Dansers die flubberen van zelfexpressie

Hoe belangrijk èn gevaarlijk de relatie tussen dans en muziek kan zijn, bewijst Eco de Silenci van de Spaanse choreograaf Juan Carlos García maar weer eens. Toch nam Itzik Galili, artistiek leider van het Groningse gezelschap Noord Nederlandse Dans/Galili Dance, de choreografie van García uit 1993 in zijn repertoire op.

De Spanjaard laat vier dansers bewegen op de eerste akte van de Derde Symfonie van Henryk Gorécki dat met tergend langgerekte violen elke hersenactiviteit van het publiek lam legt. Door de muzikale massa en mysterie is het sowieso al lastig om de dans te laten overheersen, en García vertaalt de diepte in een bewegingsidioom dat de valse pathetiek van de edelkitsch benadert. De dansers fladderen onder vier hanglampen die ze met een koordje afwisselend aan en uit doen. Zo nu en dan krioelen ze naar elkaar toe, maar liever staan ze in hun eentje te flubberen van zelfexpressie in lelijke hobbezakken. Het is duidelijk dat Eco de Silenci een echo is van een of ander drama. De ijzersterke danser Philipp Stummer probeert de muziek nog te overschreeuwen, maar het is een schreeuw uit zwakte, omdat García geen dansend antwoord heeft op Gorécki. De Pool heeft een interpretatie van een Spanjaard niet nodig, laat staan die van stuurloos bewegingsgehuppel.

Van iets meer originaliteit, zij het onvergelijkbaar, getuigt het mimestukje Duel van Luca Silvestrini en Bettina Strickler uit 1998. Een clowneske man en vrouw plagen elkaar onschuldig met hun voor de ander onverstaanbare moedertalen, inclusief de Hongaarse en Italiaanse varianten van `de kat krabt de krullen van de trap'. Met enige goede wil is er nog wel een diepere gedachte in te ontdekken. Wanneer de Hongaarse de namen van vleesgerechten voorbij laat komen en tegelijkertijd het vlees op haar dijen als zodanig bestempelt, wordt het woord heel bijbels vlees. Duel is ongetwijfeld autobiografisch en geinig, maar meer dan een lekkere dansloze amuse gueule is het niet.

De enige echte wereldpremière in het programma is van de Amerikaanse choreograaf Stephen Shropshire, sinds 1999 als danser aan Galili Dance verbonden. In zijn Trout lijkt een gemaskerde man willoos overgeleverd aan vijf dansers die hem aan een kruisverhoor onderwerpen. Ze trekken beurtelings de stoel en verhoortafel bij hem vandaan. Blind geeft hij zich over aan het acrobatisch gegoochel met zijn `gevangen' lichaam. Eén van de dansers ontfermt zich tenslotte met liefde over de man; zo slecht is de wereld nog niet. Trout is een sympathieke en beetje schoolse choreografie met een nogal rommelige muziekkeuze. Shropshire heeft nog niet een eigen stijl gevonden, maar met wat minder voorzichtigheid en meer bravoure zal hij een eind komen.

Met kop en schouders steekt de choreografie For many days now van Galili er boven uit. De meester maakte dit duet in 1995, maar kleedde het nu iets meer aan. Door de systematisch uit de hemel vallende rozen, de muziek van Arvo Pärt, de vaag poëtische tekst over tijd, en de voortreffelijke vertolking van Philipp Stummer en Sara Wiktorowicz, bereikt Galili wat zo mooi kan zijn aan het theater: de verwondering.

Nederlandse Dans/Galili Dance: The art of three, met choreografieën van Luca Silvestrini & Bettina Strickler, Juan Carlos García, Itzik Galili, Stephen Shropshire. Gezien 3/3 Stadsschouwburg Groningen. Tournee t/m/ 19/5. Inl. (050) 5799441 of www.nnd.nl