Chinese regering zet beleidslijnen voort

De Chinese premier Zhu Rongji heeft vandaag, op de eerste dag van de jaarlijkse zitting van het voltallige parlement de economische, politieke en sociale richtlijnen bekend gemaakt voor de komende vijf jaar. In zijn negentig minuten durende presentatie van het tiende vijf-jarenplan (2001-2005) heeft Zhu aangedrongen op onverminderde economische groei, een actieve bestedingspolitiek, aandacht voor de boeren en aanhoudende strijd tegen de verboden geloofsbeweging Falun Gong.

Hoewel Zhu heeft gezegd dat het tiende vijf-jarenplan wordt gekarakteriseerd door ,,stategische, macro-economische en beleidsmatige'' voorstellen, en minder ingaat op ,,specifieke doelstellingen'', lijkt het plan ver af te staan van hetgeen haalbaar is in China. Op een goed deel van de problemen die Zhu in het plan aansnijdt, hebben de communistische leiders steeds minder grip. Kwesties aangaande corruptie, werkloosheid, de toenemende ongelijkheid en de grote achterstand op China's enorme achterland kwamen allen aan bod, maar veel van de bijna drieduizend afgevaardigden moeten zich hebben afgevraagd hoe zij de wensen van de Chinese regering in de praktijk moeten brengen. Een van de grootste problemen is de noodgedwongen inperking van de centrale macht en de toenemende bestuurlijke zelfstandigheid en ongehoorzaamheid in de regio.

Zhu's samenvatting over de vooruitgang die tijdens het laatste vijf-jaren plan is verwezenlijkt, geeft een indrukwekkend beeld. Maar het valt te betwijfelen of iedereen het er mee eens is dat die vooruitgang de verdienste is van ,,de goede getimede en juiste bestuurlijke beslissingen van het centraal comité van de communistische partij, met Jiang Zemin in het centrum.'' Steeds meer Chinezen zijn van mening dat ze de vooruitgang in hun persoonlijk leven vooral aan zich zelf hebben te danken.

Zhu Rongji refereerde slechts twee keer indirect aan het belang van de private sector terwijl die goed is voor meer dan 60 procent van het bruto nationaal product.