EU-landen moeten vaccinatie veestapel snel weer invoeren

De huidige uitbraak van mond- en klauwzeer is het gevolg van de afschaffing van vaccinatie tegen deze veeziekte in 1992. Deze maatregel moet onmiddellijk worden teruggedraaid, vindt Wim Köhler. Het zou bovendien een logische stap zijn op weg naar een diervriendelijker en duurzame landbouw.

Gesloten kinderboerderijen, ontoegankelijke natuurgebieden, voor het eerst een kievitseierenzoekverbod in Nederland. Gedode herten, stuiptrekkende schapen, varkens en koeien achteloos in een metalen containerbak gekieperd. De dieren waren niet ziek, maar enkele stalgenoten waren recent uit Groot-Brittannië overgekomen. Dat is de toestand in Nederland nadat onder Brits vee mond- en klauwzeer (MKZ) uitbrak. Aan de overkant van de Noordzee brandden al honderden veestapels, want de Britten kiezen goedkoop voor de middeleeuwse open vuren, niet voor afvoer naar de verbrandingsoven. Groot-Brittannië moest het dit weekend doen zonder paardenraces en rugbywedstrijden en de regering stelt wellicht de verkiezingen uit. De onrust duurt al twee weken en breidt zich uit, evenals het doden en vernietigen van dieren, met de begeleidende telelensbeelden van hijskranen en shovels die duidelijk maken dat dieren soms slechts gevaarlijk afval zijn.

Het is allemaal het resultaat van de afschaffing van de vaccinatie tegen mond- en klauwzeer in 1992. Niet alleen in Nederland, in de hele Europese Unie verboden toen de overheden de bescherming van het vee tegen mond- en klauwzeer door vaccinatie. Onderzoekers van het ministeriële onderzoeksinstituut in Lelystad (tegenwoordig ID Lelystad) zeiden toen al dat de vaccinatie te vroeg werd afgeschaft. Zij verwachtten binnen tien jaar een epidemie. En ze hebben gelijk gekregen.

Maar het vaccinatieverbod verruimde de mogelijkheden voor vleesexport naar landen als Japan, Zuid-Korea en de Verenigde Staten. Die landen willen geen vlees van gevaccineerde dieren importeren omdat ze bang zijn om in plaats van een gevaccineerd dier een besmet maar nog niet ziek dier binnen hun grenzen te krijgen. Het onderscheid tussen beide is bij een test aan de grens niet te maken.

De vleesexport naar Japan leverde de afgelopen paar jaar tientallen miljoenen guldens op. En de Nederlandse agrarische industrie bespaarde 100 of 200 miljoen op de vaccinatiekosten. Ieder jaar weer. Daarom bungelen nu de koeienlijken aan één poot boven de brandstapels.

Nu is het mond- en klauwzeer. Vijf jaar geleden was het de varkenspest waarvoor de stamping out draaiboeken uit de kast op het ministerie van Landbouw kwamen. Ook die ziekte is met een vaccin uitstekend te bestrijden. Ook die vaccinatie verbiedt de EU uit exportoverwegingen. Honderdduizenden varkens werden toen gedood en tot hondenbrokjes verwerkt, terwijl ze hun armetierige leven leidden om door ons te worden opgegeten.

In de decennia voorafgaand aan het vaccinatieverbod bleef Nederland 25 jaar gevrijwaard van grote MKZ-epidemieën, op een kleine uitbraak in 1984 in de Noordoostpolder na. Daarvan is wel gefluisterd dat hij is ontstaan vanuit het onderzoekscentrum en de vaccinfabriek van het ministerie van Landbouw in Lelystad. Daar in Lelystad worden mond- en klauwzeervaccins bereid voor landen die hun dieren nog wel vaccineren om de ziekte buiten de boerderijdeur te houden. In Azië, Afrika en Zuid-Amerika zijn uitbraken van mond- en klauwzeer een normaal verschijnsel. Landen en boeren die het zich kunnen veroorloven beschermen hun vee tegen de ziekte door vaccinatie.

Met het vaccinatieverbod in de EU is binnen Europa een kwetsbare populatie landbouwhuishouddieren ontstaan die de afgelopen jaren, door de veranderde landbouwbedrijfsvoering en de toegenomen reislust van de Europeanen, alleen maar vatbaarder is geworden. Tijdens de twee weken durende incubatietijd van mond- en klauwzeer in Groot-Brittannië zijn tienduizenden dieren het Kanaal en de Noordzee over vervoerd. En vanuit Nederland vertrokken in diezelfde weken ongeveer 40.000 dieren in vrachtwagens naar het buitenland. Bijvoorbeeld om na een paar weken in stallen in het appellationgebied van de Parmaham te zijn afgemest aanmerkelijk in waarde vermeerderd in de Nederlandse slagersvitrine terecht te komen. Parmaham brengt heel wat meer op dan de roze Nederlandse gekookte ham. Het infectiegevaar zit niet alleen in het verslepen van vlees en dieren over honderden kilometers. Ook de toegenomen reislust van Europeanen naar landen waar MKZ heerst vergroot het gevaar op een Europese uitbraak. Het een dag eerder uit Thailand meegenomen broodje dat op de eerste wandeling back home achteloos over een hek in de country side is geworpen, dat mogelijk de oorzaak is van de MKZ-uitbraak in Groot-Brittannië, heeft spreekwoordelijke vormen aangenomen. Ook wijzen de beschuldigende vingers naar een varkensboer die onvoldoende gekookt restaurantafval aan zijn dieren voerde. Zelfs is erover gesproken dat leden van een actiegroep tegen de bio-industrie een besmette boterham in de stal hadden geworpen. Het is niet moeilijk een MKZ-epidemie te beginnen. De plaatsen waar de epidemieën heersen zijn bekend en daar is het virus op te halen.

De beslissing om de MKZ-vaccinatie af te schaffen om de export te kunnen bevorderen leek tien jaar geleden heel gewoon. Tegenwoordig vermeldt het ministerie als bijkomend argument dat de Europese consument geen vlees van gevaccineerde dieren wil eten. Maar dat is onzin. Het blijkt nergens uit dat de consument dat niet wil en bovendien is al het vlees dat bij de slager ligt afkomstig van tegen andere ziekten gevaccineerde koeien en varkens.

Tegenwoordig vindt de consument vooral de achteloos bungelende dierenlijken ongewenst. Daarom gaat hij minder vlees eten. Voorlopig zal dat zo blijven, stelden de ministers van Landbouw van de EU vorige week vast, en ze besloten runderen aan de slacht te onttrekken en te vernietigen om de vleesprijs te stabiliseren en vleesbergen te voorkomen. De Nederlandse minister van Landbouw Brinkhorst verzet zich daartegen. Hij wees fier op het doel van de koe: voedsel voor de mens. Brinkhorst vindt het tegen de waardigheid van de koe, het varken en het schaap om het dier op de wereld te zetten, het in minimale omstandigheden slachtrijp te maken, maar het vervolgens aan de menselijke voedselketen te onttrekken. Niet omdat het vlees gevaarlijk is voor de mens, maar om de kas of de exportpositie van de EU te beschermen.

De minister heeft gelijk en hoort dat principe ook toe te passen bij de bestrijding van infectieziekten onder het vee. Als er een vaccinatie beschikbaar is, moeten dieren daarmee worden beschermd. Alle EU-landen moeten zo snel mogelijk de vaccinatie tegen varkenspest en mond- en klauwzeer weer invoeren. De uitbraken met hun brandstapels en het preventief doden van gezonde dieren zijn dan verleden tijd – op een enkele kleine uitbraak na door veranderend virus en vaccin.

Bijeffect is dat Japan en de VS ons vlees niet meer zullen importeren. Dat is niet erg. Dat is zelfs goed voor wat zo modieus de groene landbouw en de duurzame economie heet. Nederland heeft zich verplicht zijn CO2-uitstoot te verminderen. Minder transport is daarvoor een probaat middel. Gesleep met vlees over de halve aardbol is, behalve voor de portemonnee van enkele handelaren, nergens goed voor, want eetbare dieren leven over de hele wereld. Hoe minder vlees we exporteren hoe minder vee er in Nederland hoeft te leven. Dat sluit aan bij het beleid om de veestapel in te krimpen. En minder vee betekent minder import van veevoer, minder mest in de grond en minder mineralen in het grondwater. Vaccineren tegen mond- en klauwzeer en ook tegen varkenspest is, kortom, een logische stap op weg naar een diervriendelijker en duurzame landbouw.

Wim Köhler is redacteur van NRC Handelsblad.