Dijkstal wil af van vragenuur

VVD-fractieleider Dijkstal wil af van het wekelijkse vragenuurtje in de Tweede Kamer. Dijkstal vindt deze vorm van debat met de regering niet langer zinvol. De andere fracties in de Kamer wijzen de suggestie af.

Dijkstal lanceerde zijn idee gisteren in het tv-programma Buitenhof. Hij zei daar dat de Kamer vaak te kleine kwesties aan de orde stelt en bewindslieden bovendien regelmatig ondervraagt over onderwerpen waar zij geen ministeriële verantwoordelijkheid voor dragen. De VVD'er vindt dat de Kamer andere middelen heeft, zoals de interpellatie, om bewindslieden indringend te ondervragen en zich bij kleinere onderwepen moet beperken tot schriftelijke vragen.

Het Kamerlid Hillen (CDA) erkent in een reactie dat het vragenuurtje ,,niet altijd even sprankelend is'', maar volgens hem heeft dat vooral te maken met gebrek aan dualisme bij de regeringsfracties. ,,Als er een paarse minister wordt aangevallen, roepen zij direct: afblijven.'' Volgens Hillen ,,zou het veel beter zijn als de regeringsfracties hun controlerende taak wat serieuzer zouden nemen''.

Het Kamerlid Vendrik (GroenLinks) vindt ook dat de regeringsfracties ,,weinig bakken'' van het vragenuurtje. Zelf ziet hij het vragenuurtje juist als een geëigend instrument, omdat een fractie hierbij zonder toestemming van andere fracties actuele onderwerpen met de regering kan bespreken. ,,Als je alleen nog zware middelen voor alleen grote kwesties mag inzetten, kunnen we ook wel driekwart van de plenaire debatten afschaffen'', aldus Vendrik.

Ook van de regeringsfracties krijgt Dijkstal geen steun. D66-fractieleider De Graaf noemt het ,,onzin'' dat de Kamer het recht zou opgeven vragen aan de regering te stellen. Als de VVD kritiek heeft op de kwaliteit van de vragen, moet zij daarover een debat voeren, vindt De Graaf.