Gehard op de fiets

Niets aan zijn uiterlijk, niets aan de blik in zijn ogen en niets aan het geluid van zijn stem doet vermoeden dat Johan Museeuw een wielrenner is. Zachte ogen en een zachte stem die in een permanente staat van berusting schijnen te verkeren. Het jachtinstinct van een roofdier lijkt hem vreemd. Zelden geeft deze 35-jarige Belgische wielerkampioen de indruk een man te zijn die ongeduldig bezig is het eeuwige leven te verwerven als beloning voor zijn verbazingwekkende prestaties.

Elke keer wanneer zijn geduld op de proef wordt gesteld, richt Museeuw zich als een rozige leeuw op uit zijn verraderlijke pose. Dan rekt en strekt hij zijn spieren, laat hij geeuwend zijn tanden zien en wint hij moordende wedstrijden als de Ronde van Vlaanderen (driemaal), Parijs-Roubaix (tweemaal), het wereldkampioenschap, Parijs-Tours, de Amstel Goldrace, de Omloop Het Volk, het Belgisch kampioenschap (tweemaal), Touretappes, groene en gele Tourtruien, en wereldbekers (tweemaal). Dan wint hij als vanzelfsprekend.

Hij heeft lang niet het talent van zijn legendarische landgenoot Eddy Merckx – ook zo'n man met de luie oogopslag van een slapende leeuw. En evenmin het talent van andere landgenoten als Roger De Vlaeminck, Rik van Looy en Rik van Steenbergen – mannen met de eeuwige jagersblik. Johan Museeuw is meer het type sportman dat zich pas blootgeeft wanneer men het niet verwacht. Menigeen vergelijkt hem met de Leeuw van Vlaanderen, maar dat getuigt van gebrek aan historisch besef of is het gevolg van intellectuele luiheid. Museeuw is een wielrenner die zichzelf en zijn gevolg vaak in verbazing achterlaat over zoveel onvermoede prestatiedrang.

Museeuw is geen harde man van geboorte. Het leven op de fiets heeft hem gehard. Mannen zoals hij houden de wielersport levend. Geen sport die meer tot de verbeelding spreekt als hij wordt bedreven door mannen die lijf en leden durven te pijnigen en niet klagen over hoofdpijn en een loopneus. Wat is dat toch, dat zo misprijzend over wielrenners wordt gedaan en zo hoogdravend over voetballers? Geen sportwereld is loucher dan de voetbalwereld, geen sportman is meer tot valsheid geneigd dan de voetballer. Ga naar het voetbalstadion en men wordt overweldigd door wanklanken en misvertoon.

Natuurlijk is de heroïsche wielersport allerminst vrij van kuiperij. Maar het bloed en het zweet van wielrenners neemt veel argwaan weg. Alleen al de manier waarop Johan Museeuw zijn sport beleeft en herbeleeft, is fascinerend. Eerst was er in 1992 zijn heupbreuk, toen in 1998 de gebroken knieschijf die bijna leidde tot beenamputatie als gevolg van een wondinfectie maar die tot verwondering van de behandelend artsen genas. Museeuw vocht terug, eerst op één valide en één minder valide been, net zo lang tot hij weer over de kracht beschikte met twee benen te fietsen en belangrijke wedstrijden te winnen.

Vorige zomer werd Museeuw tijdens een ritje met een van zijn zoons en zijn vrouw op zijn Harley Davidson door een auto aangereden. Vrouw en zoon bleven ongedeerd, vader brak een sleutelbeen, een heup en liep een zware hersenschudding op die hem als gevolg van een bloedprop bijna noodlottig werd. Maar natuurlijk genas hij. Museeuw weet wat zijn lichaam aankan. Dat is de wetenschap die wielrennende dertigers als Museeuw hebben opgedaan.

Mensen die zijn leed van nabij hebben ervaren, noemen hem een medisch wonder. Hijzelf zegt in een diepzinnige bui weleens dat weinigen beseffen hoe zwaar zijn gevechten zijn geweest. Hij is van ver gekomen, weet Museeuw. Hij is van ver gekomen om zijn missie te volbrengen. Hij wil van het leven blijven winnen.