Over de streep

Ruta del Sol, Ronde van Valencia, Ster van Bessèges – het stelt allemaal niets voor. Vandaag begint het wielerseizoen. Met de Omloop Het Volk en morgen Kuurne-Brussel-Kuurne. Klei aan de banden, geteisterde gezichten, gehavende blikken, bevroren mondhoeken, dát is wielrennen in deze tijd van het jaar. De explootjes van Erik Dekker en Michael Boogerd op de Spaanse wegen hebben alleen betekenis voor de gesteven en gestreken kantoormannetjes van de Rabobank. Een echte wielerfan kijkt daar niet van op.

Uitgerekend aan de vooravond van het nieuwe wielerseizoen meende de Vara de sjoemelaar en sjacheraar Willy Voet nog eens uitgebreid in beeld te moeten brengen. Nu als het zwarte schaap dat zich een nieuw geweten had verworven. Alweer doping, doping en nog eens doping. Waarom niet een mooi in memoriam voor de Spaanse broers Ricardo en Javier Otxoa, die anderhalve week geleden tijdens een trainingstocht in de buurt van Malaga door een auto zijn geschept? De een is dood, de ander ligt in coma. Of waarom geen impressionistisch portret van Johan Museeuw, die voor de derde keer in zijn schitterende carrière een come-back maakt na een zwaar ongeluk?

Nee, het zou en moest Willy Voet zijn, want bij de Vara zijn ze gek op spijtoptanten. Zo blijft het moralisme op stand en wat scoort in Nederland nou beter dan het eeuwige goed/fout-dilemma? Dat de mevrouw van dienst nog nooit een wielrenner van dichtbij had gezien, deed niet ter zake. Dat Andrei Tsjmil niet de Russische dichter was die zij meende te herkennen, maar de winnaar van Parijs-Roubaix kon geen Vara-lid verontrusten. Zolang de combinatie platte sensatie en zelotig moralisme standhoudt, is het al lang goed voor de Vara.

Ik heb besloten geen kennis meer te nemen van dopingverhalen in de wielersport. Ja, als vier Finse langlaufers gepakt worden, wil ik nog graag mijn zegje doen, maar of Servais Knaven nou met EPO of met corticoïden rommelt, zal mij verder worst wezen. Een Belgische sportwetenschapper zei laatst: ,,Een bergbeklinmmer die de Everest bedwingt, wordt op Zaventem onthaald als een held, ook als hij aan de zuurstoffles heeft gelegen. Een renner die EPO spuit is een schurk. Beiden zijn topsporters die het zuurstofgehalte in hun bloed kunstmatig hebben opgedreven.''

Wat die schaapachtige mevrouw van de Vara ook niet wist, is het volgende: er is geen sport waar mensen zo vaak en zo kort na elkaar een onmenselijke inspanning moeten leveren als de wielersport. Een klassieker kost een renner zevenduizend kilocalorieën per dag – ruim het dubbele van wat een normaal mens verbruikt. Voor de zware etappes in de rittenkoersen komen daar nog een paar duizend kilocalorieën bovenop. Begin dat maar aan te vullen met spaghetti. Bij een tijdrit van een uur rijdt een renner constant op de rand van het rood. Winst of geen winst, de verzuring moet worden uitgekotst.

Ik heb woensdagavond niet een speler van het Nederlands elftal zo verzuurd gezien dat hij in de kleedkamer over de wc-pot moest gaan hangen. Het was tijdens de wedstrijd niet eens tot een gevecht gekomen tussen de scheiding en de krullen in het haar, laat staan dat de heren zich zure benen hadden gelopen. Aan het hartslagritme van het Nederlands elftal kunnen Van Petegem, Museeuw, Tsjmil, Vainstains en zelfs Van Bon onafgebroken 72 uur bezig blijven. Zonder kots en zonder EPO. Misschien zit er in het ouwe koffertje van Willy Voet nog wat spul om Jaap Stam, Edgar Davids en Frank de Boer uit hun wezenloze lethargie weg te slepen.

Slikken en prikken, mij maakt het niet uit. Ik sluit de winnaar van de Omloop Het Volk vanavond in mijn hart. Zolang hij het kwakken in volle sprint maar binnen een acceptabel risico houdt en zijn drinkbussen niet al te ostentatief in de wielen van de concurrentie gooit. En natuurlijk moet hij van top tot teen onder het slijk zitten. Wielrenners zijn slijkduivels. Blakend van het zonnebankbruin over de meet komen, zoals Michael Boogerd gisteren in Valencia deed, is even surrealistisch als een gepearcte non zien tapdansen in een bordeel.

Grote wielerkampioenen hebben gevoel voor decor. Zij zijn de treurspiegels voor de onherbergzaamheid van de Kemmelberg, de Aubisque, de kasseien in Roubaix. Een mooie wielrenner fietst in de voorjaarsklassiekers met de dood op de hielen. Al was het maar opdat de kranten zouden kunnen schrijven: `Gemarteld en geheel ondervoed ging hij over de streep.'