Proces in Zuid-Afrika om prijs medicijnen

Voor het Zuid-Afrikaanse Hooggerechtshof proberen 39 farmaceutische bedrijven te verhinderen dat Zuid-Afrika goedkope versies van medicijnen op de markt gaat brengen.

In Pretoria is vandaag een rechtszaak begonnen die verstrekkende gevolgen kan hebben voor zieke mensen in ontwikkelingslanden, en mogelijk een keerpunt betekent voor de farmaceutische industrie. Zuid-Afrika zegt dat veel medicijnen, waaronder aids-remmers, te duur zijn. Het wil ze daarom op eigen bodem laten namaken of ze importeren uit landen waar ze goedkoper zijn. De wet die dit mogelijk maakt werd al in december 1997 goedgekeurd. De farmaceutische industrie, die een miljardenmarkt te beschermen heeft, kwam onmiddellijk in actie en begon een proces.

Beide partijen vechten een strijd uit in naam van 's werelds armsten, in het bijzonder namens de zo'n 22 miljoen met hiv geïnfecteerde Afrikanen. Concreet gaat het om de prijs van een medicijn als fluconazole, dat in zogeheten aids-remmende `cocktails' wordt gebruikt. In Nairobi kost dat 6 dollar per pil, in Thailand kost een goedkope versie 30 dollarcent. Zuid-Afrika wil voortaan zelf kunnen bepalen of het fluconazole uit Thailand parallel importeert, door een Zuid-Afrikaans bedrijf een goedkope versie laat maken of zaken gaat doen met Cipla, een Indiaas bedrijf dat generieke medicijnen produceert.

Volgens hulporganisaties als Oxfam en Artsen zonder Grenzen, die de Zuid-Afrikaanse regering steunen, is de rechtszaak typisch voor ,,de duistere kant van de mondialisering''. In India en Brazilië staat de regering de productie van generieke medicijnen al jaren toe. De farmaceutische bedrijven die tegen Zuid-Afrika ten strijde zijn getrokken zeggen echter dat hun inkomsten op het spel staan. De industrie heeft zijn hoge prijzen altijd gerechtvaardigd met het argument dat het ontwikkelen van nieuwe medicijnen veel geld kost. Het wetsvoorstel is vooral oneerlijk, zeggen ze, omdat die hun patenten niet langer beschermt. ,,Een wezenlijk gebrek aan middelen om zelfs maar rudimentaire zorg aan veel burgers te kunnen geven'' is de indirecte oorzaak van honderdduizenden sterfgevallen door aids, aldus een overkoepelende handelsorganisatie.

Niet alle argumenten zijn even overtuigend voor wie de omvang van de farmaceutische industrie beschouwt: GlaxoSmithKline, het grootste farmaceutische bedrijf ter wereld, produceert vier van de tien aids-remmers die momenteel beschikbaar zijn. Het boekte vorig jaar een winst van ruim 5 miljard Britse pond. De meeste medicijngiganten beseffen inmiddels dat ze de schijn tegen hebben, en dat het slecht voor het imago kan zijn om aan aids lijdende Afrikanen met een jaarinkomen van 60 dollar alleen een behandeling van 10.000 dollar ter beschikking te stellen.

In mei vorig jaar kondigden de vijf grootste westerse medicijnproducenten daarom aan dat ze bereid waren te onderhandelen met Afrikaanse regeringen om de prijzen voor aids-remmers met tot in het beste geval 80 procent te verlagen. Het bericht werd ontvangen zoals de bedrijven gehoopt hadden: als een omslagpunt, zowel voor de industrie als voor de miljoenen mensen die aan aids lijden. Maar de details van het voorstel bleven geheim, en alleen GlaxoSmithKline maakte bekend hoever de prijsverlagingen konden gaan. Over die verlagingen zouden achter gesloten deuren, van medicijn tot medicijn, van bedrijf tot bedrijf, en van land tot land onderhandeld worden. Negen maanden later zijn nog maar met drie landen overeenkomsten gesloten: Oeganda, Rwanda en Senegal. GlaxoSmithKline heeft beloofd aan Oeganda en Senegal de aids-remmer Combivir te verstrekken voor twee dollar in plaats van de gebruikelijke vijf dollar per dag, een prijs die nog onder die van de generieke versie ligt. Maar Oxfam stelt daar tegenover dat Oeganda's budget voor de volksgezondheid slechts 14 dollar per persoon per jaar is.