Als de begroting maar klopt

In zijn pas verschenen boek Pleisters op de ogen sabelt oorlogscorrespondent Arnold Karskens niet alleen genadeloos zijn lafhartige collega's neer maar laat en passant ook geen spaan heel van de kortzichtige en vooral krenterige opdrachtgevers die het liefst voor een dubbeltje vanuit de voorste vuurlinie het nieuws willen betrekken. Met name bij de radio blijken de rekenmeesters behoorlijk aan de macht. Zo mag correspondent Harald Doornbos in Joegoslavië zijn leven wagen voor 3200 gulden bruto per maand, maar hij moet dan wel meebetalen aan zijn onontbeerlijke satelliettelefoon van 20.000 gulden. En dus legt Karskens met zijn boek onbewust ook nog eens de rekenmeestercultuur bloot die begin jaren '70 langzaam maar zeker onze maatschappij binnensloop en kwaliteit onderhevig maakte aan het reiskaartje.

Hilversum ontslaat in die tijd al z'n studio musici en gaat over op het gratis muziekaanbod van de naar goedkope reclamezendtijd hunkerende platenmaatschappijen, die op hun beurt weer hun keuze van te promoten muziek laten afhangen van de bereidwilligheid van de musici om zich gratis te laten exploiteren. De begroting gaat regeren over de kwaliteit en de boekhouders maken de dienst uit. Niet de beste, maar de goedkoopste oorlogscorrespondent die het liefst nog z'n huurauto zelf wil betalen mag naar het front. En voor de ongevaarlijke lokale verslaggeving blijken opeens de stagiairs van de School voor de Journalistiek uitermate geschikt.

Ook in het bedrijfsleven nemen de boekhouders de macht over. Zo'n telefoniste kan toch gemakkelijk ook de facturering doen, en de koffie verzorgen is toch ook maar een kleinigheid! Pats, dat scheelt maar liefst twee dure arbeidsplaatsen op de begroting. Dat de koffie niet te zuipen is, de facturen niet meer kloppen en te laat de deur uitgaan en de telefoniste niet te bereiken is of in no time dolgedraaid thuis zit zal ze een zorg zijn: als de begroting maar klopt. Vervolgens is de overheid aan de beurt, want die krijgt opeens al dat weggesaneerde onkostenpersoneel op haar dak en ziet de werkloosheid met sprongen omhooggaan.

Maar ook daar, en bij de verantwoordelijke politici, is het boekhoudersvirus al binnengedrongen. Dus parkeert men slim het overschot aan werklozen in de niet zo in het oog springende WAO zodat het werkloosheidscijfer er (boekhoudkundig) weer wat draaglijker uitziet. Als die truc gelukt is gaat de cijfermaffia de eigen overheidsbegrotingen onder de loep nemen. Die subsidies aan jeugdcentra, dat kan toch een stuk minder. Laat dat tuig toch gewoon met z'n honderden in een drie verdiepingen tellend café gaan zuipen – scheelt tonnen op de begroting en ze zijn ook van de straat.

En die brandweerkorpsen, dat kan toch ook een stuk minder. Al die dure controles zijn toch overbodig. En die vergunningen kloppen heus wel. Laat een aankomend spuitgastje in z'n vrije tijd maar die disco's nakijken. Dat scheelt dure manuren op de begroting en dat vindt ie nog leuk ook. En dat gevaarlijke vuurwerk? Ach, dat schuiven we gewoon af naar Defensie, daar zit de helft toch uit z'n neus te eten en die hebben toch ook verstand van knallen!

Maar als het rapport Oosting 's ochtends uit de radio schalt hoor je dat er een collectieve schuld is voor de vuurwerkramp in Enschede omdat `de regelgeving niet werd nageleefd'. En als het eindrapport van de Volendam-inferno klaar is blijken we het ook allemaal samen gedaan te hebben. Maar omdat die wél goedkope maar niet zo snuggere Radio 1-verslaggever toch nooit zal vragen hoe je nou in godsnaam zo'n woud aan regelgeving moet bestieren met een tot het bot uitgekleed en kwalitatief matig ambtenarenapparaat gaan we rustig fluitend op weg naar de volgende ramp. Als de begroting maar klopt, daar gaat het om!

(www.hansdulfer.nl)