Albanese rebellen doden Macedoniërs

Albanese rebellen hebben vanochtend opnieuw het vuur geopend op Macedonische regeringstroepen. Gisteren werden drie Macedonische militairen in het gebied gedood.

De aanvallen van vanochtend komen na spoedoverleg tussen de Macedonische regering en vertegenwoordigers van de Verenigde Naties en de vredesmacht KFOR uit het naburige Kosovo. Gisteravond kwamen zij overeen gezamenlijk actie te ondernemen tegen de Albanese rebellen in het noorden van Macedonië.

Na afloop wilde de Macedonische minister van Buitenlandse Zaken, Sergan Kerim, niet op de aard van de maatregelen ingaan. Het gaat waarschijnlijk om gezamenlijke grenscontroles. Wel zei de minister een ,,militaire interventie uit te sluiten''. Daarnaast heeft de regering aan de VN gevraagd een bufferzone in te stellen tussen Macedonië en Kosovo.

In dit grensgebied is een gewapende Albanese splintergroep actief, het Nationaal Bevrijdingsleger. De rebellen hebben het Macedonische dorp Tanuševci sinds enkele weken onder controle.

Gisteren vonden drie militairen de dood, voor het eerst sinds het begin van het conflict. Twee soldaten reden op een antitankmijn, een derde soldaat werd geraakt door een Albanese sluipschutter. Na de aanslagen sloten de Macedonische autoriteiten urenlang alle grensovergangen met Kosovo. Later gingen de grenzen weer open, maar mochten alleen Macedonische burgers het land in. Internationale waarnemers op de Balkan zeggen ,,te begrijpen dat Macedonië actie onderneemt tegen extremisten''.

'Begrip' voor actie tegen 'extremisten'

De Macedonische regering heeft sterke aanwijzingen dat de rebellen worden bevoorraad uit Kosovo en roept de vredesmacht al enige tijd op de grenzen beter te bewaken. Amerikaanse KFOR-soldaten, die de Kosovaarse zijde van de grens bewaken hebben hun grenscontroles inmiddels opgevoerd.

De ambassadeurs van de Verenigde Staten en de Organisatie voor Vrede en Samenwerking in Europa (OVSE) in de Macedonische hoofdstad Skopje zeiden gisteren ,,te begrijpen als Macedonië actie onderneemt tegen de Albanese extremisten''. Die uitspraken zijn opmerkelijk, want de Amerikanen hebben de Macedonische regering eerder opgeroepen geen militair geweld tegen de rebellen te gebruiken.

Intussen probeert de Macedonische regering het gevaar te bagatelliseren. ,,Macedonie is ver verwijderd van een oorlog'', aldus minister Kerim na afloop van het overleg. ,,Het dorp Tanuševci is strategisch niet van belang'', voegde de belangrijkste Albanese politieke leider in Macedonië, Arben Xhaferi, eraan toe. Hij veroordeelde het geweld van de rebellen, dat volgens hem is bedoeld om ,,het imago van de Albanezen verder te beschadigen''. Macedonië kent een grote Albanese minderheid: bijna een derde van de twee miljoen inwoners is Albanees. De etnische spanningen in het land zijn, na de toetreding van Xhaferi's partij tot de regering, redelijk onder controle.