Suikergoed

Een nieuw medicijn verlaagt de kans op trombose-veroorzakende bloedstolsels met 80 procent.

Patiënten die een nieuwe heup kregen werden voor een onderzoek verdeeld in groepen die het antistollingsmiddel Org31540/SR90107A of het al ingeburgerde laagmolecualir heparine kregen. Van het pentasaccharide Org31450/SR90107A werden verschillende doses uitgeprobeerd. Van de patiënten die eenmaal daags 3 milligram kreeg ongeveer 1 op de 60 mensen een diepveneuze trombose, terwijl 5 op 60 mensen die het oudere laagmoleculaire heparine kregen een trombose doormaakte. Middelen die trombose tegengaan zorgen altijd voor meer bloedingen. Het was de reden om de medicatie met hoge doses van het nieuwe middel te staken. In de 3 milligramgroep met 80 procent reductie van trombose kwamen iets meer bloedingen voor dan in de groep die laagmoleculair heparine kreeg, maar dat verschil was niet statistisch significant (The New England of Medicine, 1 maart).

Org31540/SR90107A (de codenaam verwijst naar de fabrikanten Oraganon en Sanofi-Synthelabo) is een pentasaccharide, een geheel synthetisch vervaardigde verbinding van suikermoleculen en variant op heparine. De heparinen die tot nu toe werden gebruikt om bijvoorbeeld na grote operaties ongewenste bloedstolling te voorkomen bestaan uit een soep van verschillende suikerketens die zich in het bloed aan circulerende eiwitten en aan de vaatwand binden. Daardoor heeft deze stof een sterk wisselend effect en moet heel zorgvuldig worden gedoseerd. Een verbetering waren de laagmoleculaire heparinen, waarmee het pentasaccharide nu is vergeleken, die alleen korte, veel selectiever bindende heparinefragmenten bevatten.

slachtafval

Dat is een verder, groot voordeel van pentasaccharide want heparine wordt uit slachtafval gemaakt, voornamelijk uit runderlongen. Nu de mogelijke besmetting van mensen met de gekkekoeienziekte (BSE) steeds meer onrust wekt, is het een toch ietwat onaangenaam idee om voorafgaand aan een operatie ter voorkoming van trombose een weliswaar zeer sterk gezuiverd, maar toch van runderen afkomstig extract toegediend te krijgen.

Trombosespecialist prof.dr. Harry Büller, verbonden aan het Amsterdamse Academisch Medisch Centrum, die zelf ook leiding geeft aan een internationaal onderzoek naar pentasaccharide, noemt het nieuwe middel een grote klapper. Büller: ``De meeste nieuwe geneesmiddelen geven maar een paar procent verbetering en hier gaat het ineens om een afname met meer dan de helft.'' En dat nadat de laatste jaren al een stille revolutie heeft plaatsgevonden bij de behandeling van trombose met heparine: ``Tot voor kort lag iemand met trombose minstens 10 tot 14 dagen in het ziekenhuis aan een heparine-infuus, terwijl nu 60 tot 70% van de mensen met trombosebenen thuis worden behandeld. Dat is te danken aan de invoering van laagmoleculaire heparinen. Die maken het mogelijk om iemand met twee injecties per dag thuis te behandelen. Met pentasaccharide wordt dat nog beter: één keer per dag. Bovendien is er daarbij geen enkele laboratoriumcontrole meer nodig.''

Trombose komt vaak voor na een operatie, al kan het ook spontaan ontstaan. Drie factoren kunnen trombose veroorzaken: een vertraagde bloedstroom, een beschadiging van de bloedvaatwand en een veranderde samenstelling van het bloed. Bij een operatie spelen ze alle drie een rol en daarom wordt daarbij vaak uit voorzorg heparine gegeven. Als er bij de behandeling van trombose een langdurige ontstolling nodig is, krijgt de patiënt ook nog een cumarinederivaat (dat werkt pas na vijf dagen).

Ondanks de vooruitgang in de geneeskunde zal trombose volgens Büller ook in de toekomst een probleem blijven: ``Bij algemene operaties is het gevaar van trombose heel klein maar we opereren steeds meer mensen met een verhoogd risico op trombose, zoals kankerpatiënten, ouderen en mensen die een heupoperatie ondergaan of bij wie de knie wordt vervangen. Per jaar krijgen nu 2 tot 3 op de 1000 Nederlanders een trombosebeen of een longembolie. Als het aantal trombosen bij deze mensen gehalveerd kan worden met pentasaccharide is dat dus al een heel grote stap. Een trombosebeen is weliswaar niet direct levensbedreigend maar het is wel erg vervelend.''

Pentasaccharide werkt bij trombose zoveel beter dan laagmoleculaire heparine omdat het zich in de complexe stollingscascade heel specifiek alleen aan de stollingsremmer antitrombine III bindt. Voordat men dit door had, was er overigens al veel ontwikkelingswerk gedaan. Nadat in de jaren tachtig de structuur van heparine was ontraadseld bleek dat een heel klein fragmentje van maar vijf suikermoleculen essentieel was voor de werking ervan, vooral de centraal geplaatste extra sulfaatgroep. Dat het daarna nog zolang geduurd heeft voordat pentasaccharide als medicijn op de markt kwam, heeft te maken met het feit dat suikermoleculen geweldig complex zijn, waardoor de ontwikkeling van de nieuwe pentasaccharide heel wat hoofdbrekens heeft gekost.

tumoren

Pentasaccharide is vermoedelijk nog maar de eerste van een hele serie nieuwe geneesmiddelen met als basis een ketentje van suikers. Ze spelen ook een rol bij de overdracht van eiwitsignalen naar de cellen en zijn daardoor van essentieel belang bij het functioneren van alle organismen. Overal vind je suikers als kleverige uitsteekseltjes aan de buitenkant van de cellen en in de daartussen gelegen vloeistof. De mysterieuze complexe suikers zijn ook werkzaam bij de groei van bloedvaten, bij de ontwikkeling van het embryo en het ontstaan van de ziekte van Alzheimer. Inmiddels is al zeker dat de suikers effect hebben op de groeifactoren bij het herstel van weefsels na een letsel. Dezelfde groeifactoren spelen ook mee bij de snelle groei van tumoren. Misschien zit er dus wel een nieuw geneesmiddel tegen kanker in. Pentasaccharide is nu alleen nog in het kader van klinisch onderzoek beschikbaar. Organon hoopt dat het medicijn begin 2002 in Nederland op de markt zal komen.