Column

Putlucht

Hoorde weer zo'n aandoenlijk kakkersverhaal. Het gaat over de nouveau riche. Je hebt heel veel geldbulkers, die persé willen golfen en dan het liefst op de oude clubs van ons land. Dus geen ziekenfondsgolf in Zeewolde of Almere. Nee, ze willen status. Maar die oude clubs willen een beetje Porschevrij blijven. Niet te veel proleten dus. Geen vijftigers met opgespoten blondjes van twintig jaar jonger. Geen beursbengels en internetmalloten. Maar hoe weer je het poenerige type? Door een ballotage in te stellen. Of een gewone ledenstop. Geen file bij hole zestien.

Maar als je internetmiljonair bent en dan ook nog eentje, die nooit in World on Line getuind is, laat staan dat je in Newconomy gehandeld hebt, dus je hebt geld en je wilt golfen met de echte stinkerds, dan doe je een poging om toch van zo'n klassieke golfclub lid te worden. Je wilt namelijk tussen de bomen spelen en niet tussen twee viaducten bij Rijswijk of op een stukje gifgrond in de schaduw van die treurige Arena, laat staan op een oude vuilnisbelt in Spaarnwoude. Dan ga je bieden. Je probeert je in te kopen. Maar dat lukt niet omdat het oude geld niet gevoelig is voor je poen. Ze zijn zelf al aan alle kanten afgevuld en zitten niet op de gebroken witte kwartjes van de Aalbersjes, de Mensjes en De Molletjes te wachten.

Maar nu het ontroerende verhaal. Er is een aantal poenerige types, die ondanks hun centen overal geweigerd werden, en die hebben nu zelf maar een clubje opgericht. Alles is te koop. De golfclub heet zelfs Golfsociëteit en is gevestigd in de achtertuin van een van de pandjes van ons koningshuis. Het schijnt geopend te zijn door een van de heteroseksuele prinsjes. Als je slecht slaat raak je hun oma op Soestdijk. Een vriend van mij is er binnen geweest en sprak over een onwaarschijnlijke luxe. Clubfauteuils, ruwe handdoeken, sterrenkok, heel veel personeel en dit alles in een ideale legionella-temperatuur. Voor vierentwintigduizend gulden kon je een aandeel kopen en dat is voor die types een kwestie van een keer slepen met hun creditcard. Bonnetje naar de zaak en de fiscus betaalt de helft. Gewoon zeggen dat je met relaties staat te putten. Daarnaast is het lidmaatschap nog vierentwintighonderd gulden per jaar. Voor de echte yup natuurlijk ook peanuts. Gelukkig hebben we zoveel nieuwe rijken dat je nu al geen lid meer kunt worden van de club. Natuurlijk heb ik even gebeld of ikzelf lid kon worden. Helaas. Vol is vol. Ik heb ook altijd pech.

U zult zich afvragen wat er nou zo aandoenlijk is? Het aardige aan de club is dat er niet wordt gegolft. Het gerucht gaat dat nog geen 10 procent van de leden er pas een keer een balletje heeft staan meppen. De rest heeft betaald, maar blijft thuis. Een enkele verdwaasde rijke doolt af en toe een paar holes en gaat dan maar weer naar huis. Nagekeken door het voltallige personeel, dat desolaat gaat staan wachten op de volgende verveelde. De open haard knappert, de boxen kotsen Mantovani, de kaarsen branden, de wijn is op temperatuur, maar er is niemand. De kok heeft de ingrediënten voor de meest exquise gerechten klaar liggen, maar er zijn geen eters. De plee ruikt naar chloor, de handdoeken zijn dik en warm, het gras ligt er biljartlakerig bij, de vlaggen wapperen, maar het is er angstaanjagend stil. En waarom? Geen idee. Het lijkt me om gek van te worden. Je golft om gezien te worden en niemand ziet je. Da's pas sneu.

Of ik het zielig voor de sociëteit vind? Natuurlijk niet. Het is een film. De man, die eigenlijk niet zo goed kan golfen, stuntelt op hole twaalf en als hij omkijkt ziet hij het volledige personeel in uniform vanachter een van de ramen staan kijken. Ze mogen niet lachen van de baas, maar zo gauw de golfer verder ploetert gieren ze het uit. En ze worden nog betaald ook. Dat heet nou wachtgeld. Waar dit alles gebeurt? In Den Dolder. Daar zit toch ook dat gekkenhuis? Dat klopt. En nu zitten er twee.