Bezwaren tegen herbouw van ATF

De Regionale Inspectie Milieuhygiëne tekent bezwaar aan bij de Raad van State tegen de door de provincie Friesland verstrekte beschikking voor herbouw van de chemische afvalverwerkingsfabriek ATF/De Pijp in Drachten.

ATF brandde op 12 mei vorig jaar af, waarbij giftige chemicaliën vrijkwamen. Het bedrijf vroeg vorig jaar herbouw aan. De provincie gaf toestemming, omdat het bedrijf beloofde strengere veiligheidsmaatregelen te nemmen. Zo zouden er niet langer grote voorraden chemisch afval op het bedrijfsterrein staan. Het aangevoerde afval zou direct worden gesorteerd en afgevoerd.

De Inspectie verzoekt deze week bij de Raad van State de vergunning te schorsen. Volgens een woordvoerder van de Inspectie is het niet duidelijk waardoor de brand bij ATF kon ontstaan. ,,Daardoor is het ook niet mogelijk te beoordelen of de nieuwe situatie veiliger zal zijn dan de oude.''

Volgens de provincie is dit wel het geval. ATF vroeg door middel van een zogeheten ,,melding'' herbouw aan, op grond van de oude vergunning. De inspectie vindt dat onderzoek moet uitwijzen of een aangepaste, strengere vergunning nodig is. Een woordvoerder van de provincie Friesland zegt dat een onafhankelijk onderzoeksbureau onderzoekt of de vergunning moet worden aangescherpt.

Uit een bodemonderzoek in opdracht van de provincie bleek vorige week dat de bodem niet verontreinigd was en er geen gevaar zou zijn voor de volksgezondheid. De Friese Milieufederatie en prof.dr. Lucas Reijnders, die allebei in de begeleidingscommissie zaten, distantieerden zich van de conclusies. Volgens hen was wel degelijk sprake van verhoogde concentraties zware metalen op bepaalde locaties. Reijnders en de Friese Milieufederatie pleiten voor aanvullend onderzoek.