toe aan Duitse druk, dan ontstaat de indruk dat de rente wordt verlaagd omdat het noodzakelijk is om de euro-economie op stoom te houden. Beter kan de indruk worden gewekt dat de euro-economie goed draait, en de inflatie enkel nog wat moet dalen voor de ECB het zich wil permitteren een renteverlaging door te voeren.

Stoere taal van de ECB over de economische vooruitzichten is daarbij onontbeerlijk, maar is doorspekt met onzekerheden. Dat de euro-economie zich als geheel nu nog goed houdt onder de Amerikaanse groeivertraging is nauwelijks een argument. Zo snel gaat de `besmetting' niet in de reële economie. De gedaalde groeicijfers van nu zijn nog een erfenis van de hoge energieprijzen. Het zal nog maanden duren voordat een eventuele Amerikaanse schok daadwerkelijk voelbaar wordt. En de centrale bankiers alle zeilen bij zullen moeten zetten om het eurofront gesloten te houden.