`Waarom vechten de Albanezen niet verderop?

Albanese rebellen worden steeds driester in Zuid-Servië, ten noorden van Kosovo. Maar ook in Macedonië, ten zuiden van Kosovo, breiden de Albanezen hun gewapende acties uit.

De Macedonisch-Albanese muzikant Sheffer heft zijn glas en zegt: ,,Ik drink nog een bier en ga dan de oorlog in.'' Zijn vrienden slaan hem lachend op de schouders. Vijf glazen later hangt Sheffer aangeschoten naast zijn barkruk en zegt hij bang te zijn voor een nieuwe oorlog. ,,Waarom gaan die Albanezen niet een eindje verderop vechten'', hikt hij.

De komende `oorlog' is dezer dagen hèt gesprek in café Medium in de Macedonische hoofdstad Skopje – al bestaat die oorlog vooralsnog uit enkele grensincidenten. De strubbelingen kwamen vorige week in het Macedonische nieuws, na de signalering van een groep gemaskerde mannen aan de Kosovaarse kant van de grens. Diezelfde avond vertoonde een Albanees televisiestation in Kosovo beelden van ,,zestig families op de vlucht voor het geweld van de Macedonische politie''. Dat zette de toon.

De Albanese extremisten vormen vaak het onderwerp van gesprek in het (etnisch gemengde) café. Eerst gingen de gesprekken over Kosovo. Daarna gingen ze over de onrust in het grensgebied tussen Kosovo en Zuid-Servië, waar een nieuw Albanees rebellenleger strijdt voor aansluiting van het zuiden van Servië bij Kosovo.

Het was allemaal akelig dichtbij, op nog geen dertig minuten rijden van café Medium, erkenden Sheffer en zijn vrienden. Maar het geweld bleef gelukkig beperkt tot de buurlanden. Macedonië zelf, dat een grote Albanese minderheid telt, bleef rustig. Dat veranderde afgelopen maandag. Toen schoten Albanese extremisten vanuit het grensdorp Tanuševci op Macedonische grenswachten, die het vuur beantwoordden.

De nieuwe guerrillero's zijn verenigd in een splintergroep onder de naam Nationaal Bevrijdingsleger (UÇK). De initialen zijn gelijk aan die van het bekendere Kosovo Bevrijdingsleger. Ook de logo's en de uniformen vertonen grote overeenkomsten. En de guerrillero's, zegt de Macedonische regering, worden bevoorraad vanuit Kosovo. Ze heeft de internationale vredesmacht KFOR dan ook opgeroepen de Kosovaars-Macedonische grens beter te bewaken.

Het dorp Tanuševci is inmiddels ingenomen door de Albanese rebellen. Vrouwen en kinderen hebben het dorp verlaten. Ze zeggen op de vlucht te zijn geslagen voor het Macedonische geweld. De Macedonische regering zegt dat ze onder dwang van de extremisten zijn vertrokken om zo de publieke opinie naar hun hand te zetten. Ze wordt in die opvatting gesterkt door enkele Westerse diplomaten in Skopje.

De Amerikaanse regering heeft zich inmiddels ronduit achter de Macedoniërs geschaard. ,,We veroordelen het geweld van de extremisten die proberen de stabiliteit in Macedonië, Kosovo en de rest van de regio te ondermijnen'', aldus het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken. Albanese extremisten zijn nu actief in Kosovo, Zuid-Servië en Noord-Macedonië.

Er dreigt ook binnenlands gevaar. De grensincidenten kunnen overslaan naar het westen van Macedonië, woongebied van de Albanese minderheid. Naar schatting eenderde van de Macedonische bevolking (twee miljoen inwoners) bestaat uit Albanezen. De etnische spanningen zijn na de toetreding van de Democratische Partij van Albanezen (DPA) tot de regering redelijk onder controle, maar de consensus is breekbaar.

De DPA heeft het geweld van de Albanese extremisten veroordeeld. ,,We moeten onze geschillen op een politieke manier oplossen'', aldus vice-president Meduh Thaqi. De tweede Albanese politieke partij in het land, de oppositionele Partij voor Democratische Welvaart (PDP), wakkert het vuur echter aan. Tussen beide partijen en hun aanhangers heerst grote animositeit.

Tanuševci is afgesloten van de buitenwereld. De toegangswegen zijn geblokkeerd door Macedonische agenten. Maar het volgende dorp, waar Slavisch-Macedonische boeren wonen, biedt een blik in het dorpsleven. De armoede is groot: de dorpelingen rijden op ezels en de kandidaten van de laatste verkiezingen worden op affiches aangeprezen met hun nummer op de lijst. Want de meeste dorpelingen zijn analfabeet.