Portugal soms nog derdewereldland

Door het instorten van een brug in het noorden van Portugal zijn gisteravond vermoedelijk meer dan zeventig mensen om het leven gekomen. Oorzaak: verwaarloosd onderhoud.

Portugal is een land van contrasten geworden. Tussen de hoofdstad Lissabon en tweede stad Porto ligt een splinternieuwe snelweg met voor Europese begrippen hypermoderne, volautomatische tolsystemen. Even verderop denderde tot gisteravond het verkeer over een 116-jaar oude brug met een wegdek van amper drie meter breed. De hevige regenval van de laatste tijd zorgde ervoor dat een van de stenen pijlers van de stalen brug, op de weg tussen de vlakbij Porto gelegen stadjes Castelo de Paiva en Penafiel, werd weggeslagen door de rivier. Een toeristenbus en twee auto's stortten in de Douro.

Over de Douro staan meer oude bruggen. Misschien wel de beroemste staat op de grens met Spanje, waar de rivier Duero wordt genoemd. Het ontwerp is afkomstig van Gustave Eiffel, de architect van de gelijknamige toren in Parijs. Eiffels hangbrug ziet er gevaarlijk uit. Die indruk wordt niet alleen gewekt door het duizelingwekkende ravijn waar de rivier in het grensgebied doorheen stroomt, maar ook door het loszittende asfalt, de uitgesleten gaten voor de waterafvoer en het slappe hekje aan weerszijden van de brug. De brug, die alleen ruimte biedt aan eenrichtingverkeer, trilt mee met de auto's.

De sterke contrasten in Portugal zijn volgens economen het zichtbare resultaat van de onevenwichtige economische groei die het land in de jaren negentig heeft doorgemaakt. Tussen de Anjerrevolutie in 1975 en 1986, het jaar dat Portugal tot de Europese Unie toetrad, was het straatarme land in de greep van politieke en economische chaos. In de jaren negentig veranderde Portugal in de snelst groeiende economie van Europa. In 1986 bedroeg het inkomen per hoofd 56 procent van het EU-gemiddelde, vorig jaar was dat gestegen tot ruim 75 procent.

Maar Portugal lijkt er de laatste jaren maar moeilijk in te slagen het resterende gat met Europa dicht te lopen. Een veelgehoorde vergelijking met Groot-Brittannië luidt als volgt: Groot-Brittannië is een rijk land met arme enclaves, Portugal is – nog steeds – een arm land met rijke enclaves. De Portugese econoom Abel Mateus berekende vorig jaar dat het nog minstens twintig jaar duurt voordat Portugal Europa kan bijbenen.

Een blik op de lijst met bussen die de afgelopen vijftien jaar vanaf gammele bruggen naar beneden zijn gestort, zegt genoeg. Portugal schaart zich in dit opzicht in een rijtje ontwikkelingslanden: India, Kenia, Zimbabwe, Bangladesh. Twee weken geleden nog ging een vrachtwagen in de buurt van Lissabon dwars door een brugreling. De wagen stortte bovenop een woonhuis waar de brug indertijd overheen was gebouwd.

De verbetering van de Portugese infrastructuur heeft in de jaren negentig een enorme impuls gekregen vanuit de Europese Unie. Zo is er tegenwoordig een snelweg die het noorden en het zuiden van het land met elkaar verbinden. Een ander in het oog springend voorbeeld is de zeventien kilometer lange brug die de oostelijke oever van de Taag verbindt met Lissabon. Er wordt inmiddels gesproken over een derde brug over de Taag. Maar het is goed mogelijk dat de ramp van gisteravond er toe leidt dat de prioriteiten worden verschoven naar het binnenland.

Tot 2006 ontvangt Portugal vanuit Brussel nog een hulppakket van 50 miljard euro (ruim 110 miljard gulden). Daarvan is 4 miljard euro bestemd voor infrastructurele projecten, 7 miljoen voor gezondheidszorg en 15 miljard voor regionale ontwikkeling. Volgens sommigen is dit de laatste grote financiële injectie die Portugal krijgt. De meeste EU-fondsen zullen tegen die tijd worden opgeslokt door nieuwe Oost-Europese lidstaten. Portugal moet dus opschieten.