Gaddafi blijft van eenheid dromen

De Libische leider Gaddafi heeft vrijdag tijdens een top in Sirte de Afrikaanse leiders ertoe bewogen een Afrikaanse Unie op te richten. Of het veel verder dan de oprichting zal komen, is twijfelachtig.

Libië is altijd te klein geweest voor Moammar Gaddafi. Vroeger was de invloedrijke Egyptische leider en pan-Arabische nationalist Gamel Abdel Nasser zijn grote voorbeeld. Maar Nassers pretenties steunden op het grote Egypte, met zijn grootse geschiedenis. Gaddafi heeft weliswaar veel olie, en dus veel geld, maar slechts een paar miljoen onderdanen. Als staat stelt zijn Libië nauwelijks iets voor. En dat telt in de harde wereldpolitiek. Zijn plannen om door middel van fusies met andere Arabische landen de Arabische wereld te verenigen, wekten indertijd alleen lachlust op. Een gek, noemde de toenmalige Egyptische president Sadat hem openlijk. Op Arabische topconferenties vinden zijn collega-leiders hem alleen maar hinderlijk.

Eind jaren negentig wendde Gaddafi zich af van de Arabische wereld die hem niet begreep. ,,De Arabische wereld heeft haar tijd gehad. Afrika is het paradijs'', zei hij. ,,Ik zou willen dat Libië een zwart land werd.'' De doorslag gaf de geringe steun die hij van de Arabische leiders kreeg in zijn strijd tegen het vliegverbod dat de Verenigde Naties tegen Libië hadden afgekondigd om Gaddafi ertoe te dwingen de twee Libische verdachten in de Lockerbiezaak uit te leveren. De Organisatie van Afrikaanse Eenheid (OAE) hield in 1997 speciaal een bijeenkomst in Tripoli om Gaddafi Afrika's solidariteit te betuigen. Verarmde Afrikaanse leiders kon Gaddafi met wat financiële steun ertoe bewegen een verboden vlucht naar Tripoli te maken. Zijn Arabische collega's kon hij hiertoe niet bewegen.

Zijn fusie-obsessie viert hij sindsdien bot op Afrika. In 1999 onthulde hij op een top in het speciaal daarvoor gebouwde groenmarmeren congresgebouw in de stad Sirte voor het eerst zijn grandioze plan voor een Afrikaanse Unie, naar het model van de Europese Unie, die het continent zijns inziens onbeperkte welvaart zal geven en de wereld een noodzakelijk tegenwicht voor de Verenigde Staten. Afgelopen week volgde tijdens Sirte II de oprichting ervan.

Maar Afrika lijkt stilletjes het Arabische voorbeeld te volgen. Talrijke Afrikaanse leiders waren inderdaad naar Libië gekomen voor de top – het is moeilijk om weg te blijven als de gastheer je achterstallige OAE-contributie heeft betaald en je regelmatig forse bedragen toestopt. Gaddafi staat bovendien bekend om zijn gulle onthaal. Alle 46 aanwezige OAE-lidstaten (van de 53) ondertekenden de oprichtingsverklaring. Maar de plannen moeten worden geratificeerd door twee derde van de lidstaten voor ze van kracht worden. Dat kan wel even duren, en daarna doemen vanzelf nieuwe obstakels op.

Want Afrika is een continent van rivaliteit en oorlog, niet van eenheid. Gaddafi zelf is al jaren vruchteloos aan het vrede stichten, in Soedan bijvoorbeeld, en in Congo. En hij heeft met zijn oliegeld wel de armste leiders gekocht, maar landen als Nigeria en Zuid-Afrika hebben hun eigen ambities en invloedssferen. Daarin past geen Afrikaans parlement dat in Libië zetelt. Ook zijn veel leiders niet vergeten dat Gaddafi in de jaren zeventig en tachtig zijn geld gebruikte om rebellen te steunen en hun regimes te destabiliseren.

In eigen land ontmoet Gaddafi's pan-Afrikaanse fixatie intussen nogal wat verzet – geen profeet is in eigen land geëerd. Gaddafi heeft in het kader van de eenheidsgedachte de grenzen wijd opengezet voor migranten uit zwart Afrika, maar zijn onderdanen klagen dat de Afrikanen drugs, prostitutie en aids meebrengen. Vorig jaar werden tientallen `Afrikaanse broeders' doodgeslagen toen een straatruzie in grootscheepse rellen ontaardde. Talrijke Soedanezen, Tsjadiërs en Nigerianen moesten worden geëvacueerd. Zij verklaarden later tegenover de pers hoe akelig zij in Libië werden behandeld. Gaddafi voelde zich gedwongen om een rondreis door de regio te maken om uit te leggen dat het om een ,,racistische, imperialistische samenzwering'' ging en om de schade te vergoeden.