Celstraf als rustgevend middel

Het zijn niet eens echt zware jongens, de drie criminelen uit Straf, maar ze bezitten desondanks een zwart hart. Theatergroep Maccus speelt een milde voorstelling over drie veroordeelden, jongens nog, die om het een of andere misdrijf in de gevangenis verblijven. Het zijn een Nederlander (Ewout Bomert), een Duitser (Udo Demandt) en een Marokkaan (Karim El Guennouni). Op het toneel worden ze met hun voornaam genoemd. Ze zitten hun straf uit omdat ze moeten leren zich aan te passen, maar ook om te luisteren en te begrijpen dat liegen iemand nog verder op het verkeerde pad kan brengen.

Regisseur Jos van Kan, die eerder opviel met Vertel Medea vertel, is ver afgeweken van elk realisme. Het decor stelt geen nauw bemeten cel van slechts luttele meters voor, maar wordt gedomineerd door een drumstel en een achterwand als een gymnastiekrek. In de loop van de voorstelling worden daarop talloze uitvergrote foto's geprojecteerd. Van Kan beriep zich bij deze voorstellingen op twee documentaire boekwerken die het leven in de penitentiaire inrichting van Vught beschrijven, de zwaarst bewaakte gevangenis van Nederland. De boeken, Op cel door Lennarts en Horsten en 100 dagen stilte van Peter Pollet, tonen het gevangenisleven niet zozeer als een verschrikkelijke straf, maar als een mentaal proces, zelfs het woord `meditatie' valt. De acteurs omringen zich met tientallen foto's die het gemis en de leegte in hun gevangenisbestaan symboliseren. Als een van hen muziek mist, toont hij een foto van een oor. De moeders van de jongens komen aan bod, het uitzicht uit de cel, bomen, een opname van de zee waarop je de golven hoort ruisen. Door de weidsheid van deze foto krijgt de gevangeniscel alsnog de klemmende benauwenis die hij vereist.

De Duitse jongen Udo moet van zijn medegevangenen een flinke anti-Duitse hetze verdragen. De Nederlander wil hem het liefst op zijn Amerikaans op de elektrische stoel zetten. Ter voorbereiding hiervan toont hij een stoel des doods als speelgoed. Dat is een sterke scène, die de verbeelding van de toeschouwer voedt.

Als ritmische aanjager van Straf dient een drumtoestel. Udo Demandt speelt daar tintelende composities op van Fant de Kanter. De voorstelling mist echter een hechte dramatische opbouw, er ontstaat, afgezien van de speelgoedstoel, geen katharsis. Ook kon ik niet opmaken of ze hun leven zouden gaan beteren als ze hun straf hebben uitgezeten. De voorstelling doet, behalve schouwburgen, ook jeugdgevangenissen, scholen en tbs-klinieken aan. Dat is een optimistisch besluit, ingegeven door de ideële drang jeugdcriminaliteit te voorkomen. Straf is toneel met een missie. Datzelfde optimisme straalt de voorstelling uit. Een gevangenisstraf biedt de geest rust. Een gevangene denkt met compassie aan zijn moeder. Hier is gevangenis vooral een ander woord voor oord van stilte, zonder confronterende hardheid.

Voorstelling: Straf door Theatergroep Maccus. Regie: Jos van Kan. Muziek: Fant de Kanter. Gezien 2/3 Rotterdamse Schouwburg. Tournee t/m 29/4. Inl. (015) 212 29 77 of www.maccus.nl