VLAAMSE BEER IS MOEILIJK TE VELLEN

Hij was de meest succesvolle ploegleider van het afgelopen decennium. Nu is hij manager van de Belgische wielerformatie Domo. Patrick Lefevere (46) herstelde van kanker. Vandaag rijdt hij door z'n achtertuin in de semi-klassieker Omloop Het Volk. Van doping weet hij weinig. ,,Ik heb niet geleerd voor dokter.''

De blauwe spencer, de roze wangen en de grijze haardos zijn onveranderd van kleur. Hij praat nog even bloemrijk. Hij drinkt dezelfde goede wijn. Hij is nog steeds de workaholic met de tomeloze ambitie. Het leven van Patrick Lefevere gaat door, nadat hij in een half jaar twaalf kilo is afgevallen als gevolg van kanker. Tegelijkertijd moest hij een nieuwe wielerploeg samenstellen. Waar haalt hij de energie vandaan?

,,Ik heb het gestel van een beer en een beer is moeilijk te vellen'', vertelt hij in een restaurant met het uitzicht op het vliegveld van Wevelgem. ,,Ik ben de zoon van een automonteur. Ik heb vuile handen gemaakt. Ik weet armoede is. Later leerde ik de geneugten leren kennen. De kwaliteit van het leven staat voorop. We zijn hier niet zo lang. Aan de andere kant: we zitten in een stroomversnelling. Ter plaatste trappen is achteruit trappen. Ik kan niet blijven stilzitten.''

De levensgenieter Lefevere heeft op doktersadvies leren minderen. ,,Ik drink nu met mate'', zegt hij tijdens het keuren van een fles Bordeaux. ,,Ik heb tijdens mijn ziekte bijna zeventig dagen zonder alcohol geleefd. Ik heb nooit gepanikeerd over mijn gezondheid. Ik heb mijn artsen vertrouwen geschonken. Op de dag van de uitslag van de operatie heb ik een interview gegeven. Ik ben een kalme van m'n eigen. Paniek is een slechte raadgever. Als de ploegleider in paniek raakt, is de boel om zeep.''

De eerste voortekenen van een slechte gezondheid werden zichtbaar op het middenterrein van de wielerbaan in Roubaix. In het voorjaar van 2000 raakte hij over zijn toeren, nadat zijn oogappel Museeuw bedolven werd onder de fotografen. ,,Johan werd met z'n kont op het gras geplet. Ik wilde hem bevrijden, toen mijn haartjes recht gingen staan. Ik moest meteen aan het zuurstofmasker. Ik kreeg een waarschuwing. En toch zeggen de doktoren dat het één niks met het ander te maken had.''

In de zomer van 2000 had hij last van vermoeidheid en benauwdheid. De cardiologen konden niks vinden. De oncologen vonden later een goedaardig gezwel dat bij nadere inspectie kwaadaardig bleek te zijn. De tumor was ingekapseld en niet uitgezaaid. Hij werd in het najaar van 2000 geopereerd aan een tumor in de buurt van zijn gal, alvleesklier en twaalfvingerige darm. Een maand later zat hij weer achter zijn bureau. Op zoek naar renners, soigneurs en mecaniciens.

,,Die ziekte was een tijdelijke onderbreking van mijn parcours'', zegt Lefevere. ,,Het was een periode waar ik doorheen moest. Ik heb zeker en vast lessen geleerd, maar ben ze al weer vergeten. Ik ben verantwoordelijk voor een ploeg met dertig man personeel. Bij Mapei was alles tot in de puntjes geregeld. Bij Domo moeten we het wiel opnieuw uitvinden.''

Lefevere werd wielrenner in de jaren zestig, toen amfetamine gemeengoed was in het peloton. Als ploegleider werd hij in de jaren zeventig geconfronteerd met anabole steroïden. Later maakte hij kennis met EPO en groeihormonen. Wielrennen en verboden middelen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Lefevere raakte één keer betrokken bij een dopingschandaal. In 1999 ontsloeg hij een Italiaanse verzorger op staande voet, nadat in de Driedaagse van De Panne een verdacht pakketje was ontdekt.

,,Je kunt nooit vermijden dat er een dief in je eigen familie zit'', ontkent Lefevere zijn betrokkenheid bij deze affaire. ,,Ik was in De Panne heel hevig. Ik heb gevochten voor wat ik waard was. Ik heb een schoon geweten. Amfetamine was niet aan mij besteed. Ik kon er niet van slapen. Ik was als een wrak geëindigd op de fiets. Amfetamine is net als alcohol: je verdraagt het of niet. Veel oud-renners zien er nu kerngezond uit, hoewel ze naar het schijnt flink gepakt hebben in die tijd.''

Volgens Lefevere is de houding ten opzichte van stimulerende middelen veranderd in het peloton. ,,Vroeger redeneerde men heel simpel: hoe meer je neemt, hoe harder je rijdt. Nu beseffen de coureurs dat een spuitje of vitamientje niet per se tot betere prestaties leiden. Preparatie is slechts een hulpmiddel. Doping is zelfbedrog. Ik had liever in deze tijd gekoerst. Zelfmedicatie is niet meer aan de orde. Onze strijd tegen kwakzalvers is niet voor niks geweest. De wielersport is schoner dan ooit tevoren.''

Als manager en ploegleider hanteert hij een struisvogelpolitiek. In het Belgische weekblad Humo deed hij deze winter een opmerkelijke uitspraak. ,,Ik heb nog nooit in mijn hele leven een ampul EPO gezien'', luidde de kop boven het vraaggesprek. Geconfronteerd met dit verhaal veegt Lefevere wederom zijn eigen stoepje schoon. ,,Ik heb een blind vertrouwen in onze dokter, met wie ik al meer dan tien jaar samenwerk. Yvan Vanmol behoort tot de beste artsen van België. Hij kent de gevaren en de spelregels. Ik heb er geen verstand van.''

Lefevere vertelt een anekdote uit het ziekenhuis, om aan te geven dat de spelregels van de internationale wielrenunie (UCI) niet waterdicht zijn. ,,Voor de operatie had ik een hematocrietwaarde van 51 procent. Na de operatie was de waarde gedaald naar 35 procent. En bij de laatste controle was de waarde weer gestegen naar 42 procent. Wat is wijsheid? Wanneer is iemand gezond? Ik durf het niet te zeggen.''

Lefevere verruilde in 1975 het autokerkhof van zijn vader voor een knechtenrol in het peloton. Hij was een krachtpatser zonder specialismen. Hij kon niet klimmen, niet sprinten en niet tijdrijden. Hij reed tamelijk anoniem in het profcircuit. Bij gebrek aan talent werd hij op zijn 25ste ploegleider. Zijn tactisch inzicht en zijn vurig temperament bleken een meerwaarde in de volgwagen. Hij maakte kennis met zijn streekgenoot Museeuw. Ze vormden een onafscheidelijk duo. In het wielerbolwerk West-Vlaanderen worden ze op één voetstuk geplaatst.

,,Johan voelt als een dicht familielid'', spreekt Lefevere over zijn hechte band met Museeuw. ,,We hebben dezelfde miserie gekend. Johan heeft twee keer kantje boord gelegen. Hij is de laatste keer op zijn hoofd gevallen. Geloof het of niet, maar hij is door die val van de motor een ander mens geworden. Zijn karakter en zijn spraakvorming zijn veranderd. Hij is ook minder geremd dan vroeger. Hij praat nu zoals hij fietst: als een groot kampioen. Hij is de allergrootste met wie ik heb mogen samenwerken.''

Tijdens zijn ploegleiderschap bij het Italiaanse Mapei droomde Lefevere stilletjes van een nieuwe Belgische formatie. De rijke wielernatie werd in het profpeloton slechts vertegenwoordigd door Lotto, dat een omstreden reputatie geniet in België. Vorig jaar vond Lefevere in Domo een geschikte hoofdsponsor en kon hij op zoek naar een co-sponsor. Een telefoontje uit Amstelveen bracht uitkomst. Peter Post, onbezoldigd adviseur van het uittredende Farm Frites, was bereid veel water bij de wijn te doen. Het was geen fusie, zoals sommige Nederlanders beweren, maar een overname.

,,Ik heb groot respect voor Peter'', zegt Lefevere die zijn teambuilding van Post heeft afgekeken. ,,Hij is een grote meneer in de wielersport. Ik beschouw zijn telefoontje als een compliment, als een erkenning van mijn manier van werken. Peter heeft mij de keuze gelaten. Ik kon vijf renners van Farm Frites overnemen, maar ik was nergens toe verplicht. Welnu, ik denk dat de Hollanders ons wel liggen. Wij Belgen vinden jullie ambetant. Dat is precies wat ik nodig heb.''

Met gemengde gevoelens praat Lefevere over de samenwerking met de medewerkers bij Mapei. Hij koestert hun Bourgondische levensstijl en hekelt hun weinig efficiënte werkwijze. ,,In het noorden doen we ietsje meer met ietsje minder middelen dan in het zuiden. Kijk maar om je heen. Hier werken twee obers, die ons glas tijdig bijvullen. In Italië zouden vier obers ons langer hebben laten wachten.''

Lefevere had met sommige Italiaanse renners goud in handen. Onder zijn karakteristieke leiding - het reusachtige lichaam hing bijna helemaal uit de auto - wonnen Andrea Tafi en Franco Ballerini de belangrijkste voorjaarsklassieker. In de stijl van de Flandriens reden ze door de `Hel van het Noorden'. Samen met Museeuw vormden zij een onverslaanbaar trio in Parijs-Roubaix. De hegemonie was zo groot, dat Lefevere van tevoren de einduitslag kon bepalen. ,,Ik moest gehoorzamen aan de sponsor'', verwoordt hij de dubieuze rolverdeling bij Mapei.

Minder succesvol was Michele Bartoli, de beste eendaagse renner van het peloton die bij Mapei zijn reputatie niet kon waarmaken. Lefevere: ,,Bartoli was een zaag. Hij keek nooit in de spiegel en gaf altijd anderen de schuld van zijn falen. Hij geloofde niet in ons systeem. Hij kwam van FC Bergamo naar FC Juventus. Hij moest zich dus aanpassen, maar deed dat niet. Hij had te veel adviseurs. Ik heb hem bijna uit de ploeg gezet, want het hele systeem ging naar de vaantjes. Ik werd tegengehouden door de sponsor, die zo'n dure vogel niet kon laten vliegen.''

Een andere eigenheimer, Frank Vandenbroucke, verlangde ook het onmogelijke van de ploegleider. Het grootste Belgische wielertalent sinds Eddy Merckx eiste in 1998 het kopmanschap bij Mapei. VDB kreeg niet wat hij wilde en verhuisde naar Cofidis. Eenmaal in Franse dienst raakte hij in opspraak wegens zijn contacten met een paardendokter. Volgens het Belgische geruchtencircuit dronk, slikte en vrijde hij met alles en iedereen. Na zijn schitterende zege in Luik-Bastenaken-Luik zit Vandenbroucke sinds 1999 meer naast dan op zijn fiets.

Lefevere haalt zijn gelijk, maar niet zonder weemoed. ,,De carrière van Frankie is een treurlied. Mijn hartpijn vermindert met de jaren. Zoals ik ook niet meer smoorverliefd ben op een mooie vrouw van vroeger. Ik heb gelukkig nog een klein voetje kunnen zetten naar Lampre, waar hij nu onder contract staat. Frankie is een artiest. Hij kan heel down én heel euforisch zijn. Hij leeft sinds zijn vijftiende als een prof. Maar de opoffering komt niet uit zijn buik. Talent alleen volstaat niet.''

De nieuwe klassiekerkoning van Lefevere komt vermoedelijk uit Letland. Romans Vainsteins werd vorig najaar wereldkampioen op de weg. Een paar maanden eerder had hij een contract getekend bij Domo. ,,Hij is een vechtjas eerste klas'', meent Lefevere. ,,Hij heeft zijn vaderland op zijn zeventiende verlaten en heeft zes jaar als amateur door België gezworven. Die jongen heeft haar op zijn tanden, anders was hij wel een keer huilend naar moeder teruggegaan. Die regenboogtrui zal alleen maar een stimulans zijn.''