De kansen van een multicultuur, daar gaat het om

Men kan zich niet onttrekken aan het gevoel dat problemen rondom etnische minderheden nu in het centrum van het debat in de samenleving staan. Talloze rapporten concluderen dat duizenden vluchtelingen of onlangs genaturaliseerden de Nederlandse taal niet machtig zijn. De afstand tot de arbeidsmarkt zou steeds groter worden. Het gaat voortdurend om onderwerpen met een negatieve lading; men spreekt zelfs van een multicultureel drama dat zich in onze samenleving voltrekt.

Doorgaans worden problemen opgesomd. Grote aantallen mensen worden over één kam geschoren en in een beperkt aantal termen ondergebracht. Tegelijkertijd ontbreekt een gefundeerde discussie over de oorzaken van de achterstanden. De discussies zelf zijn zelden gericht op het signaleren van gezamenlijke mogelijkheden en potentiële kansen. De talenten en capaciteiten worden gelaten voor wat zij zijn. Gaandeweg is er een opvatting ontstaan dat de achtergronden van deze mensen zelf een verklaring kunnen geven waarom het met hen niet naar wens gaat. Zo worden religie en cultuur heel vaak als de verklarende factoren genoemd.

Het besef ontbreekt dat deze problemen niet alleen door de samenleving als last worden ervaren, maar ook door de betrokken individuen zelf niet wenselijk worden geacht. Men ziet niet in dat een groot deel van de oorzaken van de ontstane situatie terug te vinden is in de maatschappelijke processen zelf.

Ongeacht of het om de eerste of de tweede generatie gastarbeiders, immigranten of vluchtelingen gaat, hebben deze mensen een gemeenschappelijk punt dat hen tevens zo verschillend maakt van de rest van de samenleving. Zij zijn allen onderhevig aan de maatschappelijke wetten van het behoren tot verschillende sociaal economische milieus. Met name gaat het in onze maatschappij om de gevolgen die deze hebben op de mogelijkheden voor de persoonlijke ontwikkeling, scholing en de sociale positie van een individu ten opzichte van andere individuen en de instituties.

Ik kan me nog goed herinneren hoe ik een kleine vijf jaar geleden als vluchteling zelf heb kunnen ervaren hoe deze onzichtbare krachten een grote rol speelden. In het verplichte `inburgeringstraject' wordt met nadruk gesteld dat het aanleren van de Nederlandse taal en integratie in de Nederlandse samenleving de primaire doelen van het traject zijn. Ik dacht toen dat mijn ambitie om te gaan studeren hier mooi op aansloot. Om tijdens een universitair voorbereidend jaar de taal snel en goed te gaan leren en daarna te gaan studeren. Hierdoor kon ik in één klap zowel mijn eigen wensen als de doelen van het inburgeringstraject bereiken, was mijn redenering.

Echter, al na de eerste gesprekken over de mogelijkheden tot het volgen van een dergelijk voorbereidend jaar met de instantie die voor mijn inburgering moest zorgen, zag ik hoe men probeerde me van mijn doel weg te zuigen en me weer in overeenstemming te brengen met een of ander artikel van een beleidsnota waarin zoiets zou staan als: `onder inburgering met betrekking tot de Nederlands taal wordt verstaan het aanleren van de taal op het niveau van `goedemiddag', `alstublieft', `bedankt', `ik heet', `dat is een huis' ', `dat is een auto' '.

Het enige en tevens sterkste argument van mijn gesprekspartners was: `je taalniveau laat te wensen over om het programma op de universitair niveau te kunnen volgen'. Ik heb op vele manieren geprobeerd uit te leggen dat juist het feit dat ik mijn Nederlands op het voor de studie noodzakelijke niveau wilde brengen, de reden was waarom ik deze voorbereidende cursus wilde volgen. Alles was vergeefs. Het leek alsof ze de weg naar de universiteit niet kenden of het traject me niet gunden.

Ik dacht eerst dat ik gewoon pech had gehad. Toen ik later van ervaringen van anderen hoorde, werd het mij duidelijk dat het eerder over een patroon gaat dan over een uitzondering. Er bestond geen gevoel over de waarde van een hoogopgeleid iemand voor de samenleving als geheel. En in het algemeen werden de individuele mogelijkheden niet hoog ingeschat.

Een goede opleiding voor veel mensen uit milieus van vluchtelingen, asielzoekers en gastarbeiders nog steeds niet vanzelfsprekend. En nog steeds wordt niet beseft dat hieraan niet in de allereerste plaats een gebrek aan capaciteiten en vermogens van deze groeperingen ten grondslag ligt.

Toch zijn er ontwikkelingen gaande die aan deze ongelukkige situatie een positieve wending kunnen geven, ook in het belang van de Nederlandse samenleving.

Zo zijn veel studenten uit de achterstandmilieus ondanks de opgeworpen barrières de laatste jaren afgestudeerd. Het gaat om doorzetters die veel moesten opofferen om de diploma's te halen. Individuen die volkomen zelfverzekerd en onafhankelijk zijn, zijn in de loop der tijd tot experts op eigen vakterrein geworden. Toch worden ze niet of in onvoldoende mate gewaardeerd door de samenleving in het algemeen en door het bedrijfsleven in het bijzonder. Juist op dit punt mist de samenleving een kans. Door te laten zien dat deze mensen gewaardeerd worden en door ze een voorbeeldrol te laten vervullen, kan een vicieuze cirkel doorbroken worden. Dit vraagt echter een proactieve benadering van de kant van de overheid en het bedrijfsleven.

Daarnaast biedt de zich uitbreidende kenniseconomie kansen voor goedopgeleide leden van minderheidsgroeperingen. Een samenleving wordt steeds meer afgerekend op haar vermogen creatief om te gaan met haar bronnen van kennis. Zo wordt haar internationale positie versterkt. En de hoogopgeleiden zijn een van de waardevolste schatten van een maatschappij geworden. Om aan de steeds toenemende behoefte aan gekwalificeerde individuen te voldoen, moet ervoor worden gezorgd dat talenten en capaciteiten uit de achterstandmilieus volledig worden benut. Mensen moeten op een actieve wijze ondersteund worden op de weg naar een goede opleiding.

Het effect kan tweeledig zijn. Door het opleidingspotentieel van deze groepen te benutten, kan Nederland als samenleving beter functioneren. Verder zou Nederland zo een model voor andere landen kunnen zijn.

We staan sterker als we de uitdagingen van onze tijd samen aangaan.

Erman Doric is van Bosnische afkomst. Hij is voorzitter van de Bosnische Studenten Associatie, De Cirkel, en studeert beleid, Communicatie en Organisatie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam.