Snotterkater aan de antibiotica

De dierenarts Aflevering 1: Waarin kater Quint aan de antibiotica moet en zijn baasjes vertellen waarom ze nooit op vakantie gaan.

Quint snottert en dan kan je er niet vroeg genoeg bij zijn. De witte, pluizige kat van Annie Ros is immers 'een ouwetje'. Annie Ros wiebelt een vinger door het luikje van de kattenmand. 'Is ze ziek?', vraagt een vrouw die een paar stoelen verderop een grote hond in bedwang houdt. 'Snotterig', antwoordt Annie. 'Een koutje?', oppert de vrouw. 'Loopneus', knikt mevrouw Ros. 'Och, wat naar. Tja, het zijn zorgenkinderen, hè?' Annie blaast haar wangen bol, laat een instemmend 'poeh' horen en concludeert: 'Heb je het één gehad...' 'Krijg je het volgende weer, meid vertel mij wat.' 'Maar ja, je laat zo'n beest ook niet...' 'Nee zeg, stel je voor.' 'Je zou ze de kost moeten geven die zo'n dier gewoon...' 'Och jee, ja. Voor sommigen is een dier maar een dier.' De dames schudden misprijzend het hoofd.

Een half uurtje later is kat Quint een prik en een antibioticakuur rijker. Mevrouw Ros beent naar huis, terwijl ze hem zachtjes toespreekt. 'Bijna thuis, schat. Bijna weer bij de baas. En bij Sheela en Wendy. Dat vind je fijn, toch?' Zodra Quint thuis de kop uit het draagmandje steekt, hollen de twee mollige, keffende Yorkshire terri'rs op hem af. Maar Quint blaast zijn tanden bloot en doet een run naar de klimpaal die pontificaal in de huiskamer staat. De hondjes waggelen zij aan zij weg en nemen genoegen met hun teddybeer, die afgekloven in hun mand ligt.

'Nou nou, wat een drukte is het weer', mompelt een glimlachende Rudolf, de echtgenoot van Annie. Hij is net ontwaakt uit zijn middagdutje, wrijft in zijn ogen en steekt een sigaret op. Zijn keurig bijgeknipte snorretje is geel van de rook die gestaag uit zijn mond kringelt. 'Als we alle uitgaven aan die beesten hadden bespaard, hadden we twee paarden op renbaan Duindigt kunnen laten lopen', plaagt hij zijn vrouw. 'Och zeur', glimlacht ze en ze roert in haar kopje thee.

Het koppel heeft in 45 huwelijksjaren ontelbare huisdieren gehad. Honden, een eekhoorn ('Op een dag zagen we hem in de kachel naast de waakvlam zitten. Weg staart'), ratten, parkieten ('De laatste gaf een gil en viel dood van zijn stok') en katten. De twee hondjes en kat Quint zijn de laatste, verzekert Annie. Want waar blijven de dieren, 'als wij er straks niet meer zijn?' 'Wijffie, dat duurt nog jaren. Zo'n taaie als jij bent', zegt Rudolf. 'Die beesten houden me jong', zegt Annie. 'We hebben het goed, An. Zo met de beestjes en met elkaar. Je bent een wereldwijf, weet je dat?' Annie schudt lachend haar hoofd. 'Charmeur. In dat oude lijf van je schuilt nog een jonge vent.'

Annie tilt de twee hondjes op tafel. Ze lopen op hun korte pootjes heen en weer over het Perzische tapijtje, terwijl Quint op de klimpaal met een poot zijn snotneus afveegt. 'Moeten jullie soms bah-doen?', vraagt Annie. De hondjes komen te weinig buiten, zegt ze. Haar man ('die gaat over de honden') kan door lichamelijke klachten niet meer zo vaak met ze uit. Annie heeft de honden geleerd de kattenbak te gebruiken voor hun 'bah'. De telefoon gaat en nog voor de eerste rinkel is afgelopen, barsten de hondjes los in een oorverdovend gekef. Ze blaffen met zo'n overgave dat ze bij elke kef even omhoogwippen van het tafelkleed. Annie gaat zitten op de met poezenfoto's bedrukte kussentjes op de bank en spreekt zachtjes in de hoorn. 'Nee, nee, het ging goed. Een prikje. En pillen. En ik zeg nog zo: je kunt er niet vroeg genoeg... precies. Zeg, je vader doet je de groeten. Er zat trouwens wat ruis in de longen. Nee, bij Quint. Met je vader gaat het goed, die hannest maar wat door. Bedankt voor het belletje, jongen. Als Quint verslechtert, bel ik wel. Dag, hoor. Dag, hoor.'

In het voorbijgaan geeft ze Quint een aai over de kop. 'Gekke pluizebol met je knol-ogen.' Ze loopt door naar de slaapkamer en trekt de sprei recht. Naast het bed staat een Sony Playstation. 'Rudolf en ik zijn gek op de spelcomputer', verklaart ze. 'We vervelen ons nooit', vult hij aan vanuit de huiskamer, terwijl zijn aansteker klikt. 'Wij gaan nooit op vakantie, want we genieten thuis al, hè, An?'

'Weg van de dieren? Nee.Voor de trouwerij van onze dochter verbleven we een nacht in een hotel. Ja, heel mooi hoor, maar de beesten, hè? Dus stonden we de volgende ochtend vroeg alweer bij het dierenpension, tot grote verbazing van een slaperige eigenaresse. Het was nog ver voor openingstijd.' M

Volgende maand: Hoe kat Moppie op de røntgenfoto's een blaassteen blijkt te hebben.