Van de graat

De kabeljauw dreigt te verdwijnen uit de Noordzee. Vissers, biologen en politici zijn het daar over eens. Er moet iets gebeuren, maar wat?

In een groot deel van de Noordzee mag tien weken lang niet meer gevist worden. Gaat dit de in zijn bestaan bedreigde kabeljauw helpen? ``Uitgesloten'', zegt visserijbioloog Niels Daan van het RIVO (Nederlands Instituut voor Visserij-onderzoek) in IJmuiden stellig. ``Schepen gaan gewoon ergens anders vissen en dat mogen ze. Het punt is dat kabeljauw niet gebonden is aan een bepaald gebied. De vis zwemt voortdurend heen en weer. En buiten het beschermde gebied wordt hij dan eens zo hard opgevist. Er zijn bijna geen andere dieren die zo mobiel zijn als vissen, dus die kans is vrij groot.''

Europa neemt drastische maatregelen om de kabeljauw in de Noordzee van de ondergang te redden. In december verlaagde de Europese Visserijraad de TAC (total allowable catch, de jaarlijks toegestane totale vangsten) voor kabeljauw van 81.000 naar 48.600 ton. En begin februari kondigde de Europese Commmissie een extra noodmaatregel af. In twintig procent van de Noordzee mag in de periode van 14 februari tot 1 mei niet meer gevist worden. Met deze noodmaatregel hoopt de Commissie de sterk bedreigde kabeljauw in de paaiperiode te beschermen, zodat de vissoort zich weer kan herstellen.

``De sterfte is enorm'', zegt Daan, terwijl hij de door zijn instituut verzamelde cijfers in de computer opzoekt, ``Zestig procent van het bestand gaat verloren door de vangst en daar komt nog een tien tot vijftien procent natuurlijke sterfte bij. Dat betekent dat er van de vier kabeljauwen die nu in de Noordzee rondzwemmen, er over een jaar nog maar een over is.''

Simulaties van het RIVO tonen aan dat door de sluiting van het langgerekte gebied in de Noordzee maar twee procent minder vissen zullen sterven. In twintig jaar slonk de kabeljauwstand in de Noordzee met meer dan 75 procent. Voor een daadwerkelijk herstel is veel meer nodig, concluderen de visserijbiologen.

Ook de Nederlandse vissers zien weinig in de maatregel. Secretaris van het Productschap Vis, H. van der Bend: ``De noodmaatregel is niet effectief voor de bescherming van de kabeljauw. Bovendien is het economisch schadelijk voor de Nederlandse visserij. Ten eerste is de TAC voor kabeljauw bijna gehalveerd. Maar daarnaast zijn er ook reducties op schol en tong ingevoerd vanwege de bijvangst van kabeljauw. Nederlandse vissers die zich vaak richten op platvis worden daardoor onevenredig zwaar getroffen. Om de bijvangst van een beperkte hoeveelheid kabeljauw te vermijden, betekent dat een verlies van meer dan 80 miljoen gulden op de vangst van tong en schol. Bovendien valt het gesloten gebied voor een groot deel in de Nederlandse kustwateren, hetgeen onze visserij nóg meer treft.''

bakzeil

Het is volgens Van der Bend (en hij krijgt daarin bijval van Daan en zijn collega Adriaan Rijnsdorp bij het RIVO) een gemiste kans dat het Nederlandse alternatief voor beschermende maatregelen ten aanzien van de kabeljauw vorige maand in Brussel bakzeil haalde. Staatssecretaris Faber presenteerde er het plan van de Nederlandse vissers om in de sluitingsperiode de helft van de gehele Nederlandse vissersvloot gedurende vier weken aan wal te houden, en daarna vier weken de andere helft aan de ketting te leggen. In ruil daarvoor zouden de Nederlandse vissers dan wel in het gesloten gebied mogen vissen.

Daan: ``Dat zou pas echt geleid hebben tot een vermindering van de visserij-inspanning. Het Nederlandse voorstel zou jaarlijks een vermindering van de visserijdruk van tien procent betekenen, die niet alleen op kabeljauw maar op alle beviste bestanden èn op het hele ecosysteem een positieve uitwerking heeft.''

David Armstrong, visserij-expert van de Europese Unie in Brussel, en als ambtenaar verantwoordelijk voor het Europese visserijbeleid, schiet meteen in de verdediging: ``Iedereen is het er over eens dat de kabeljauwstand in de Noordzee in een zeer deplorabele staat verkeert. We moeten de visserijdruk verminderen en we moeten dat heel snel doen. Ons eerste idee was om de visserij gedurende een periode van het jaar helemaal te verbieden. Maar er was geen land in Europa dat daar voor warmliep, behalve Nederland te elfder ure. We wilden op wetenschappelijke gronden trouwens een veel langere sluitingsperiode voorstellen dan die vier weken die de Nederlanders voorstonden, dus waarschijnlijk waren zij dan ook tegen geweest.''

Armstrong is van mening dat hij het onderste uit de kan heeft gehaald: ``Een wet zonder enige politieke steun, zou meteen door de Raad van Europa ongedaan zijn gemaakt. We hadden dus geen andere keus dan een acceptabel alternatief verzinnen, en ja toegegeven, dat is niet perfect. Maar we moesten wàt doen.''

``Het frustrerende is dat het al jaren slecht gaat met de visstand in de Noordzee. De oorzaak daarvan is de continue overbevissing'', moppert Daan. Het scenario van een ineengestorte kabeljauwstand langs de Amerikaanse oostkust hangt als een dreigende donderwolk boven de Europese visserij. Bij Newfoundland stierf de kabeljauw in 1990 economisch gezien uit als gevolg van de overbevissing. Ondanks een moratorium op de visserij in dat gebied is een noemenswaardig herstel van de visstand nog steeds uitgebleven.

Visserijbiologen maken elk najaar op basis van de visaanvoer een prognose voor de visstand van het volgende jaar. Ze kijken daarbij naar de leeftijdsopbouw van de aangevoerde vis en maken aan de hand daarvan een minimumschatting van de populatiegrootte in zee. De getallen worden verhoogd met een percentage van tien procent om te corrigeren voor de natuurlijke sterfte. Dat levert een betrouwbaar beeld op, maar er zitten nog onzekerheden in. De invoering van het gemeenschappelijk visserijbeleid in 1983 en de daaraan gekoppelde quota heeft niet kunnen voorkomen dat de visstand verder achteruitging.

Volgens Rijnsdorp is de overbevissing met de bestaande maatregelen moeilijk aan te pakken: ``Het probleem is dat dit systeem geen rekening houdt met wat er zoal op zee gebeurt. De praktijk is dat vissers de ongewenste bijvangst overboord gooien. In de gespecialiseerde visserij op schol en tong valt een bijvangst van kabeljauw (ook een bodemvis) niet te vermijden. Daarnaast is er in internationaal verband nog steeds illegale aanvoer van vis. Om hoeveel ton het gaat, is niet precies bekend.'' Met de huidige regelgeving blijft de Europese Unie achter de feiten aanlopen, vindt Rijnsdorp: ``Het beheer van de visstand in de Noordzee is in de praktijk gericht op de sterkste schakel. Men gaat net zo lang door met vissen, totdat ook het laatste quotum geheel is benut. Gevolg is dat niet alleen kabeljauw, maar ook wijting, schelvis, schol en tong door overbevissing dreigen te verdwijnen.''

Rijnsdorp: ``De TAC-regeling werkt ook high grading in de hand. Visserschepen nemen alleen de vetste vis mee aan wal. Het opgeviste ondermaatse spul wordt gewoon overboord gezet, en dat is overigens volstrekt legaal. Maar de vissen zijn dan al dood omdat ze vanaf grote diepte naar boven zijn gehaald. Hoewel ze er zelf de hand in hebben is deze verspilling ook voor vissers moeilijk te begrijpen. De Noordzee wordt zo allesbehalve efficiënt bevist.''

``Nu is het kabeljauw, volgend jaar misschien schol die de dupe wordt van ineffectief beleid'', verzucht Daan. De Europese Commissie werkt momenteel aan een langetermijn-herstelplan met vergaande maatregelen, dat minimaal voor 1 januari 2002 in werking moet treden. Armstrong: ``Je moet daarbij denken aan een vergroting van de minimale maaswijdte van de visnetten om de selectiviteit van de vangst te verbeteren. Over andere details kan ik helaas nog niet veel meer zeggen.''

gerichter

Van der Bend hoopt dat het herstelplan niet voortborduurt op de huidige noodstap: ``De maatregelen kunnen veel gerichter. Kabeljauw in het zuidelijke deel van de Noordzee paait tussen januari en maart, want daar stijgt de watertemperatuur het eerst. Het huidige sluitingsgebied komt niet overeen met de biologische realiteit. De gebiedssluiting is pas in werking getreden nadat een groot deel van de kabeljauw al gepaaid had en gaat langer door dan de paaiperiode. Ook zijn enkele noordelijker gelegen paaigebieden niet opgenomen in het gesloten gebied. Het noodplan zal daarom weinig bijdragen aan de bescherming van kabeljauw.

``Veel beter zou zijn om gebieden te sluiten waar veel jonge kabeljauw wordt aangetroffen. Dit hebben vissers al eens eerder vrijwillig gedaan bij Helgoland en dat heeft goed gewerkt. Zorgen voor een goede visstand is natuurlijk ook in ons belang. Wij hopen van harte dat ze in Europa nu wel naar de biologen luisteren.''

De RIVO-biologen zien alleen mogelijkheden voor herstel als de visserij-inspanningen worden teruggebracht. Rijnsdorp: ``Eigenlijk zouden we op Europees niveau een zeedagenregeling willen, maar dat vereist een ingrijpende herziening van het gemeenschappelijke visserijbeleid.'' Van der Bend zit op dezelfde lijn: ``Beperking van het aantal zeedagen is een prima maatregel. Een goede controle op de quota is erg belangrijk. De instelling van zeedagen is in Nederland een van de maatregelen om de zwarte aanvoer in te dammen.''

Maar is er in Europa wel draagvlak voor een zeedagenregeling? Rijnsdorp is niet optimistisch: ``Andere Europese landen kennen geen zeedagen en het is nog maar de vraag of ze aan het Europese Hof rechtsgeldig zullen blijken. Veel landen durven er niet aan omdat ze bang zijn dat ze problemen krijgen met hun vissers. Draagvlak is er alleen als er geld komt ter compensatie van de vissers. Maar subsidieregelingen lossen het knelpunt niet op dat de visserijvloten veel te groot en te krachtig zijn. Het Brusselse beleid zou erop gericht moeten zijn om de omvang van de vloot af te bouwen. Alleen de vloot saneren door vissers uit te kopen, dat werkt.''