Oorlogsjaren 1

,,De oorlogsjaren hebben juist bewezen dat de Nederlandse bevolking zich redelijk kan redden zonder koningshuis''. Aldus Frank Vermeulen in NRC Handelsblad van 22 februari `Musketier met vorstenkramp'.

Dit is niet volledig. De bevolking heeft zich ook redelijk kunnen redden zonder kabinet en zonder parlement. De wetgevende machinerie draaide op gezag van de Duitse Reichskommissar toch op volle kracht door: 860 verordeningen welke kracht van wet hadden. Daarvan hielden er zelfs na de bevrijding nog 288 stuks kracht van wet. Zij zijn nog jarenlang gehandhaafd.

Zij betroffen voornamelijk wetten op het gebied van sociale, economische en fiscale zaken. Het maakte de geleide economie naar Keynesiaans recept mogelijk. Zie het besluit `Handhaving bezettingsmaatregelen' der Londense regering van 17.9.1944, Staatsblad E 93.

Het eerste naoorlogse kabinet vond ook dat het volk zich wel zonder parlement kon redden. Pas in mei 1946 werden de eerste verkiezingen gehouden. De oorlogswetgeving, zonder Kroon, kabinet en parlement tot stand gekomen kwam het naoorlogse kabinet dus kennelijk wel te stade.