Houtbranche ziet niets in verplichting keurmerk

De verkoop van duurzaam hout slaat nog niet echt aan in Nederland. Houtproducenten menen dat een verplicht keurmerk hen onnodig op kosten jaagt. ,,Wij willen geen label op iedere tandenstoker.''

De houtindustrie in Nederland heeft grote weerzin tegen een verplicht keurmerk voor duurzaam geproduceerd hout. Milieuorganisaties zijn juist voorstander van een wettelijke regeling. Dit voorjaar behandelt de Eerste Kamer een wetsvoorstel over een verplicht keurmerk voor `goed hout'.

Waarschijnlijk in mei bespreekt de Eerste Kamer het voorstel van Marijke Vos (Groen Links) dat etikettering van hout en houtproducten verplicht moet maken. Vos wil een certificering van hout, zodat consumenten kunnen zien of bijvoorbeeld de planken in de bouwmarkt duurzaam zijn geproduceerd. Hoewel het wetsvoorstel in principe alle houtproducten betreft, zijn uitzonderingen mogelijk. ,,Wij willen natuurlijk geen label op iedere tandenstoker,'' zegt beleidsmedewerker W. Richtert van Groen Links. ,,De wet moet effectief zijn en niet uitmonden in buitenproportionele lasten met weinig resultaat. Voor gerecycled papier willen we een uitzondering maken. Daarvan kan je heel moeilijk de herkomst achterhalen.''

Milieuorganisaties steunen het wetsvoorstel van Marijke Vos van harte. Als start van een publiekscampagne voor duurzaam hout blokkeerde Greenpeace vorige week maandag een vrachtschip met Canadees hout in de haven van Vlissingen. Het schip zou `fout hout' aan boord hebben, dat op milieuonvriendelijke wijze - met bulldozers - zou zijn gekapt in de oerbossen van de deelstaat British Columbia.

De houtverwerkende industrie in Nederland is niet blij met de verplichte certificering van hout. De sector erkent dat duurzame bosbouw belangrijk is, maar ziet niets in een verplichte etiket. Er is immers al een keur aan vrijwillige keurmerken voor `goed hout', waarvan het FSC-keurmerk van de Forest Stewardship Council het bekendst is.

De Stichting Keurhout controleert in Nederland de diverse houtcertificaten. Voorzitter W.L. Hoekzema: ,,Het systeem van vrijwillige certificering begint te werken in ons land. Ik ben ervan overtuigd dat de consument milieubewuster wordt en meer gecertificeerd hout zal kopen.'' Verder vreest Hoekzema dat de wet veel administratie oplevert en de sector op kosten jaagt.

Volgens Groen Links werkt het vrijwillige systeem niet. Richtert: ,,De vrijwillige certificering bestaat nu tien jaar. Desondanks gaat het steeds slechter met de bossen. Bovendien dreigt een wildgroei aan houtkeurmerken.'' Richtert ziet een ,,vreemde discrepantie'' tussen wat de industrie zegt en wat men doet. ,,Iedereen vindt duurzame bosbouw belangrijk en steunt het doel ruimhartig. Maar zo gauw meer dwingende maatregelen worden voorgesteld, heeft het bedrijfsleven grote bezwaren.''

Op dit moment vormt hout met een FSC-keurmerk 8 à 10 procent van het totale volume van ongeveer 15 miljoen kubieke meter bouwhout in Nederland. Het percentage is de laatste jaren gegroeid (3 procent in 1999, 5 procent in 2000), mede door inspanningen van de Stichting Goed Hout. Milieuverenigingen en houtverwerkende bedrijven hebben deze organisatie in 1999 opgericht om samen te proberen duurzaam hout populairder te maken. Goed Hout wil dat in 2003 een kwart van het in Nederland gebruikte hout gecertificeerd is. Drie jaar later moet moet dat 50 procent zijn. Ook het kabinet overweegt nieuwe maatregelen om de certificering van hout te stimuleren. Bijvoorbeeld een belasting op niet-duurzaam geproduceerd hout zoals al werd voorgesteld in het derde Nationaal Milieubeleidsplan (NMP3) in 1998.